Waarom Noorwegen? (en niet Zweden?)

Foto door Marius Schmidt op Pexels.com

Er zijn best wat mensen die bij een emigratie naar het noorden twijfelen tussen Noorwegen of Zweden. Wij wilden in tweede instantie naar Zweden, toen we er tijdens onze huwelijksreis naar de Noordkaap geweest waren. De stilte, de uitgestrekte bossen, de spiegelgladde meren, de betaalbare huizen…. en toch wonen we in Noorwegen. Waarom kozen we uiteindelijk voor Noorwegen?

Ik weet niet veel van Zweden, dit is uit de tijd dat wij ons oriënteerden en door berichten die ik lees of dingen die mensen vertellen. Zoiets is altijd persoonlijk. Er zijn bijvoorbeeld zo veel Nederlanders die Noren stug en ongezellig vinden, maar wij hebben Noren leren kennen als hartelijk, open, uitnodigend, gastvrij en goedlachs. Een ander vindt Zweden leuker. Kan hé?

Want: Noorwegen.

Ik houd van zo veel in dit land. De bergen, de fjorden, de bossen, het onmogelijke landschap, het grootse en meeslepende, de gletchers, de scherenkust, Peer Gynt en de Bukkene Bruse, de stabburs en de knoestige gebouwen, de taal…. Ja, jeg elsker dette landet!


De kans op een baan.


Toen we naar Noorwegen vertrokken, kreeg de oliesector net een enorme dreun, 30.000 banen weg in een paar maanden. Daarvoor werd de man nog geregeld gebeld door uitzendbureaus of hij wilde komen praten over een job in Stavanger of Bergen. Maar: de werkgelegenheid in Noorwegen was beter, al met al.

Het is echt niet meer wat het was en als je nu een baan wil hebben, zal je iets moeten kunnen of willen wat de Noren niet kunnen of willen. Toen de man uiteindelijk een vaste loondienstbaan vond, was hij wel binnen twee weken in dienst voor onbepaalde tijd, omdat hij erg goed is. Goed technisch personeel, medisch personeel, bepaalde bouwkundigen… daarvoor is wel werk. In de olie vallen er wederom flinke klappen. En dus ook in de rest van Noorwegen want zonder olie was dit nog steeds een behoorlijk arm land, wat het ook altijd geweest is.


Noorwegen is geen EU


Noorwegen is wel via verdragen gedwongen om een deel van EU-regels te implementeren. Dat hebben we vooral te danken aan Gro Harlem Brundlandt, een vreselijke socialistische dame die toevallig ook in het ‘board’ zat van de global pandemic awareness-blabla van de WHO. Maar verder vind ik het fijn dat de krankzinnige bureaucraten uit Brussel misschien hun voet tussen de deur hebben, maar nog niet het hele huis hebben overgenomen.


Minder immigratieproblemen.


Ze zijn er wel maar niet in de mate waarin Zweden dat heeft. Zweden waar de politie moet worden bijgeschoold door politie uit Amerika met speciale ervaring in bende-problematiek, waar de autochtone bevolking in dit tempo binnen een paar generaties vervangen is, waar een door een immigrant doodgeschoten meisje volgens de media ‘op de verkeerde tijd en de verkeerde plek’ was, alsof het logisch is dat er zo nu en dan kogels door de lucht vliegen en waar men nog liever de oorspronkelijke bevolking zich tot de islam laat bekeren dan eens iets aan het probleem te doen.

Hier zijn er ook in de grote steden problemen. En ook in dorpjes. Maar niet in de mate waarin Zweden het kent. Immigranten moeten een stevige inburgeringscursus doen en taaltest afleggen waarmee ze op een aanvaardbaar niveau kunnen meedraaien in de samenleving.


Huizenprijzen….


Ja, die liggen hier hoog. Even als de prijzen van dagelijkse boodschappen. Dat zou een reden kunnen zijn om in Zweden te gaan wonen maar het is ook vooral op het platteland dat je goede koopjes kan doen qua huizen. Probleem is daar dan net als hier: waar ga je werken om het geld ervoor te verdienen? Je moet het treffen. Daarbij is wonen op het platteland duur: je moet overal lang voor rijden, voor de simpelste dingen. Kinderfeestjes, een fles wijn, een oliefilter…. Lang leve internetwinkelen maar dat is ook niet altijd een optie.

Zweden is ook goedkoper met boodschappen maar dan eten we maar wat eenvoudiger. Zo veel scheelt het ook niet als je goed oplet. Voor mij zou dit nooit van doorslaggevende reden zijn in elk geval.


Toelating.


Zweden is vrij lastig om binnen te komen, voor zover ik weet en dat is de laatste jaren nog meer geworden. Noorwegen is simpeler: zo lang je voor jezelf kan zorgen, zijn er voor EØS-burgers weinig problemen. Wij kregen een onbegrensde verblijfsvergunning zonder vaste baan maar met 50.000 euro eigen vermogen. Dat we altijd alles in het Noors hebben gedaan, hielp denk ook wel. Het ligt eraan wie je treft, maar bij ons ging alles redelijk ‘vanzelf’.


De taal.


Noors is voor de meeste Nederlanders goed te begrijpen, in elk geval geschreven. Zweeds vind ik veel lastiger. Het lijkt op Noors, maar dan is alles zo omslachtig mogelijk gespeld. Je herkent het aan de vele o’s met puntjes. Noors aan de ø’s. Deens herken je door een overdaad aan æ’s en woorden die eindigen op -b of -v. En het feit dat je er werkelijk niets van kan maken.
Maar Noors is vrij makkelijk te leren. Soms denk ik: ik ben best goed 😀 en andere keren denk ik: ik heb nog ZO veel te leren, als het bijvoorbeeld gaat om een specifiek onderwerp zoals windmolenpolitiek. Maar als taal niet je ‘forte’ is, is Noors handiger.


De mentaliteit


Maar daar moet iedereen zich zelf maar een oordeel over vellen 🙂

De vrijheid en het informele

Ik heb het idee dat Noorwegen in veel dingen vrijer is. Mensen zeggen ja en amen en gaan vervolgens gewoon hun eigen gang. Zweden heeft net als Noorwegen het allemansrecht en dat is fantastisch. Paddestoelen verzamelen is geen stropen, maar een recht, net als overnachten in het bos. Noorwegen is nog wat informeler dan Zweden. Hier geen mensen met stropdassen of pakken, afgezien van wellicht wat te flitsende makelaars in de grote steden.

Uiteindelijk besloten we dat Noorwegen beter bij ons past en dat we hier meer op onze plek zouden zijn dan in Zweden, hoe prachtig dat land ook is. Maar nogmaals: dit is MIJN ervaring, wat IK ervan weet. Niet de waarheid, alleen hoe ik het heb ervaren.

Als je wil emigreren, zet dan alles op alles om het te doen en laat je niet afschrikken door negatieve verhalen. Het is nu lastiger, het is lastiger op het platteland, een vreemde taal leren kan moeilijk en frustrerend zijn. Maar: als je het echt wil, is het het waard. En voelt het ook niet als iets opgeven maar simpelweg als een andere afslag nemen in het leven.

Zoals Vincent van Gogh zei: normaalheid is een makkelijk te belopen pad, maar er groeien niet veel bloemen. Iets in die trant, in elk geval.

Als je blijft doen wat iedereen van je wil en als je overal leeuwen en beren ziet, heb je later alleen maar spijt van alles wat je niet hebt gedaan toen je er de kans voor had. Dingen die je allemaal gewoon overleeft, hetzij met wat grijze haren, krassen op je ziel of een deuk in je portemonnee. Nou en. Ga ervoor! Iets meer ‘och nou ja’ dan ‘wat als’ en ‘stel dat’. Alt skal bli bra!

Noors onderwijs: leren ze ook nog wat?

Dat vragen we de kinderen geregeld. ‘Wat heb je gedaan op school?’ en dan is het antwoord iets als in bomen geklommen, getekend, om het meer bij school gerend oh ja, wiskunde.

Het tempo hier is wat lager dan in Nederland. Niemand verwacht hier dat een kind van vier of vijf zelfstandig twee a drie taakjes doet en dat bijhoudt, zoals de basisschool in Nederland.

Kinderen beginnen in augustus van het jaar dat ze zes worden op school. Er wordt heel langzaam begonnen. Niet alleen in de eerste klas, maar in alle klassen is de eerste week na de zomervakantie een van på tur, fietstochten, kajakken en spelletjes doen.

De eerste tijd in de eerste klas is er vooral aandacht voor wennen en elkaar leren kennen. Ik heb hier echt nog nooit een kind gehad dat moe was na school, of overweldigd. Wel is er vrijwel meteen huiswerk. Eerst in de vorm van het maken van een tekening, het lezen van een paar woorden en ‘herfstbingo’ en dat wordt steeds wat meer.

Mijn schoolgaande dochters zijn er altijd in een oogwenk mee klaar, de jongen doet er langer over maar in overleg met school kan wel geregeld worden dat hij de opdrachten wat ‘makkelijker’ mag maken anders is hij anderhalf uur bezig en dat is evenmin productief of leerzaam. Allemaal geen probleem.

Een paar keer per jaar moeten ze een trivselsundersøkelse invullen. Hierin geven de kinderen aan met wie ze spelen, of er gepest wordt, of ze zelf pesten of het slachtoffer worden etc en hoe ze het vinden op school. Geen wassen neus met blabla: als er iets aan de hand is wordt er ook echt actie ondernomen en opgelet.
En natuurlijk zijn er altijd incidenten en soms zelfs tragische verhalen van scholen waarop het wel uit de hand loopt, waar leraren wegkijken… en is het overal wel eens wat.

Vorig jaar had DL2 last van een jongetje dat nogal ruzie zocht met iedereen en ook haar had geslagen en geschopt en omdat hij een halve kop groter is dan alle andere kinderen liep de situatie snel uit de hand. Ik heb toen gesproken met de contactlerares en zij seinde de pauzewachten in dat ze extra op moesten letten.

Na een paar weken echter werd hij overgeplaatst naar een andere klas en stopte het. Na een paar weken kwam ze thuis met een tekening van het betreffende jongetje met hierop in hanenpoten: ‘du er snill Sophia’. (jij bent aardig Sophia). Nu gaat alles prima.

Ook leuk: met kerst of een verjaardag wordt aandacht besteed aan goede eigenschappen van de kinderen. Iedereen noemt dan iets op dat hij of zij positief vindt aan dat kind, of een leuke herinnering. Bijvoorbeeld voor mijn zoon:

  • Je bent goed in de bus op tijd halen
  • Je kan goed Noors en Nederlands
  • Je bent altijd vrolijk
  • Ik weet nog die keer dat het keihard regende en jij je regenbroek in de bus had laten liggen

Of voor mijn dochter:

  • Je kan goed tekenen
  • Je bent rustig en aardig
  • Je hebt mooie krullen
  • Je kan heel snel lezen

Inschrijven op school in Noorwegen

Toen we naar Noorwegen gingen stonden we nog ingeschreven in Nederland en hadden we nog geen D- of F-nummer. Dat was geen probleem: we hadden een huis in het gebied van school gehuurd en nadat we onze namen en telefoonnummers hadden genoteerd op een kladblaadje, kon onze dochter na een rondleiding de dag erna meteen komen.

Zo kan het dus ook 🙂

Er zijn geen cijfers en geen rapporten. Wel is er een kartleggingsprøve, een test waarin gekeken wordt hoe het kind het doet ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hier wordt een kind echter niet op afgerekend, het is alleen om de leraar en de ouders inzicht te geven in hoe het kind het doet.

Ik vind het idee van cijfers ook zo achterhaald. Mijn dochter die alles achteruitlopend, fluitend met twee vingers in de neus voor elkaar krijgt, haalt een 9 en mijn zoon die keihard studeert maar het minder snel doorheeft, een 4. Dus dat is ook heel prettig hier.

Mijn zoon krijgt nu twee uur extra begeleiding per week. Blijven zitten wordt zelden tot nooit gedaan. Het duurde even om het voor elkaar te krijgen maar we zijn enorm blij met deze extra aandacht.

De basisschool (kinderschool, barneskole) duurt zeven jaar. Hierna gaan kinderen naar de jeugdschool (ungdomsskole). Er zijn in ons dorp vier basisscholen en een jeugdschool. In veel dorpen zitten kinder- en jeugdschool bij elkaar.
Op de jeugdschool begint men met cijfers: als de kinderen dertien zijn, kunnen hun tere zieltjes dat wel aan 😉 Ze kunnen dan een extra taal kiezen zoals Frans, Spaans of Chinees, of dieper ingaan op Noors of Engels. Engels onderwijs is hier heel erg goed, de kinderen begrijpen echt al heel veel, in woord en spraak.

Na de ‘grunnskole’ (barne- en ungdomsskolen) kunnen kinderen naar de videregående. Ze kunnen een ‘yrke’ leren en daarna gaan werken. Het is te vergelijken met een praktische MBO-opleiding. Of ze kunnen een ‘studiekompetanse’ krijgen en daarmee verder naar hogeschool of universiteit. Een kind dat echt niet de leerdoelen haalt, krijgt een bewijs van competentie waarin staat wat het kind wel geleerd heeft.

Overigens is tot nu toe al het onderwijs gratis. Geen semi-verplichte ouderbijdragen, behalve voor het bosje bloemen aan het einde van het jaar en met 150 kr per jaar wordt gespaard door de ‘Polentur’, die niet altijd naar Polen gaat. Voor het kamp aan het einde van de 7e klas.

Dus geen gedoe met cadeautjes voor leraren, die elk jaar gekker en creatiever lijken moeten worden. Kinderen tracteren ook niet op school. Er wordt wel voor ze gezongen geloof ik.

Dat is zo leuk hier: naast biologieles waarin je leert over fotosynthese, gaan kinderen ook naar buiten om planten te bekijken. Naast noten leren lezen, leren kinderen ook een instrument spelen als daar hun interesse ligt. Naast te leren hoe veel m2 een hectare is, gaan ze naar buiten om het uit te meten.

Maar wat leren ze nu?

Wel, ik heb geen idee 😉 want ik weet niet wat kinderen in Nederland leren. Ik kan mijn groep acht-ervaring van 25 jaar geleden niet vergelijken met wat mijn kinderen hier in de 6. trinn leren. Ik kijk wel eens in hun boeken en vind dat ze al best pittige dingen moeten kunnen. De methodes zijn echter heel anders dan wat ik nog ken.

Als ik het moet vergelijken denk ik dat er veel rustiger begonnen wordt maar dat dat uiteindelijk gewoon wordt ingehaald.
De focus ligt echter niet op dingen leren en hoge cijfers halen zoals in Nederland maar op de ontwikkeling van het kind. Er wordt gekeken naar wat het kind kan en wil en daarop wordt veel aangepast. Niet tot in het oneindige, maar het is geen buigen of barsten zoals ik soms uit Nederland hoor.

Erg slimme kinderen?

Hoogbegaafd, ADHD… ook hier zijn er kinderen die niet in de middenmoot behoren. Volgens de contactleraar is de oudste volgens de testen hoogbegaafd maar hoogbegaafdheidproblematiek, daar hebben we geen last van.

Ze doet alles makkelijk en als ze klaar is gaat ze iets anders doen. Ik heb destijds wel met de leraar afgesproken dat ze soms wat moeilijker dingen doet zodat ze ook weet dat niet altijd alles aangewaaid komt want daardoor laat ze zich makkelijk uit het veld slaan.

In de klas van de oudste zit ook een jongen met ADHD en nog wat problemen. Iedereen weet hoe hij is, er is extra begeleiding voor hem en als het niet gaat om hem in de les te houden, gaat hij een onderwijsassistent helpen of een film kijken om tot rust te komen.

Zoals ik zei, het heeft beiden zijn voor- en nadelen. Het is fijn dat hij op een gewone school kan zijn en de andere kinderen ook om leren gaan met zulke mensen. En soms denk ik dat het fijn zou zijn als de andere kinderen gewoon hun dingen zouden kunnen doen zonder dat er weer een tafel wordt omgegooid of zoals vorige week bij drie kinderen hun drinkflessen worden gesloopt omdat P. weer een aanval had.

Ook op de ungdomsskole is er aandacht voor andere dingen dan kennis vergaren. De school hier heeft een eigen boot, een bibliotheek, een kamp van drie dagen in het begin van het schooljaar aan de scherenkust, de kinderen krijgen ook hier ‘koken en gezondheid’, er zijn veel culturele activiteiten, een groot lokaal met muziekinstrumenten en kunst- en handwerk.

Wat ik heb gehoord van mensen die hier op school zaten, is het een heel gezellige en leuke school met fijne leraren.

Na de videregående kiezen sommigen ervoor een jaar folkehøgskole te doen. Het is de meest vrije school van de wereld. Noren gaan er prat op om in veel dingen de beste van de wereld te zijn, of dat nu klopt of niet. Er zijn hier geen cijfers of testen, je komt er om ervaring op te doen. Sommige scholen gaan tot 25 maar de meesten hebben geen bovengrens voor de toelating, qua leeftijd. Het kost 12000 euro maar er is enige compensatie en je bent letterlijk het hele jaar onder de pannen en voorzien van eten.

Je kan onder meer kiezen voor ‘natur og friluftsliv’, paarden-skills, FriXtreme (buitenlucht voor waaghalzen), jakt og fiske, schrijfkunst, streetfood, alles met fantasy (het genre: tekenen, kostuums, verhalen etc), vikinglivet (leren smeden en andere oude vikingvaardigheden), fotografie, bootbouwen, redesign en hergebruik, discipelleven, auto en motor, klimaatactivist (serieus) of de backpack surprise…

Dit is wel iets dat ik mijn kinderen heel erg graag wil meegeven mochten ze dat willen. Ik weet van meerdere Nederlanders die op deze scholen hebben gezeten, dus voor Nederlandse studenten is het ook mogelijk om hieraan deel te nemen.

Zo. Dat was het wel. Voor nu 🙂

Herfstig blokje om.

Zo fijn om weer een camera te hebben. Dat heb ik wel gemist, foto’s maken. Mijn telefoon maakte nooit de beste beelden en ik heb nu evenmin een state of the art camera maar dat is ook niet nodig. Hoe eenvoudiger, hoe beter, tot op een bepaalde hoogte natuurlijk.

We maakten een kleine wandeling, want mien moest naar de wc. Gelukkig is de herfst pas net begonnen 🙂

Zo maar even tussendoor, deze plaatjes van rond om het huis.

Søppelplukking

Bij de kinderen op school worden vaak leuke dingen georganiseerd. De jongen ging vrijdagavond met zijn klas met een bootje naar Skauerøya, bij de tweedeklasser hadden ze ‘Beintøft’, een soort themamaand om kinderen meer milieubewust te maken.

De eerste week moesten ze zo veel mogelijk lopend of met de fiets naar school en deze week was het thema afval en vervuiling aan de beurt. De kinderen van de klas die het meeste afval plukten uit de natuur, kunnen een boek over de natuur winnen en omdat ons Fietje had gezien dat er ook in stond hoe je verschillende paddestoelen kon herkennen was ze nogal gemotiveerd om de boel eens flink op te ruimen. Dat hadden ze met de klas ook al gedaan, rond de school.

Zij is van allevier de grootste natuurliefhebster. Gisteren heeft ze in het bos een tipi gemaakt, met een stoel en tafel. Ze wil altijd uit wandelen, zit de helft van de tijd in het bos of bij de zee en heeft net als overgrootoma en moeder altijd wel oog voor kleine bijzondere dingen in de natuur. Een mooie bloem, een patroon op een steen, mooie mossen….

Dus gingen we naar een eiland in de buurt waar we vorige keer een schokkende hoeveelheid plastic zagen liggen. Uiteindelijk viel het me nog mee, we hadden anderhalve (grote) vuilniszak vol.
Ons Fietje heeft enorm haar best gedaan, niet gespeeld en alleen maar afval lopen rapen onder jeneverbesbomen (au) en tussen gladde stenen. Afgelopen maandag hadden we ook al een lange wandeling gemaakt en de nodige afval verzameld, hoewel het (hiephoi) leek alsof iemand ons voor was geweest, want er lag veel minder dan de keer ervoor dat we er liepen.

En dat is wel weer mooi. Er zijn mensen die alles maar neerflikkeren maar gelukkig ook heel veel initiatieven om het op te ruimen. Het zou niet nodig moeten zijn, maar alles is beter dan het laten liggen. Want dat snap ik niet. Het eiland op de foto’s is zeker in de zomer heel druk bezocht. Als je dat dan allemaal ziet, dan neem je de volgende keer toch gewoon even de moeite om het op te ruimen? Het was drie kwartier werk ofzo.

Maar dat vind ik zo gaaf van het onderwijs hier. In Nederland vertelde de directeur me dat ze, zodra ze zich langer dan een kwartier per week niet aan de opgelegde regels hielden, hij een plan voor de onderwijsinspectie moest maken hoe ze de ‘verloren tijd’ (van bijvoorbeeld naar buiten naar de boer, de natuur in etc.) zou gaan inhalen. Hier gaan ze kanoen, krabben vissen, zwemmen in zee, het bos in, worstjes grillen op zelf met een zakmes scherp gemaakte stokken op een open vuurtje, naar de boerderij om kalfjes te kijken en oh ja, een dode zeehond ontleden, maar dat was gewoon omdat de lerares er eentje had gevonden op het strand.

Ja, ik ben echt nog elke dag blij om hier te mogen wonen en mijn kinderen hier te kunnen laten opgroeien.