Simpel persoonlijk onderhoud.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Zelf een beetje netjes blijven is belangrijk, maar het hoeft niet veel tijd of geld te kosten. Of veel ruimte in te nemen in je badkamerkastjes. Weinig dingen zijn zo lastig schoon te maken en frustrerend als volgestouwde badkamers.

Onze badkamer is op zijn zacht gezegd niet echt een spa-achtige ruimte. De kleinste verbetert me altijd als ik ‘badkamer’ zeg. Mama, het is een douche- en wckamer. Okee. Taalnazietje.

Toch: de badkamer van je dromen staat ook niet vol met plastic flessen op de badrand. Of met 50 potjes oogschaduw in diverse stadia van ontbinding of uitgedroogde mascara’s in de lades. Het is ook niet echt nodig om deze dingen in je leven te hebben. Elke badkamer knapt op van een flinke ‘declutter’ in cosmetica, handdoeken en wat er verder huist.

Heb je een product opengemaakt maar ruikt het raar, krijg je er rare uitslag van of doet het simpelweg niets voor je, doe het dan gewoon weg. Het wordt niet aantrekkelijker van nog een jaar in de kastjes staan. Sterker nog, het doet je ook als het er staat alleen maar slechter voelen, het is rommel in je kastjes en daarmee rommel in je hoofd.
Ook al lijk je het te negeren omdat je het niet gebruikt, je hersenen registeren het wel elke keer. En al die onbewuste prikkels, kosten veel mentale energie.

Houd alleen de dingen die je blij maken om te gebruiken en zeg gedag tegen alles dat dat niet doet.

Het is beter om een product te kopen dat misschien te duur lijkt, maar zuinig is in gebruik dan je leven en je kasten vol te laten stromen met inferieure 3 halen 2 betalen van de voordeeldrogist, vol met dubieuze ingredienten.

En: als je een product hebt open gemaakt en het bevalt, weersta dan de verleiding om meer te kopen en ook open te maken. Cosmetica heeft een beperkte levensduur, het wordt niet beter van lang openstaan en in contact komen met bacterien en zuurstof. Gun jezelf de rust van een perfect product.

Een goede nachtcreme, een naar bloemetjes ruikende shampoo en conditioner met peer-kokosgeur: soms zijn deze dingen erg aangenaam. Het ligt misschien aan mij maar het idee de rest van mijn leven alleen te doen met een blok zeep, roggemeel en een fles appelazijn in de badkamer doet me niet zo veel. Dan maar niet zero waste in de badkamer.

Maar dat wil niet zeggen dat je veel of al van deze producten nodig hebt. Ik gebruik ze niet altijd en niet allemaal tegelijk en houd het bij een fles shampoo en een fles conditioner in de douchecel.

We gebruiken meestal shampoo van Urtekram (ik koop het bij Luxplus, als je onthoudt direct je abonnement op te zeggen, scheelt het heel veel) en een blok lavendelzeep om te wassen en te scheren.

Scrubben doe ik door middel van bodybrushen. Dat heeft naast een positief effect op je vel ook nog eens tal van andere gezondheidsvoordelen. Eenmaal investeren in een borstel en je hebt nooit kosten of verpakkingen meer. Als ik wil scrubben, gebruik ik koffiedik of gewone suiker.

Voor mijn gezicht gebruik ik baking soda om te scrubben. Baking soda komt echter in verschillende ‘grofheden’, het zou niet moeten irriteren om het te gebruiken. Doet het dat wel, dan is het te grof.

Maskers: ook fijn, maar de ingredienten zijn meestal water en bentonite clay en wat extracten van het een of ander. Voor een tientje koop je een hoeveelheid bentonite clay waar je tot aan je dood wekelijks maskers mee kan maken. Op internet zijn allerlei recepten om zelf maskers te maken, voor elk huidtype. Meng het met melk en avocado voor hydratatie, met appelazijn en yoghurt voor zuivering etc.

Ik gebruik rozenwater van de toko als ‘toner’ en om mijn gezicht aan het einde van de middag wat op te frissen. Stof en rommel mengt zich met het vet op je gezicht (klinkt goed!) en maakt je teint wat grauw en vermoeid. Even een watje met rozenwater en ik heb het idee dat mijn gezicht er weer een stuk florissanter uitziet.

Smeren doe ik met olie en ik wissel af wat ik dan gebruik. Mijn favoriet is jojoba, maar dat is erg prijzig. Amandel vind ik te vet maar walnoot is ook prima. Soms gebruik ik kokosolie. Olie verwijdert ook de meest hardnekkige mascara, en als je het afveegt met een doekje met heet water, gevolgd door spoelen met koud water, voelt je gezicht heerlijk zacht en verzorgd, en niet vet.

Uiteindelijk is je huid een orgaan dat een groot deel van wat je erop smeert, absorbeert. Mijn idee is dat als ik het niet wil of kan eten, ik het ook niet op mijn lijf smeer. Google de ingredienten van je producten, of zoek ze op op de ‘EWG database’.

Voor mijn gezicht gebruik ik wel een (biologische) nachtcreme. Ik was ’s avonds mijn gezicht met zeep en dan is een creme erna wel fijn. ’s Ochtends vind ik dat zelden nodig, zeker niet zo lang het weer mild is. In maartse sneeuwstormen, minustemperaturen en na vier donkere maanden, heeft mijn gezicht wel iets meer nodig.

Appelazijn, een eetlepel gemengd met water in een kopje, is wel ideaal om shampooresten uit je haar te krijgen. Na een spoeling met appelazijn is mijn haar altijd heerlijk zacht. Wel goed uitspoelen. Is je haar futloos ongeacht wat je erin smeert, is dit een goede optie.

Veel dingen gebruik ik inmiddels niet meer. Parfum, nagellak, eyeliner en douchegel… ik vind het niet nodig. In het dagelijks leven gebruik ik de producten hierboven: een simpele shampoo of roggemeel om mijn haar te wassen, zeep om te scheren en mijn gezicht te wassen ’s avonds, olie om te smeren en make up te verwijderen, bentonite clay voor maskers, een bodybrush om te scrubben, baking soda om mijn gezicht te scrubben, appelazijn voor een extra reiniging van mijn haar zo nu en dan en rozenwater om wat op te frissen.

Mijn make up heb ik vereenvoudigd tot een wenkbrauwpotlood, een oogschaduwpalet met drie nudetinten en donkerbruin dat ik gebruik in plaats van te zwarte en moeilijk te verwijderen eyeliner. Een niet-waterproof mascara en een biologische lippenbalsem. Ik kan het eenvoudig in de badkamer opdoen.

Het lichaam heeft aandacht nodig. Het is het huis van je geest. Aandacht is belangrijker dan welk wonderproduct je erop smeert.
Een wandeling en goede voeding doen meer voor je teint dan welke foundation dan ook. Er is niets mis met de tijd nemen om je lijf in goede conditie te houden. Sterker nog, volgens mij is het essentieel, niet in de laatste plaats voor je geestelijke welzijn.

En weer 270 kr. bespaard: haar knippen.

We (de man en de dames hier) gaan nooit naar de kapper. Iedereen heeft lang haar en dat heeft behalve zo nu en dan wat bijpunten, niets nodig aan scharen en andere narigheid.

De enige die lastig is, is de jongen. Die had altijd lang haar maar wilde twee jaar geleden opeens hetzelfde haar als de jongens met zo’n hip hitlerkapsel als in zijn klas. En wij zijn de beroerdsten niet, dus mocht hij naar de kapper. Een jaar later wederom.

En nu werd het weer tijd dat hij ging. Ik heb ergens in april zijn haar nog wat ‘bijgepunt’ met de tondeuse maar in de zomer verdween zijn kapsel volledig. Och, als ik toch zulk dik en snelgroeiend haar had als dat ventje….

precies zes jaar geleden, deze foto

We wilden hem naar de kapper laten gaan, tot ik bedacht dat ik een filmpje had gezien van Darci Isabella (geweldige dame op youtube: minimalistische mama van tien kinderen, parttime keuterboerin, getrouwd met de Italiaanse Joe Maximist en onlangs schuldenvrij geworden) waarin ze haar kinderen, onder meer een van haar jongens zelf knipt en scheert, hetgeen er niet heel lastig uit zag.

Bovendien had een van haar kinderen ook het dikke haar met slag dat de jongen heeft.

De man n ik keken het filmpje. Ik kamde zijn haar en bond het vast daar waar het niet geschoren moest, de man haalde de tondeuse eroverheen, het werd op de juiste lengte geknipt en ik moet zeggen: het ziet er slechter uit dan toen de kapster het vorige keer deed.

Hij is er blij mee, wij zijn er blij mee want het scheelt weer bijna 30 euro en a penny saved is a penny earned 😉

Goedkope manieren om er netter uit te zien.

Hoe lelijker de wereld, des te meer de behoefte om er iets van te maken op de gebieden waarop ik wel invloed heb. De jogging- en andere sportbroeken, de nietsverhullende spaghettitopjes (oh, herfst ik mis je nu al!) en schaamteloze kreten op t-shirts: gruwel.

De dingen kunnen verkeren. Ik houd nog altijd veel van death metal, maar het is nu meer een privéaangelegenheid en heb mijn zwarte shirts met bloedende doodskoppen van mijn jeugd heb ik verruild voor roze kanten jurken en keurige bloesjes met bloemetjes.

Ik word blij als ik iemand zie op straat die enig werk van haar verschijning heeft gemaakt. En moeilijk is dat niet. Een klein beetje extra aandacht geeft een groots resultaat. Wat voor mij werkt, zijn onder meer de volgende dingen:

  • De koe bij de hoorns vatten: ’s ochtends direct zorgen dat ik toonbaar ben. Al is het alleen voor mezelf, ik zie mezelf ook liever met wat kleur op het gelaat en in een knappe jurk dan in iets slonzigs. Het kost een kwartiertje: snel douchen, wat smeren, aankleden en opmaken. Ik heb er de rest van de dag plezier van.
  • Rechtop lopen. Hoofd recht, rug recht, schouders naar achteren en kleinere stappen nemen. Scheelt een slok op een borrel.
  • Mijn handen netjes houden. Als ik veel in het water zit, in de tuin werk of iets anders ‘vies’ doe, trek ik rubberen handschoenen aan om mijn handen te beschermen. Zo nu en dan scrubben met koffiedik of suiker met olijfolie en mijn nagels schoon houden maakt een verschil van dag en nacht met niets doen.
  • Investeren in een goede garderobe. Het hoeft niet veel te zijn, als het maar weergeeft wie ik ben. Je kan niet in een trainingspak gaan lopen en verwachten dat mensen je op dezelfde manier behandelen als wanneer je er wel ‘put together’ uitziet. Ik merk zeker het verschil, zelfs in het heel erg egalitaire, informele en ‘boerse’ Noorwegen.
  • Goed ondergoed dragen. Je kan nog zo netjes gekleed gaan, als je bh ervoor zorgt dat je borsten op je rug hebt, of vier aan de voorkant, dan is het verkeken.
  • Een blik naar achteren werpen in de spiegel. Leuk, een witte broek en aan de voorkant lijkt hij misschien helemaal niet voorzichtig maar hoe vaak ik (oudere) vrouwen die verder echt netjes gekleed zijn, hun onderbroek kan zien door een toch doorschijnende lichte broek… Over leggings as pants zeg ik maar niets.
  • Iets doen met je haar, als het los niet meer je van het is. Een knot, een diadeem, sjaaltje of een simpele speld…. Met van dat slappe haar voel ik me meteen een dweil.
  • Zelfvertrouwen kweken. Ik voel me de laatste tijd beter dan ooit. Omdat ik meer werk van mezelf maak, van mijn omgeving, alles. Ik geniet ervan om dingen voor elkaar te hebben, in plaats van er tegenaan te schoppen. Omdat ik zelf weet dat ik het god doe, maakt het me ook minder uit wat anderen ervan vinden.
  • Letten op wat ik eet. 2,5 jaar geleden (?) las ik ‘French Women don’t get Fat’ van Mireille Guiliano en wow. Heel langzaam ging ik van bijna 65 naar 52 kilo, van maat 38 naar 34 en dat blijft zo. Het is een heel andere filosofie wat betreft eten, ongeacht wat je voorkeuren zijn. Het nadeel was dat letterlijk elk kledingstuk in mijn kast te groot was en mijn borsten verdwenen maar: niets wat we niet nieuw kunnen kopen 😉
    Ik houd ervan hoe mooi al mijn kleding staat nu niets knelt, nu ik weinig hoef te camoufleren en hoe mijn lijf voelt. Ik denk dat wat extra’s doen (bewegen, water drinken) en wat laten (snoepen en snacken en drie keer opscheppen) meer effect heeft dan boos worden op de media, de maatschappij, de schoonheidsidealen en kledingverkopers en uit alle macht je x kilo te veel proberen te accepteren als een ‘fact of life’.
  • Wat tijdloze accessoires toevoegen. Ik heb een heel fijn horloge, mijn trouwring en om mijn nek een simpele zilveren ketting met een hangertje. Less is more, mijn tijden als wandelende kerstboom zijn voorbij.
    Ik heb helaas een oorbel-allergie 😦 maar vind het er altijd meteen zo vrouwelijk en mooi uitzien.
  • Mijn dingen voor elkaar hebben. Geen tas vol met rotzooi, maar in een keer mijn portemonnee kunnen vinden. Zorgen dat mijn kinderen er netjes uitzien, zeker als we op stap gaan.
  • Geen kapotte kleding. Serieus, want is de grap met al die kleding die al met gaten en doorgesleten plekken in de winkel hangt?
    Gaten in kleding repareer ik meteen, of in elk geval haal ik het kledingstuk direct uit de roulatie, tot het gemaakt is.
    Scheer ‘pillen’ van kledingstukken af met een scheermes. Knip losse draden af, of werk ze weg in geval van gebreide stoffen.
  • Mijn gezicht iets meer uitdrukking geven. Mijn gelaatskleur is nogal monotoon. Mijn haar en gezicht hebben min of meer dezelfde kleur en mijn wimpers en wenkbrauwen zijn blond. Als ik mijn wenkbrauwen, wimpers en lippen iets kleur geef, zie ik er direct beter uit.
    Zo nu en dan zwerfharen rond mijn wenkbrauwen plukken, maar ook veel verschil.
  • Strijk alle dingen. Mits ze gestreken kunnen worden. Vroegah was ik zeer anti-strijk maar ik zie het verschil nu wel. Het maakt echt een verschil.
  • Ik probeer netjes en kalm te praten. Ik verval nog wel eens in oude gewoonten en met de jongste is tot tien tellen soms een enorme opgave maar wat is het punt van vloeken en botheid. Mijn moeder doet dat nooit, maar weet ook zonder dat feilloos haar punt te maken.
  • In geval van twijfel: zwart. Als ik het even niet meer weet, draag ik een simpele zwarte jurk tot op de knie. Een panty of kousen met een motiefje eronder en een kleurig vestje erop en hop: netjes.
  • Rigoureuze kastopruimingen. Nodig, zo nu en dan. Anders is de verleiding om dat te grote, te verwassen vest aan te trekken als het fris wordt, terwijl een fijn vestje met knoopjes en een sjaal in een goede kleur zo veel meer doet.