Stoppen met impulsaankopen doen.

Er is weinig zo makkelijk als geld uitgeven. En voor de meesten van ons maakt het ook niet heel veel uit, er komt aan het einde van de maand altijd weer ‘nieuw’ geld. En met zo veel winkels in de buurt en achter een paar muisklikken, is de verleiding altijd in de buurt.

Wat dat betreft is het wonen ‘in de middle of nowhere’ wel handig: het zorgt automatisch voor een grote rem op impulsaankopen en gemakseten zoals friet na een lange dag. Althans, als ik het wil, moet ik het zelf maken.

Ik beperk me doorgaans ook tot de winkels waar ik echt iets te zoeken heb en mijn duurste impulsaankoop van de laatste tijd is een doosje Sneker Zoethoudertjes want Nederlandse drop in Noorse winkels vinden is leuk.

De verleidingen voor mezelf beperken, helpt het meeste. Inmiddels ben ik wel gewend om 999 van de 1000 dingen te laten voor wat ze zijn en niet kopen is meer een automatisme dan wel kopen. Dingen kopen is een gewoonte en gewoontes zijn, helaas, moeilijk af te leren.

VTegen jezelf zeggen: ‘ik mag niets meer kopen van mezelf van nu’ werkt misschien even maar niet voor de lange termijn.

Wat wel werkt? Wat ik denk dan he…. Vooral: je bewust worden van je eigen gedrag. De reden waarom je dingen koopt. Als je dingen koopt omdat je het je ontspant is het lastig te stoppen als je dat niet echt door hebt. Jezelf dingen ontzeggen en het vervolgens toch doen, levert dan alleen maar meer spanning op.

Vertel jezelf wat je wil.

Heb een visie voor jezelf. Omschrijf hoe je je leven wil leven. Hoe je wil dat je huis eruit ziet. Hoe je je dagen wil vullen. Hoe je je financiële leven geregeld wil hebben.

De persoon die je wil zijn, laat die een kilometers lang pinspoor achter zich als ze de stad in gaat, of koopt ze exact dat ene fijne ding waar ze naar op zoek was en heeft ze de moed niets te kopen als het niet goed genoeg is?

Springen de rommeltjes uit de kasten als ze ze opendoet, of liggen daar alleen, netjes georganiseerd, de dingen die ze nodig heeft?

Is haar huis een extra zorg of een schuilplaats, een plek om te ontspannen?

Past het kopen van dingen die je niet nodig hebt, in deze visie? Vermoedelijk niet.

Vind plaatjes van interieurs of outfits die je mooi vind. Vermoedelijk is er wel een rode draad in te vinden. Vraag je af: past wat ik nu koop, in dit plaatje?

Wacht dertig dagen.

De gouden regel. En ik zeg niet dat je altijd met alles dertig dagen moet wachten. Als je wasmachine is overleden is het een ander verhaal dan wanneer je besluit dat je nieuwe gordijnen nodig hebt. Als je een perfecte winterjas ziet met 70% korting en je oude hangt met touwtjes aan elkaar, is de keuze ook snel gemaakt. Maar er zijn zo veel dingen die je echt niet nodig hebt.

Pasgeleden wilde ik schoenenkasten. Ik zag ze in een home-tour bij iemand en dacht wow, dat staat netjes en strak!
Ik had al de man gevraagd of hij ze een keer mee kon nemen. Tot ik iets later bedacht dat dat een enorm slecht idee zou zijn. Schoenen (laarzen) hier zijn hier driekwart van het jaar modderig en nat. Al die rommel komt in de bakken te liggen en de voorkant zal ook niet erg schoon blijven, dus nog meer om te onderhouden. Na een paar jaar is de folie van ellende losgelaten en ziet het geheel erg haveloos uit. En dat de kinderen (of de man) hun schoenen netjes erin deponeren en de bakken dichtdoen is ook ijdele hoop.

Eigenlijk zijn de twee oude ivar kasten die in de ongebruikte wc staan, perfect. Af en toe veeg ik ze af, heel soms doe ik ze af met een sopje en hoe het eruit ziet maakt weinig uit, ik ben per dag ongeveer tien seconden in die ruimte.

Impulsaankopen zijn gevaarlijk! 🙂

Ga niet naar de winkel.

Of neem geen geld mee als je met iemand mee gaat. Of: gepast geld. Ga je voor een pak meel en een kilo appels, neem dan een briefje van 5 mee in plaats van je pinpas om te verhinderen dat je daarna met 50 euro aan dingen die je niet echt nodig hebt, buiten staat.

Doe andere dingen dan naar winkels gaan. Natuurlijk ‘moeten’ we de zelfstandige ondernemers die er nog zijn een warm hart toedragen maar dat kunnen we het beste doen door bij ze te kopen wat we nodig hebben. Zo veel mogelijk, zodat we de AH’s en andere monsterlijke corporaties links kunnen laten liggen.

Alles wat je koopt, geeft je een ‘verantwoordelijkheid’ ten opzicht van dat ding ding. Je moet het uitpakken, een plek geven, onderhouden, schoonmaken en uiteindelijk, zoals met 99% van de dingen die we aanschaffen, weggooien. Hoe minder van die verantwoordelijkheden we hebben, des te lichter voelt ons leven. En dat hebben we nodig, zeker nu!

Geef jezelf wat ruimte.

Aan puriteins gedoe en zelfkastijding hebben we ook niets. Als je zo geniet van het kopen van een paar leuke dingetjes voor je huis of een paar oorbellen of iets leuk voor je kinderen, geef jezelf dan een budget ervoor. En houd je eraan. Besteed je geld wijs en niet aan onzin. Maar:

Weet waarom je koopt wat je koopt

Waarom koop je dingen? Voel je je gefrustreerd? Gestrest? Ontevreden? Incapabel? Achtergesteld? Slecht in je vel? Bang om te kort te hebben?

Voordat je besluit met je pinpas te wapperen of ‘klik hier om te betalen’ aanklikt, ga bij jezelf na hoe je je voelt. Wil je de spullen kopen omdat je werkelijk meent dat ze bijdragen aan je plezier in het leven, of is het slechts afleiding van andere gevoelens?

Als je dingen koopt puur om niet met andere dingen bezig te hoeven zijn, is enige bezinning op zijn plek. En ik denk dat we (zeker nu… blabla) allemaal wat behoefte hebben aan afleiding. Of het nu gaat om films kijken, wijn drinken, eten, social media doorscrollen of was dan ook: soms is het fijn om ons even af te leiden als de ‘echte’ wereld eruit ziet als een doedelzak.

Maar wat je ook kan doen, is proberen deze gevoelens om te zetten in iets positievers. In plaats van dingen te kopen, maak een wandeling met een vriendin. Poets je ramen tot ze doorzichtig zijn. Doe iets fijns voor jezelf: een warme douche, een gezichtsmaskers, nagels lakken of wat dan ook. Lees een luchtig boek.

Uiteindelijk zorgen de meeste dingen die we kopen, alleen maar voor meer gedoe. Als de ‘high’ verdwenen is (zo ongeveer als de winkel uitloopt), is het een belasting geworden.

Neem afstand

In winkels zitten zelden ramen. Om je af te sluiten van de buitenwereld? Om je geest ‘gevangen’ te houden? Als je iets wil kopen, ga dan in elk geval even de winkel uit. Haal een paar keer diep adem. Wil je echt weer terug om het ding te kopen?

En: raak dingen niet aan. Als we dingen aanraken, schijnen we veel meer geneigd te zijn om het te kopen. Handen thuis dus 🙂

Bij twijfel niet bewaren :)

Het was weer eens tijd om te ontrommelen. In de kinderkamers, dit keer.

‘Dat had je toch net gedaan?’

Ja 😀 Vanaf dat de kinderen naar school gingen tot half september. Op het gemakje.

Inmiddels zijn we twee maanden verder en er sluipt van alles naar binnen met vier kinderen en hun moeder. Er waren ook dingen die ik eerder niet had aangepakt zoals een enorme berg viltstiften, maillots, potloden… en inmiddels waren er weer dingen zoals boeken, knutseltoebehoren en kledingstukken die niet (meer) gebruikt worden.

En gewoon een immense berg tekeningen. Ze hebben nu gezamenlijk een lege A4-tjes verbod tot ze elk notitieboekje dat ze nog hebben, hebben volgetekend (en dan nog zeuren om blaadjes uit mijn enige exemplaar…. 😀 )

Ik maak altijd eerst de la of kast of bak leeg. Dat is fijn, een heel nieuw begin, in een paar seconden. Dat motiveert! Lege ruimte is mooi.
Vervolgens leg ik alleen datgene terug dat ik zeker weten nodig heb en zeker weten ga gebruiken. De rest gaat direct in een doos met kringloopspullen, of in de kliko.

Als ik wel eens wat terug haal uit een doos met spullen kom ik er daarna altijd weer op terug en verdwijnt het uiteindelijk altijd alsnog. Omdat focussen op wat mag blijven, nuttiger is dan focussen op hetgeen dat mag gaan. De dingen op die manier bekijken, maakt mijn beslissingen helder.

Waar mogelijk probeer ik eenmaal een besluit te nemen en daar niet meer op terug te komen. Dingen terugleggen en denken dat ik het wel ga gebruiken als in een opgeruimde kast ligt: bij mij werkt het nooit.

Al die overbodige spullen maken het binnen de kortste wederom zo rommelig als het was. En dan blijf ik bezig.

Opruimen doe ik dus altijd met een vuilniszak en een doos voor de kringloop erbij. Twijfel = niet behouden.

Ik lees soms wel eens van mensen die dingen toch weer missen of denken nodig hebben en spijt hebben van hun opruimpogingen. Maar mijn leven is zo veel simpeler aangenamer met nog 20% van de spullen die ik ooit had, dat een klein beetje ongemak van iets dat ik niet meer heb en wat misschien nog eens vijf minuten nuttig zou kunnen zijn, in het niets valt.

Gisteren had ik geen vaas voor twee bossen tulpen die ik kocht voor 10 kronen per stuk. Ik hartje witte tulpen. Dan zou ik kunnen denken dat het vreselijk en ach en wee was dat ik geen vaas meer heb, maar in een halve minuut had ik de inhoud van twee glazen potten in kleinere potten overgegooid en nu staan de tulpen in twee grote weckpotten die ik als de bloemen zijn uitgebloeid, gewoon weer gebruik voor koffie, meel of wat dan ook.

Er is altijd wel een alternatief. We kunnen besluiten gewoon zonder iets te doen, iets te lenen, creatief te zijn…. Iets niet hebben, is geen drama. Denken in oplossingen, niet in problemen.

In de hele geschiedenis zijn we nog nooit zo bespuld geweest als nu en nog nooit hadden we zo het idee altijd te weinig te hebben.

Het is zo heerlijk om het huis weer te hebben ontdaan van overbodige rommel. Er zijn ruimtes waar ik zelden iets hoef te doen: de keuken, onze slaapkamer, de woonkamer, de klerenkast van mij en de man, de badkamer: af en toe vijf of tien minuten is genoeg om alles rommelvrij te maken. De gang, kinderkamers, de bijkeuken en de ruimte om het huis daarentegen: waah! 😀

Het geeft me weer helderheid, extra ruimte in huis en in mijn hoofd, ook al zijn het ruimtes waar ik dagelijks niet meer dan een paar minuten ben. Weten dat alles netjes en op orde is en dat wat er niet meer hoort, nu wel op de goede plek ligt (doos voor kringloop, papierkliko…) doet me goed.

Voor mij is niet twijfelen aan mijn eigen beslissingen de makkelijkste en meest eenvoudige manier om simpel en eenvoudig te kunnen leven en zo veel mogelijk plezier te hebben van een ‘leeg’ huis.

Nu alleen nog even een ritje naar de kringloop 😀

Kinderspeelgoed minimaliseren in een kwartier

Foto door Alexas Fotos op Pexels.com

Hebben je kinderen enorm veel speelgoed? Van dat lelijke plastic met 4590659683 kleine onderdelen dat alleen maar op de grond gegooid wordt of het onderwerp is van menig meningsverschil en gehuil?

Ik ben geen fan van speelgoed, zo veel moge duidelijk zijn. Het is ook niet nodig: als je leest hoe weinig (niets) ze hadden in de boeken van Het Kleine Huis besef je dat wat we ook toevoegen, overbodig is. De kinderen toen waren gelukkig met een lappenpop. Eentje. En een lolly voor kerst. En dat is niet de tijd waarin we leven, maar wel een les om te onthouden.

Je kinderen overvoeren met speelgoed is naar mijn idee dodelijk voor hun creativiteit. Waarom spelen ze zo leuk op vakantie in de caravan? En waarom kan dat niet thuis? Wellicht om dezelfde reden als dat wij ons daar zo fijn voelen: er is niets overbodigs om ons druk om te maken of over te stressen.

Maar natuurlijk kan je ook je eigen huis zo inrichten. Alleen het nodige. En waarom zou je bergen speelgoed, of tot en met een speelkamer hebben voor je kinderen omdat anderen het ook hebben, terwijl je er zelf krankjorum van wordt?

Mijn ervaring is dat kinderen zelden iets missen. Niet dat ik al hun speelgoed constant wegdoe, er komt ook maar heel weinig bij maar toen ze nog kleiner waren ging opruimen met de botte bijl altijd prima en zonder dat ze ooit nog vroegen om hetgeen dat mijn opruimwoede niet had overleefd.
Als ze wel eens ergens om vragen, antwoord ik dat het ‘beneden’ ligt en dat ze het kunnen pakken maar die moeite nemen ze eigenlijk nooit.

Als je wil weten of het werkt, een heel beperkte hoeveelheid speelgoed, is dat in een kwartiertje uitgezocht.

Je hebt nodig:

  • plek op zolder of in een kast
  • grote dozen of manden
  • slapende kinderen
  • goede zin

Je doet:

  • een passende hoeveelheid spullen voor je kinderen bedenken. bijvoorbeeld hun leeftijd + 3 stuks
  • de favoriete dingen uitzoeken. bijvoorbeeld duplo, een knuffelbeest, een speelhuisje en potloden
  • de collecties verkleinen indien te groot: een kuub duplo is echt te veel, net als meer dan twee van elke kleur kleurpotloden
  • de rest van de rommel naar boven brengen. uit het zicht van de kinderen.

Misschien vragen ze waar de spullen zijn gebleven. Dan kan je simpelweg antwoorden dat ze hun favoriete dingen nog steeds hebben en je kunnen vragen om dingen die ze missen maar dat je denkt dat ze meer plezier hebben in spelen als er niet zo veel speelgoed is en dat jullie altijd dingen zelf kunnen maken.

Hier gebruiken ze alles waar ze hun handen op kunnen leggen. De oude koffiemolen, de grote lege blikken van bierstroop, schelpen, takken, kastanjes, eikenoten, plakjes boom die achtergelaten zijn waar bomen zijn gekapt, bladeren en heel veel papier, kleurpotloden en touw.

Gisteren hadden ze een hut gemaakt met plakjes steen als borden, en mosselschelpen (de vogels laten ze kapot vallen op de rotsen naast het huis) als eten, blikken vol gras en modder (soep), wat houtblokken (vuur) en een paar planken (stoelen). Altijd zo grappig om die dingen terug te vinden.

Als je alles verwijdert uit je dagelijks leven, scheelt dat een heleboel stress. De dingen sorteren en uitzoeken kan je later doen. Dat geldt voor je keuken, je badkamer of je klerenkast net zo goed als voor het speelgoed van je kinderen. In een kwartier kan je in plaats van chaos, kalmte creëren.

En stuit het op protesten, dan kan je altijd in goed overleg iets meer houden, op voorwaarde dat ze het zelf opruimen. Want dat is ook een groot voordeel van heel weinig speelgoed: het blijft overzichtelijk genoeg voor ze om zelf op te kunnen ruimen, zo lang opruimen niet ingewikkelder is dan spullen terug in een mand leggen of op een plank zetten.

Want dat is het ook nog eens: al die pinterestwaardige bakken met verschillende types speelgoed, dat kunnen kleine kinderen zelden netjes houden. Je kan van een twee- of driejarige niet verwachten dat ie een grote brij speelgoed in zes bakken sorteert.

Buiten.

In plaats van plastic ding nummer zoveel te kopen of in ontvangst te nemen, is het misschien een idee om te investeren in een goed regenpak.

Hier gebruiken we in de winter meestal gevoerde regenpakken omdat echte winteroveralls te warm zijn. Didriksons, Helly Hansen, Norønna, Nordbjørn, CeLaVi en Lindbergh zijn merken met goede regenkleding maar ook H&M heeft (hier althans) best acceptabele kwaliteit.

Met kaplaarzen, een goed regenpak (kies een exemplaar met elastiek voor onder de schoenen), regenwanten en eventueel een regenhoed (er is geen slecht weer, alleen slechte kleding hé ;)) kunnen kinderen altijd comfortabel naar buiten, ook al regent het. Het is zelfs veel leuker, want je kan in enorme regenplassen stampen en rollen zonder nat te worden.

Buiten is alles beter.

Ik vind kinderen serieus een stuk leuker als ze geen bergen speelgoed hebben. Ze zijn er leukere mensen door en het scheelt mij een berg stress en gedoe.

Een goede tijd voor meer minimalisme.

Waarom zou je nu precies je overbodige spullen weg gaan doen? Wel, het is altijd de goede tijd om dat te doen maar nu nog wat meer dan anders, naar mijn idee.

Spullen bieden geen zekerheid. Althans, nutteloze spullen. De laatste tijd houd ik wel wat meer op voorraad wat betreft essentiële zaken als kinderkleding en -schoenen: als ik goede dingen vind tweedehands, dan koop ik ze. Ik heb er ruimte voor gemaakt in mijn kasten om het op maat op te kunnen slaan.

Maar verder zijn er natuurlijk zo veel dingen die we in ons leven houden met het idee dat er nog wel eens schaarste zou kunnen ontstaan. En ik moet zeggen dat dat me nu een stuk reëler in de oren klinkt dan een jaar geleden maar dan nog moeten we eerlijk zijn en bedenken hoe nuttig het is om iets bij je te houden omdat het ooit wel eens niet meer gemaakt zou kunnen worden als we het hele ding in de eerste plaats al kunnen missen als een gat in ons hoofd.

Een huis met alleen de dingen die we graag gebruiken of zien, geeft een helderder geest (stel je voor hoe erg het zou zijn als ik een huis vol rommel had :D).
Het schept ruimte in je hoofd voor andere dingen: als je hersens constant rommel of dingen om te doen registreren (al is het onbewust) en malen over niet essentiële zaken, wordt het maken van andere beslissingen of het maken van plannen, moeilijker.
Het zorgt dat je ziet wat belangrijk is. Mijn gezin, gezondheid, liefde. Niet de plaatsing van de vaasjes op het dressoir, wat de nicht van de kapper van de buurvrouw over me vertelde of de koers van mijn aandelen.
Het vermindert stress. Er is een reden dat een wellnesscentrum, waar je moet ontspannen, er niet uitziet als een bruine kroeg. En niets ten nadele van dat laatste maar in huis is enige orde gewenst.
Zo min mogelijk ‘gedoe’ zorgt ervoor dat we het hoofd boven water houden. Minder spullen, minder verplichtingen, minder financiële zorgen.
Het zorgt ervoor dat je weet wat je wil. Als je huis een wirwar is van impulsaankopen, dingen die je ook wel leuk vond toen je ze toevallig in de winkel zag, dingen waarmee je ooit nog wat wil doen of die ooit op een regenachtige dag nog van pas kunnen komen, verlies je jezelf. Net als wanneer je je administratie maar liever in een kast propt en negeert of je je druk maakt om wat anderen van je denken. Jezelf omringen met alleen datgene dat betekenis heeft zorgt ervoor dat je beter weet wat belangrijk is voor je (en vooral wat niet)
Het maakt je zorgelozer. Als je elke dag verantwoordelijk bent voor het ‘verzorgen’ van enorme bergen met overbodige spullen, levert dat kopzorgen op. Die dingen wegdoen, vermindert ook je zorgen.

Als ik zo min mogelijk overbodige spullen heb, kan ik zien wat belangrijk is in mijn leven. Wat ik echt nodig heb.

Het gaat me niet alleen maar om gezellig het huis opruimen maar ook om bewust leven met minder. Want hoe minder je nodig hebt, des te minder kwetsbaar ben je voor invloeden van buitenaf.

We kunnen nu nog allemaal volhouden dat het in het voorjaar weer zal zijn als in het voorjaar van 2019 maar dat gaat niet gebeuren. Er zullen massa’s bedrijven failliet zijn, familiebedrijven de nek om gedraaid worden en mensen worden massaal werkeloos. Er komt een storm op ons af die zijn weerga niet kent terwijl iedereen zich zijn vrijheden laat afnemen uit angst voor een virus dat niet dodelijker, hetzij iets geniepiger is, dan de gewone griep.

Zo min mogelijk afhankelijk zijn van luxe en comfort is belangrijker dan ooit. Omdat het je zorgelozer maakt. Omdat het zorgt dat je ‘wendbaarder’ bent. Minder vatbaar voor onheil. Baanverlies. Inkomensverlies.

Of het nu gaat om wat je eet, de kleren in je kast, de spullen in je huis, je verslaving aan ‘tech’, je afhankelijkheid van het internet, het gemak van je auto, je apparaten: less is more.

Hoe minder je nodig hebt, des te sterker je bent. En we zijn veel sterker, flexibeler en wendbaarder dan we denken. We hebben ons hele leven geleerd dat geluk, vindingrijkheid, creativiteit en genieten van het leven dingen zijn die we moeten kopen en laten maken door een ander. Dat is simpelweg niet waar.

In donkere tijden (wat het wat mij betreft zijn) moeten we de kracht vinden in onszelf en ons bevrijden van alles wat ons hierbij tegenhoudt.

Het kopen of hebben van dingen kan een afleiding zijn. En ik heb ook mijn afleidingen. We hebben bijna allemaal dingen nodig die ons afleiden. Kies ze wijselijk. En als het kan, zorg dat het iets is dat niet te ver buiten jezelf ligt.

Dus. Het is 11 graden, de zon schijnt, ik ga mijn bikini aandoen en spring in de zee.

Doei!

Hoe je de rommel ook echt weg krijgt.

Ken je dat, dat je spullen alleen maar verplaatst? Naar een plek waar het hopelijk minder in de weg ligt? Om dan later geen idee te hebben wat het ook weer was, alles uit te pakken en te denken: oh, dit is ook leuk, ik wist niet dat ik dat nog had, oh waarom heb ik dat bewaard? En dan zit je met alle spullen om je heen en besluit je de chaos maar weer terug te stoppen waar het vandaan komt, voorzien van een label met ‘diverse’ of ‘allerlei’. Leuk voor over vijf jaar als je weer een poging doet.

Nu ben ik zelf vrij rigoureus maar haalde soms ook wel eens iets uit een doos voor de kringloop omdat ik dacht het nog nodig te hebben. En altijd leg ik het vervolgens toch weer terug voor de kringloop. Weg is weg.

Hoe zorg je ervoor dat je niet eindeloos met spullen blijft rondsjouwen?

Heb een idee van wat je wil

Wil je de overbodige spullen, of een opgeruimd huis en een kalme geest? En als je wat ouder bent, wil je dat je nabestaanden zich druk moeten maken om al je oude rommel of ga je liever in stijl, met alleen een spaarsaldo, eigen huis, een koffer kleren en een doosje met persoonlijke schatten als erfenis?

Het is net zoals met eten: wil je de koekjes of het gezonde en slanke lichaam?

Zie voor je waar je naartoe werkt. Is er in dat ideaal ruimte voor dozen vol oude boeken, textiel dat ooit van je oma was, babykleertjes om een half weeshuis te voorzien en gênante, pijnlijke oude dagboeken?

Wees rigoureus

Waarom zou je spullen houden waar je over twijfelt?
Zou je het weer kopen of in je leven accepteren als je nu voor de keuze werd gesteld?
Past dit in het leven zoals je dat voor je ziet?
Het zijn maar dingen. Die alleen iets betekenen, omdat jij dat in je hoofd hebt.

Als je iets liever niet meer wil maar er is iets dat je tegenhoudt, maak dan een outbox. Bijvoorbeeld voor ongebruikt kinderspeelgoed, waar ze misschien nog wel naar vragen. Kledingstukken die je net niet past maar met de kilo’s die je af wil vallen, misschien over een paar maanden wel. Voorwerpen die je niet meer blij maken maar waarvan het lastig is ze weg te doen. Leg ze in de outbox met een datum erop en kijk hoe het voelt als die dingen ‘weg’ zijn. Niet echt weg dus, maar tijdelijk uit je leven. Opgelucht? Vast. Mis je het? Dan kan het blijven.

Houd niets voor anderen

Bewaar geen spullen omdat andere mensen dat van je verwachten. Als je iets hebt gekregen van iemand, is het van jou om ermee te doen wat je wil.

Mijn moeder had wel eens de neiging om te vragen of ik iets nog had, dat mijn oma bijvoorbeeld aan me had gegeven. Meestal ben ik dan maar gewoon eerlijk. Als er iemand niet moeilijk deed over zulke dingen, was het mijn oma. Ik heb weinig van mijn opa’s en oma’s. Ik vind het gewoon niet aangenaam om iemand op die manier ‘om me heen te hebben’.

Mijn broertje is precies andersom en zijn huis lijkt steeds meer op dat van mijn opa. Ook prima. Doe wat bij je past, doe het niet omdat een ander het verwacht. Weggooien, bewaren… wat dan ook.

Het helpt om je wensen duidelijk kenbaar te maken. Geef mensen geen carte blanche met verjaardagen maar vraag dingen die je op kan maken en vertel ze dat je streeft naar een leven met minder spullen, niet meer.

Handel het meteen af.

Kleding gesorteerd? Een doos met spulletjes verzameld? Gooi het achterin de auto om af te geven en rijd de volgende keer even om om dat ook daadwerkelijk te doen. Zet het niet in de schuur waar kinderen er weer in gaan lopen schatzoeken, of waar je zelf weer in de verleiding komt om dingen terug te halen.

Heb duidelijke regels voor spullen.

Als ik iets niet gebruik, gaat het weg want blijkbaar kan ik prima zonder leven. Kleding geef ik doorgaans een maand of drie en als ik het niet meer draag of uittrek na een paar uur dragen wegens ‘meh’ dan gaat het weg. Kleding van de kinderen die te klein is, gaat direct in de zak voor de kledingcontainer als het niet de moeite van het bewaren is.

Vind ik iets mooiers dan wat ik heb, dan vervang ik het en dan gaat het oude weg. Vind ik het zonde om het oude weg te doen, dan heb ik blijkbaar niets nieuws nodig. Dit geldt vooral voor gebruiksvoorwerpen die op eigen houtje lijken te vermenigvuldigen. Dekens, bedtextiel, drinkbekers…

Organiseer dezelfde dingen bij elkaar.

Een fleecedeken kan je gebruiken in de winter voor extra warmte, als je gaat kamperen, als het buiten koud wordt, voor een ziek kind op de bank, in de auto tijdens een lange reis…. Je hebt er hier echter maar EEN deken voor nodig en niet eentje in de woonkamer, een in de kamer van je kind, een in de auto en een bij de kampeerspullen.

Dat geldt voor alles. Opschrijfboeken, pennen, cd’s, kleding, tuingereedschap, glazen… Houd alles wat je hebt, bij elkaar. Zo zie je hoeveel je daadwerkelijk ergens van hebt en waar je teveel hebt. Waarom zou je bijvoorbeeld onhandige wijnglazen in een doos in de schuur bewaren, of extra dekens of gelezen boekjes terwijl er zo veel ander moois te lezen is?

Beperk de ruimte

Een nieuwe kast, handig bakje of ander opbergding is zo gekocht. Maar heb je een ding aan je deur nodig om 20 paar schoenen in op te kunnen bergen of zijn vijf paar schoenen alles wat je nodig hebt?

Ik heb twee pakjes kerstballen en een doosje met decoratie voor de kinderen. Als het niet meer in de doos past, moet er iets anders weg.
We hebben in dit huis geen garage en een beperkte opslagplek voor gereedschappen en dergelijke maar dat werkt eigenlijk prima.
De kleding van mijn twee jongsten ligt in een kastje met zes manden en dat is ruimte genoeg. Er kan niets meer bij en er hoeft ook niets meer bij. Of het nu gaat om textiel, cd’s, collecties: geef het een bepaalde ruimte en houd het daarbij.

Wees kieskeurig.

Komt je moeder met een doos vol herinneringen, vraag je dan af of je wel wil weten wat erin zit. Je hebt het nooit gemist, dus waarom zou je allerlei moeilijke beslissingen op je hals halen voor dingen waar je vijf minuten geleden niet wist dat ze bestonden?

En soms komt er wel opeens iets leuks. Een oud kopje van vroegah, dat veel leuker voor je kind is dan het lelijke plastic waar hij of zij nu uit drinkt. Ruil het dan om. Houd alleen dingen die echt een meerwaarde bieden.

Ik heb mijn moeder gevraagd om alles van mij weg te doen want eerlijk, ik heb niets met al die oude dingen. ‘Misschien leuk voor de oudste’ zei mijn moeder over de paardenboeken. Ja, misschien. Maar die boekjes liggen hier manshoog opgestapeld bij de kringloop dus waarom zou ik me tien jaar druk maken om een meter boeken die toch niet gelezen worden? Vervolgens heeft geen van mijn kinderen ooit een paardenboek gelezen.

Ooit is nooit

Bewaar het niet voor ‘ooit’, als in: je weet nooit wanneer je het nog eens nodig hebt. Ooit is nooit.

Ik weet dat over drie jaar, mijn tweede dochter in de winterjassen en skibroeken van de oudste past. Die bewaar ik, want duur en nog perfect. Dat is een concreet tijdstip. De skispullen terwijl je geen idee hebt wanneer je weer gaat skiën of de babydekens terwijl je enige kind 40 is en nul interesse heeft in kinderen: ooit. Dus nooit.

Onthoud dat je altijd dingen kan huren, als je ze nodig hebt. Scheelt je ook nog eens het gedoe van eigenaarschap.

Hoe minder spullen je nodig hebt, des te meer vrij ben je.

Minder nodig hebben is net zoals altijd meer nodig hebben, een vicieuze cirkel. Eenmaal gewend aan leven met minder, blijkt veel van wat we ooit voor noodzakelijk hielden, overbodig.

Het is niet de bedoeling om nooit meer iets te willen of nooit meer iets leuk te vinden. In tegendeel, hoe minder je hebt, des te belangrijker zijn de dingen voor je. Je lievelingsmok voor je koffie, je enige en favoriete koekenpan, je notitieboek waarin je zorgvuldig de goede dingen om te herinneren opschrijft, je met jaren van gebruik heerlijk zacht geworden linnen lakens, de lichtelijk sleetse maar daarvoor extra mooie wollen deken…. Gun dat jezelf.

Experiment: mini garderobe.

In september deed ik een experiment met een heel kleine garderobe. Gewoon, omdat dat leuk is op zijn tijd.

Ik had drie broeken, vier tops, twee truien en twee vesten. Broeken O.o Ja. Na twee jaar 99% van de tijd jurken en rokken te hebben gedragen, koos ik voor broeken. Ik kreeg twee heel comfortabele exemplaren van de man.

Uiteindelijk was ook deze hoeveelheid nog gewoon genoeg. Ik heb niet eenmaal mis gegrepen of zonder kleren naar buiten gemoeten 😀 en de eerste drie weken ook geen afwisseling gemist. Ik had beter een jurk in plaats van een broek kunnen kiezen. Of nog een rok met een kort vestje, maar ik was veel buiten en in huis bezig met van alles en dan is een broek best praktisch.

Aan het einde van september, was ik mijn 90% zwarte ‘capsule’ wel een beetje beu en was ik blij een deel de rest van mijn kleren weer te kunnen dragen. Ik denk dat ik ook de afwisseling eerst weinig miste omdat ik heel veel bezig was.

Er waren ook dingen die ik totaal niet gemist had. Wat dingen die toch al ‘nah’ waren na een jaar, of twee intensief dragen en wassen. Een zwarte jurk met paarse bloemen die ik om te zien geweldig vind maar om te dragen: neen. Net te kort, net te wijd en ik heb geen idee waarom ik hem heb gehouden toen ik hem had besteld. Het label ‘Made in England’ denk ik 😀

Er waren ook dingen die ik graag zou willen hebben. Een mooie leren zwarte rok. Een kasjmier longsleeve: lekker warm zonder ‘bulk’ zoals een gewone wollen trui en even warm. Een echt warme trui die je niet ook kan kopen in een sportwinkel in een neutrale kleur-maar-geen-zwart.

Er zijn zo veel van die lijstjes met ‘de perfecte capsule wardrobe’ en die zeggen allemaal hetzelfde en meestal kan ik er weinig mee.
Een goede spijkerbroek: staat me niet, hoe mooi en goed ook.
Een colbertje: vind ik vervelend om te dragen.
Een trenchcoat: doet me eruit zien alsof ik mijn moeders kleren heb aangetrokken om me te verkleden.
Een wit overhemd: maakt me geel in het gelaat, bovendien ben ik nogal knoeierig.
Een zwarte legging: nei, takk.
Flatjes: vreselijk, bij mezelf dan.

Ik wist het al maar besefte wederom: als ik wil leven met een minimum aan spullen, moeten ze van perfecte kwaliteit zijn. In elk geval zo goed als ik me kan veroorloven. Een trui van 400 euro slaat naar mijn idee nergens op, maar er is vaak een groot verschil tussen een exemplaar van 30 en 120 euro.

Het was een leuk experiment. Ik besefte: ik hoef niet zozeer keuze, maar wel afwisseling. Ik hoef eigenlijk niet drie broeken, maar wel een broek, jurk en rok.

Geen drie dezelfde vestjes in een andere kleur of drie dikke truien maar wel een ‘perfect’ vestje, een fijne kasjmieren longsleeve en een goede trui.

Met heel weinig kleren, valt de mindere kwaliteit van een kledingstuk extra op.

Maar: liever tien dingen in perfecte kwaliteit, dan 20 -of 33- dingen van twijfelachtig allooi.

Het was dus wel verhelderend. De komende tijd investeer ik als ik ze nodig heb in goede basisstukken van natuurlijke materialen, in neutrale kleuren. Dingen die ik minimaal een paar jaar met plezier wil dragen. Dingen die perfect passen.

Met wat aandacht en een eigen idee van wat ik leuk vind en wat me staat, kan ik met nog minder kleding toe. Een beetje extra aandacht en iets betere kwaliteit = de perfecte garderobe.

Hoe maak je een minimalistisch huis?

Foto door cottonbro op Pexels.com

Door al je rommel weg te doen, natuurlijk 😉 Maar het oog wil ook wat. Ik deed een concessie aan de man zijn liefde voor spullen maar ik vond het helemaal niets. Ik houd van oude spullen maar niet in een relatief modern huis. Onze meubels zijn dus weer teruggebracht naar het hoognodige en dat vind ik heerlijk. Ik voel me niet mezelf in een huis vol grote zware meubels.

Hoe creeer je een minimalistisch huis?

  • Bekijk de ruimte. De lichtinval. De mogelijkheden.
  • Kies kleuren. Of, neutrale tinten. Houd je hieraan bij het uitzoeken van meubels en andere spullen, hoe leuk die paarse bank en groene lampen ook zijn. Tenzij dat je gewenste kleuren zijn; niemand die zegt dat minimalisme grijs en grauw moet wezen. Of, niet iedereen is die mening toegedaan. Ik vind het zelf mooier om alles rustig te houden.
  • Kies bewust wat je erin wil hebben. Als het niet 100% zeker waarde toevoegt, heeft het geen plaats in je leven. Ook niet op je zolder of in de nok van je garage. Wellicht wel in het huis van iemand anders. Geef zo veel mogelijk weg.
  • Kies voor licht en luchtig. Geen zwaar eikenhout of praktisch onverplaatsbare meubels, zware tapijten of gigantische plafondlampen.
  • Zorg voor voldoende opbergruimte. Vermijd een wirwar van kastjes, mandjes en bakjes maar zorg ervoor dat alles een plek heeft in (ingebouwde) kasten. Ingebouwde kasten zijn ideaal maar helaas worden moderne huizen hier niet standaard mee opgeleverd.
  • Kies voor natuurlijke materialen. Kurk, wol, leer, linnen, katoen, hout, metaal, glas… Plastic wordt lelijk zodra het beschadigd raakt. Daarvoor eigenlijk al. Natuurlijke materialen krijgen alleen maar meer charme met het gebruik.
  • Houd de vloer zo leeg mogelijk. Lampen met snoeren, mandjes met tijdschriften, planten op krukjes, kleine tapijtjes… al deze dingen dragen bij aan een rommelig beeld en maken schoonmaken een meer tijdrovende bezigheid. Hang lampen aan muren of laat ze inbouwen, verkies een groot tapijt boven meerdere kleine en wees heel kritisch in wat je verder op de grond zet. Een lange bank in plaats van drie stoelen aan je eettafel.
  • Ga eerst door al je spullen heen, voor je opbergmeubels aanschaft. Zo voorkom je de aanschaf van overbodige meubels en vermijd je de mogelijkheid om rommel te bewaren in de toekomst.
  • Kies multifunctionaliteit. Een kist die als extra zitplaats dienst kan doen of een kleine bijtafel die je makkelijk op je balkon kan zetten.
  • Organiseer de dingen die je wel houd. Zorg dat het makkelijk te pakken en vooral op te bergen is. Houd lege ruimte in je kasten. Geef spullen de ruimte.
  • Koop zo min mogelijk nieuwe dingen en voeg alleen dingen toe na rijp beraad en een afkoelperiode.
  • Koop niets in een aanbieding dat je niet voor de volle prijs zou kopen
  • Koop niets dat je niet cash kan betalen, behalve een huis of appartement
  • Luxe is niet nodig. Makkelijk schoon te maken, goede opbergplekken en licht, dat is luxe. Een keuken van 25000 euro is op zijn vriendelijkst gezegd, overbodig.
  • Maak waar mogelijk grotere ruimtes van meerdere kleine ruimtes.
  • Zorg dat je oppervlakken leeg kan houden, door bijvoorbeeld een televisie aan de wand te monteren en geen dingen op het aanrecht te hoeven houden wegens plaatsgebrek.
  • Houd gordijnen licht en luchtig, zoals bijvoorbeeld vouwgordijnen of simpele witte katoenen gordijnen.

38 (ofzo) dingen die we niet meer kopen.

Foto door Karolina Grabowska op Pexels.com

We kopen zo veel niet meer maar soms is het gewoon leuk om het even op een rijtje te zetten. Ik vind zulke lijstjes namelijk gewoon leuk.

  • Cosmetica. Ik gebruik wat etenswaren (walnootolie, baking soda, rozenwater, roggemeel) en een borstel voor mijn huid (drybrushing). Het gebruik van stylingproducten voor mijn haar heb ik lang geleden opgegeven en ik heb vrede met mijn haar zoals dat uit mijn hoofd groeit. Op een paar make up producten na (oogschaduw, wenkbrauwpotlood, mascara) ben ik hierbij ook op een aangenaam minimum beland.
  • Nagellak. Een jaar geleden had ik een opleving en bedacht dat een kleurtje af en toe wel leuk was en dat is het ook, maar naast nagellak heb je watjes en remover nodig en olie om je uitgedroogde mishandelde nagels weer op te leven… Dat was me te veel gedoe. Exit nagellak.
  • Kampeerspullen. De twee grote kinderen hebben een slaapmat en slaapzak voor als ze gaan overnachten met de padvinders en een tent om te kamperen in de tuin maar zelf vind ik kamperen echt vreselijk. Het idee vind ik altijd heel leuk (romantisch en eenvoudig en gezellig) maar daar houdt het echt bij op.
  • Dingen voor in de tuin. Ik ben geen moestuinierder en ben tevreden met het kweken van wat sla, kruiden, oost indische kers en enorme hoeveelheden komkommerkruid.
  • Handige dingen. ‘Altijd handig’ is gewoon zelden handig en zeker niet altijd. Het is vooral 99% van de tijd onhandig omdat je voor elk ding moet zorgen.
  • Dingen speciaal voor kinderen. Kinderbestek, kindermeubels, kleinekinderbedden. Ze gebruiken gewoon de grotemensendingen. Al lang. De enige die echt sloopvast bestek enzo nodig had, was de jongen maar die is ook bijna elf en eet ook al tijden zonder ongelukken van gewoon servies.
  • Meer dan een set beddengoed per persoon. Mochten een nare buik-bug vatten, dan pakken we wel even een deken erbij, binnen vier uur is alles weer gewassen en gedroogd als het moet.
  • Speelgoed en spelletjes. We hebben genoeg (lego, duplo, bordspelletjes). We lopen daarbij nog zelden kring 🙂 dus er komt echt niets meer bij. Als ze iets willen, maken ze het zelf.
  • Buitenspeelgoed. Er zit hier een organisatie, die heet BUA en daar kunnen kinderen fietsen, skatebords en al zulke dingen lenen, gratis. Mijn ervaring is dat ze het even leuk vinden en daarna doen wat ze altijd doen en dat is tekenen, lezen en door het bos schuimen. Het is fijn om het zo begeerde maar al snel verlaten object weer te kunnen retourneren.
  • Kerstcadeaus. Althans, niet in tastbare vorm. Allemaal waren ze voor de ‘lappen’ in de boom. Een lapp is Noors voor een briefje waarop stond dat we een ijsje gingen eten, naar de film zouden gaan etc.
  • Kinderboeken. Bieb. Soms kringloop. We hebben een paar klassiekers die we altijd houden. Molletje, Opa Jan, een paar sprookjes- en Noorse ‘folkeeventyr’boeken maar de rest is ‘vloeiend’. Erin, en er weer uit.
  • Opbergmeubels. We hebben drie kallax kasten van ikea voor platen, mooie cd-uitgaven, boeken, tekenspullen en spelletjes en de kasten die hier in het huis stonden. Ik heb zo veel kunnen wegdoen en organiseren dat we veel van de opbergers die we hadden, niet meer nodig hebben zoals die voor de klusspullen van de man. Ja, minimaliseert voor u organiseert.
  • Decoratie. Op een zonnige dinsdagmorgen besloot ik alle decoratie uit de woonkamer weg te doen. Alle? Ja. Heb ik iets gemist? Nee. Blijft het zo? Geen idee. Wat mij betreft wel. Soms heb ik de malle neiging het huis te willen opleuken, vooral als de man klaagt over het gebrek aan leuke dingen aan de muur. Dan denk ik: waarom zou je je druk maken want je kijkt of in een boek, naar je bord met eten, naar een scherm, naar je glas bier (soms naar mij :D) of buiten naar je boot of auto en dan voel ik me volledig gerechtigd alles weer weg te halen 😀
  • Opbergbakjes. Om een zelfde reden. Ik bewaar wel lege ijs- en yoghurtbekers voor vettige motoronderdelen, stukjes van bootjes en ander rondslingerend spul. Organiseren nodigt te veel uit tot rotzooi bewaren.
  • Alles met sjemiese luchtjes. Allesreinigers, wasverzachter, parfum, geparfurmeerde douchegel of bodylotions, geurkaarsen… het is allemaal leuk en verleidelijk maar het is enorm slecht voor je. Misschien de natuurlijker varianten niet, maar die zijn me te duur, als het alleen maar ‘voor het leuk’ is.
  • Data voor mijn mobiel. Want mijn niet-zo-smartphone is foetsie, dus al wilde ik hem gebruiken…
  • DVD’s. Ook cd’s kopen we zelden, maar heel soms wil de man nog wel eens iets aanschaffen dat hij echt heel leuk vindt. Het gebeurt 2 a 3 keer in een jaar, dat er opeens een cd in de brievenbus ligt.
  • Echte boeken, voor mij. Ik heb een tijdje weer fanatiek echte boeken gekocht en gelezen tot ik me ergerde aan het kopen en weer weg doen van grote blokken bedrukt papier. Dus nu ben ik weer helemaal op mijn kindle. Als ik iets meer moet betalen dan 5 kronen voor een boek, ben ik ook meer geneigd het uit te lezen. Ja, raar maar waar. De man koopt nog wel echte boeken en heeft een TBR voor de komende twee jaar. In geval van nood kan ik altijd nog Clive Cussler gaan lezen.
  • Wegwerp…. aanstekers, servetten, doekjes, zakdoeken, pennen, borden, schortjes, handschoenen, bekertjes, tafelkleden en wat je verder nog weg kan gooien. Uitzondering voor wat hygieneproducten en verantwoord keukenpapier.
  • Eenzaam verpakte producten en portieverpakkingen. Omwille van gemak ben ik niet heel strikt op het vermijden van plastic (vlees, biologische wortels en ketchup: allemaal eigenlijk niet zonder plastic te verkrijgen. Maar je kan het ook overdrijven. En per saldo voegt het weinig toe aan de berg plastic maar uit principe koop ik het gewoon niet.
  • Kruiden die maar in een gerecht kunnen. Asafoetida ofzo. Of nootmuskaat. Als het ergens in moet, verzin ik wel wat anders. Natuurlijk kan het in meerdere gerechten maar dat maakt het niet eenvoudiger. Ik ga niets iets koken om een kruid op te kunnen maken.
  • Meer dan EEN van een heleboel dingen. Ovenschalen, beddengoed, winterlaarzen, handtassen, lippenbalsems, tandenborstels, koffiezetapparaten en sjaals. Want een = genoeg, over het algemeen.
  • Meer kleding dan noodzakelijk. Nu de kinderen iets groter worden alles wat minder rommelig, is dat ook makkelijker.
  • Cadeautjes om het cadeautje. Nu hebben we hier ook een klein kringetje, maar ik doe niet aan cadeautjes omdat iemand jarig is. Ik koop iets voor iemand als ik iets leuks zie zoals vorig jaar deze onderzetters voor mijn vader, een vogelfanaat. Ik verwacht ook geen cadeautjes en echt, iedereen maakt me blijer als gulle gaven achterwege gelaten worden.
  • Leningen. Je afhankelijkheid van geld en materiele zaken verkleinen is altijd vele malen slimmer dan lenen en hoewel ik snap dat het soms niet anders kan is het echt een last resort, en iets dat NOOIT aangewend zou moeten worden voor dingen die niet heel strikt noodzakelijk zijn. Ik zit en slaap liever op de vloer dan dat ik de Leen van Frisia in mijn nek heb.
  • Planten. Buiten staat meer dan genoeg groen.
  • Seizoensdecoratie. Binnenkort staat er heus wel een uitgeholde pompoen in huis en met pasen verven we eieren maar ik koop geen ‘oneetbare’ decoratie voor feestdagen die een plek nodig heeft in mijn huis, heel het jaar. Er is genoeg te vinden in de natuur en zelf te maken van papier of ‘afval’.
  • Bakspullen. Ja, er zijn zo veel leuke taartvormen maar mijn ene ovenschaal en een groot glazen bakje voorzien in eigenlijk al mijn bakbehoeften. Ik hoef niet alles altijd te kunnen maken. Vaak maken we iets en dat is dan lekker, maar om nu vijf dagen achter elkaar een cupcake of stuk taart te eten vind ik niet nodig. Dus veel ervan wordt oud en dan moeten we het weggooien. Ik koop soms liever iets bij de winkel. Natuurlijk bakken we soms maar meer voor educatieve doeleinden en alleen als we zeker weten dat het opgaat. (boterkoek en worteltaart :D)
  • Fancy glazen en bekers. Ik heb vier koffiemokken en wat grote en kleine picardieglazen en dat is genoeg voor alles wat we zoal drinken. De man heeft ook zijn eigen gepersonaliseerde bierpul die in zijn eentje evenveel ruimte inneemt als vier koffiekoppen 😀
  • Sportkleding. Haha, sport. Ik snap niet dat mensen eerst veel onnodige spullen kopen en dan pas gaan trainen, en het vervolgens na drie weken voor gezien houden waarna alles schuldgevoelens op blijft roepen achter in de kast. Ga eerst eens elke dag een half uur wandelen en als je dat na een maand nog doet, dan kan je na gaan denken over fancy sportoutfits. Lijkt mij.
  • Sportapparatuur. Met alleen handig gebruik van je eigen lichaamsgewicht kan je perfect in model geraken. Geen enorme opblaasbal, set met 5657 gewichten of (hihi) trilplaat nodig
  • Tuingereedschap. Fijn, een huurhuis. Als ik iets nodig heb, leen ik het van de huiseigenaar.
  • Losse paren met sokken. Er zijn enorm veel leuke sokken en dat nodigt uit tot impulsaankopen maar een set van zes gelijke paren is echt veel makkelijker.
  • Chique kleding. We gaan nooit naar chique aangelegenheden en aan een jurk voor mij en een overhemd met nette spijkerbroek voor de man, hebben we meer dan genoeg.
  • Apps. Geen van beiden hebben we ooit betaald voor een app. Ja, met onze persoonlijke gegevens zoals in het geval van facebook maar dat is de reden dat ik geen smartphone meer heb
  • Betere telefoons. We kopen een telefoon als de ander stuk is. Indien mogelijk, repareert de man hem nog. Hij heeft nu een telefoon van zijn werk, dus helemaal graties.
  • Toetjes. Dessert = thee met melk. Vla e.d. kennen ze hier sowieso niet.
  • Kant en klaar maaltijden, bezorgde pizza’s, pakken met ‘maaltijden’ waar je ‘alleen nog’ aardappels, vlees en groenten aan hoeft toe te voegen. Om voor de hand liggende redenen.
  • Groenten en fruit uit verwegvanhier. Er is genoeg dat gewoon uit Europa komt. Tropisch fruit kopen we ook zelden, een uitzondering zijn bananen, die worden op zo’n grote schaal hierheen vervoerd dat de impact relatief laag is. En slechts twee van de bier kinderen eten ze, verder niemand.
  • Schoonmaakproducten voor maar een doel. Speciale badkamerreinigers, keukenreinigers, ovenreinigers…. allemaal niet nodig naar mijn mening.

A man is rich in proportion to the number of things he can afford to let alone, zei Thoreau. En dat is natuurlijk zo. Geen slaaf zijn van je eigen verlangens, dingen kopen om hun kwaliteit en nut in plaats van hun aantrekkelijkheid in de winkel of de aanbiedingenbak, tevredenheid en een goed besef van wat belangrijk is in het leven, zijn essentieel om goed te leven. En dan heb je ook steeds minder nodig.

Conformeren is saai.

Foto door Flo Maderebner op Pexels.com

Iedereen is zo druk bezig zijn eigen merk ‘marketen’ dat iedereen hetzelfde doet. Iedereen op het internet, op sociale media probeert je iets te verkopen. Volg mijn blog! Word Patreon! Koop deze cursussen! 10% korting op ((nutteloos ding)) met de kortingscode MINIMALISTFORLIFE!

Iedereen kopieert elkaar. En dat is ook logisch, dat hebben we tienduizenden jaren gedaan. Alles zelf opnieuw moeten uitvinden was niet positief voor het voortbestaan van de soort. Maar waarom doet echt iedereen hetzelfde? Om dingen te verkopen, denk ik. Als je dingen wil verkopen, helpt het niet zo om een afwijkende mening te hebben, denken mensen. Dat dat niet het geval is, bewijst een enkeling.

Natuurlijk moeten we ons tot op zekere hoogte conformeren. We kunnen niet (meer) gekleed in een berenvel door de bossen jagen en verzamelen of leven van de lucht. Een opleiding of vaardigheid en een huis zijn noodzakelijk, evenals een inkomen om ons in de nodige levensbehoeften te voorzien. Maar verder… is het fijn om iets van de massa af te staan.

Bijvoorbeeld door…

  • Alleen te zijn. Iedereen wil veel vrienden ‘hebben’. Ja, zelfs vrienden worden we geacht te bezitten. Maar als we altijd de regels van anderen volgen en een deel van onszelf moeten opgeven om vrienden te kunnen bezitten, dan verdunnen we wie we zelf zijn.
    Natuurlijk zijn vrienden fijn, maar vrienden zijn de mensen die accepteren wie we zijn, niet de mensen voor wie we ons in bochten moeten wringen om geliked te kunnen worden.
  • Geen schulden te hebben. Consumeren alsof de winkels morgen niet meer bijgevuld worden is de norm. Mensen betalen liever 2 keer zo veel voor een auto, dan dat ze in een ouder exemplaar rondrijden en kopen wat ze leuk vinden, in plaats van een filter van ‘heb ik het nodig’ tussen henzelf en het object van hun affectie te plaatsen, met desastreuze gevolgen. Schulden maken je tot een slaaf.
  • Geen eigen huis te hebben. Zes jaar geleden verkochten we ons huis en ik heb het geen seconde gemist. Een koophuis zal best een geweldige investering zijn maar het is me het gedoe niet waard. Wel de lusten, niet de lasten: heerlijk.
  • Een alternatieve woonvorm te vinden. De man en ik fantaseren geregeld over wonen op een boot. Zonder kinderen hebben we maar een piepklein huisje nodig, iets dat financieel vast wel binnen ons bereik is tegen die tijd.
    Waarom zouden we in een eengezinswoning blijven wonen, als we aan een huis met een woonkeuken en een slaapkamer genoeg hebben?
  • Te stoppen met het geloven van de leugens. En daar voor uit komen. De moed hebben om dingen verder te onderzoeken dan de versie die je wordt voorgekauwd door de mainstream media. Durven zeggen dat je Trump of Geert Wilders geschikte politici vindt, dat je denkt dat Covid19 de hoax van de eeuw is, dat communisme een prima staatsvorm was… wat dan ook. Je mond open doen en vertellen waar je voor staat, ook al is dat niet de populaire en ‘juiste’ opvatting.
  • Minder te werken. Nee, arbeid adelt niet 😉 maar als ik een fabriekseigenaar was zou ik dat ook zeggen. Niets mis met je best doen en iets maken van je leven maar wel in een juiste mix met ‘lege’ tijd en niet je ziel en zaligheid opgeven voor een baan die je zo kan worden ‘afgepakt’.
    Zorgen dat je ook dingen hebt die jouzelf blij maken en genoegdoening geven. Je leven zo inrichten dat je niet afhankelijk bent van een inkomen dat je elders misschien nooit meer zou verdienen. Onder je stand leven, dus.
  • Veiligheid’ op te geven. Want er is geen veiligheid. Het is een illusie en het gaat goed zo lang het goed gaat, maar waarom denken we dat wij wel immuun zijn voor gebeurtenissen van buitenaf? Niets mis met denken aan de toekomst en zorgen dat je als je niet meer werkt niet met lege handen staat maar om deze veiligheden je leven bouwen en er het doel van maken, is naar mijn idee zinloos.
    Mensen zeiden tegen mij dat ze ook wel weg wilden uit Nederland maar dan niet konden omdat ze een bepaalde levensstijl gewend waren. Dat is een gevangenis die je zelf hebt gebouwd.
    Anderen werkten hun hele leven keihard voor veel geld en veel zekerheid, om op hun 68e te beseffen dat dit niet was waar het leven om draait.
  • Te leven met het minimum aan spullen. Want veiligheid en zekerheid bestaan niet en zitten zeker niet in de spullen waarmee je je omringt. De beste manier om makkelijk door het leven te bewegen is door de ballast overboord te gooien. Denk aan een bootje in een rivier; is het bootje licht dan komt het zonder al te veel gedoe door de wilder stromende stukken door. Is het bootje zwaar belanden dan is het lastig navigeren en loopt het aan de grond.
  • Jezelf te kennen. Als je constant bezig bent met wat anderen doen en vinden en wat anderen van jou vinden en hoe je overkomt op anderen, leer je niet kennen wat jij zelf echt mooi, belangrijk en aangenaam vind. Als je alleen maar bezig bent met geliked te worden, maak je jezelf een pingpongballetje van anderen. Jezelf aanpassen aan anderen geeft je uiteindelijk de ultieme eenzaamheid: vervreemding van jezelf. Verruil het voldoen aan het beeld van anderen voor je eigen versie van een goed leven. Lees de stoicijnen, verdiep je in oosterse filosofie, zet je instagram en facebook uit, heb peop aan de verwachtingen van leraren, ouders, werkgevers, buren en zelfs je partner en ontdek wat de echte jij wenst in het leven.
    Verruil de eenzaamheid, het gevoel van nooit genoeg zijn en angst voor tevredenheid en een oprechte interesse in en liefde voor het leven.

Een plek om te relaxen.

Foto door Min An op Pexels.com

Een huis zonder rommel is een plek om te relaxen. Nu de kinderen ouder worden, kost het me minder tijd om de dingen netjes te houden. Ze pakken dingen zelf en met wat geschreeuw geluk ruimen ze het ook soms zelf weer op. Het is heerlijk om minder tijd te besteden aan het kalm en opgeruimd houden van de ruimte waar ik toch een groot deel van mijn dag doorbreng. Een opgeruimd huis betekent een kalme geest.

Als ik mijn huis heb opgeruimd en schoongemaakt -dat laatste gaat een stuk makkelijker als het eerste nogal rigoureus is uitgevoerd- dan voel me ik relaxed, aangenaam, voldaan en beter in staat tot ontspannen.

Rommel leidt tot stress. Stress door stapels papier, door rondslingerend speelgoed, door volle wasmanden, te veel afleiding aan muren, op vensterbanken, in lades en waar eigenlijk niet. Stress door een rommelig schema met te veel activiteiten die niets toevoegen.

Je kan NU beginnen met het opruimen van rommel. Schrap wat nutteloze dingen, zoals een verjaardag waar je naartoe zou gaan omdat het van je verwacht wordt (is er iets hersenverwekenders dan dat!), een ouderavond waarop werkelijk niets nieuws verteld wordt, ruim een lade die niet meer dicht wilde, haal tien dingen uit je klerenkast die je niet draagt of ontdoe je koelkast van alles waarbij je eerste gedachte ‘neh’ is, in plaats van nomnom.

Open ruimte geeft ruimte in je hoofd. In mijn slaapkamer staan een bed en een kast. In de keuken een tafel met zes stoelen. Niets meer. In de woonkamer twee stoelen en een bank, een tafel, een tv-kast, cd’s en een aquarium en drie kasten met boeken, spullen van de kinderen en de man. In de kamer van mijn zoon een bed en een bureau. En hoewel de tuin met een plat grasveld niet mijn eerste keuze zou zijn, is de open ruimte heerlijk.

Licht. Natuurlijk licht. Hoe meer, hoe beter. Minimale gordijnen en ander raambehang. Ik heb rolgordijnen in de slaapkamer, vooral om in de zomer te kunnen slapen. Vouwgordijnen in de woonkamer tegen de laagstaande zon op het aquarium en de ergste hitte in de zomer. De keuken en de balkondeuren zijn gordijnvrij. Heerlijk! Het zijn mijn ‘schilderijen’. Het licht verandert elke dag en ik geniet ervan te zien hoe de zon aan haar baan terug bezig is.

Houd alleen de spullen die je gebruikt. En zorg dat je zo min mogelijk nodig hebt. Dit maakt het leven makkelijker, je gedachten helderder, je materiele behoeften kleiner, je zorgen minimaal, je zorgeloosheid groter en je bankrekening gezonder.

Simpele kleuren. Welke kleuren hebben een kalmerend effect? Ik houd van wit. Niet voor alles, want onpraktisch maar witte muren, witte kasten, witte stoelen, witte keuken met licht blad en witte kaarsen zijn aangenaam aan mijn ogen. Hier en daar wat grijs, zwart en hout en een groenige muur. Ik beweer niet dat minimalisme monochroom moet zijn, maar ik vind het helpen om een rustgevende omgeving te creeeren.

Frisheid. Doe dingen weg die moeilijk schoon te houden zijn, zoals lampen en zware gordijnen en tapijten waarin zich allerlei viezigheid ophoopt. Loop een keer met een bezem langs plinten, stofzuig achter kasten, leg kabels netjes neer, dweil de vloer met warm water en een scheut azijn, stof bovenop kasten, was je beddengoed en hang het buiten te drogen, leen een tapijtreiniger voor kleden en stoffen banken, was je ramen tot ze doorzichtig zijn. Een fris huis is een weldaad voor de geest.