Fast fashion – slow fashion.

We zijn allemaal goed doordrongen van het feit dat fast fashion heel erg superslecht is, enzo. Slecht voor het milieu omdat in China en India weinig gegeven wordt om het milieu, slecht voor de arbeiders omdat hun welzijn evenmin hoog op de prioriteitenlijst staat, slecht voor je portemonnee omdat het na een keer wassen uit elkaar valt.
Maar heel eerlijk, ik ben niet heiliger dan de paus en voor de kinderen koop ik zo nu en dan bij H&M.

Ik heb geen tijd en zin om voor vier kinderen van alles bij verantwoorde winkels of tweedehands te kopen. Ze zijn er zo uitgegroeid, het kost veel tijd, het is erg duur mede door verzendkosten en bovendien: voor het milieu is er weinig verschil tussen groene en ‘grijze’ consumptie. Dat heb je natuurlijk niet met tweedehands, maar de verzendkosten zijn hier heel hoog en vaak zit ik dan met 80% dingen die niet in de smaak vallen of niet van pas komen en moet ik alsnog naar de winkel om de gaten op te vullen.

Toch zijn er verschillende manieren om de schade te beperken en een slow fashion draai te geven aan fast fashion.

  • Koop zo weinig mogelijk. Duh. Mijn DL2 heeft drie warme leggings en die draagt ze 95% van de tijd.
    In de zomer doen we dat met drie katoenen jurkjes. Een vierde exemplaar toevoegen, is zinloos. Meer schoenen aanschaffen dan ze nu heeft (een paar herfstschoenen en kaplaarzen), ook. Als we iets missen, kopen we het. Maar eerder niet. Vooruitlopen op seizoenen vind ik ook niet handig, veel te vaak koop ik dan meer dan nodig.
    Er is zo veel leuks en in de winkel is het lastig om met precies datgene en niet meer dan je je voornam te kopen, naar buiten te lopen maar maak een briefje en koop wat erop staat en niet meer.
  • Wees kieskeurig. Koop nooit iets omdat het goedkoop is, tenzij je 100% zeker weet dat je precies dat zocht.
  • Kies ‘natuurlijke’ dingen. Iets met een lading glitters of polyester pluis vervuilt het water. Neonkleuren zijn verkregen met milieu-onvriendelijke verf. Er zijn stemmen die kunststof vezel beter vinden, andere vinden katoen beter. ’t Is allebei niets πŸ˜‰ dus terughoudendheid is het beste.
  • Leer te zien of een kledingstuk fatsoenlijk gemaakt is. Een shirt van 5 euro is meestal van mindere kwaliteit dan een van 15 euro bij de zelfde winkel. Is de stof doorzichtig als je tegen het licht ernaar kijkt? Zijn de naden netjes afgewerkt? Als je het kledingstuk plat legt, is het dan symmetrisch?
  • Investeer in basics. Schoenen, een jas en een tas zouden van de beste kwaliteit moeten zijn die je je kan veroorloven. Dat is wat mensen van september tot mei van je zien. Goede schoenen en een perfecte tas met een goedkope outfit ziet er veel netter uit dan een outfit van 400 euro en schoenen en een tas van afbladderend nepleer.
  • Was je kleding op delicaat (!!!!) Op het gewone programma wordt kleding nogal ‘mishandeld’, het is bedoeld om ernstige vlekken uit kleding te kunnen wassen. Als je nare vlekken meteen insmeert met vloeibaar wasmiddel en daarna wast op het delicate- of fijnwasprogramma, krijg je eigenlijk alles schoon. Een rondje op de mishandelstand kan altijd nog.
    Het fijnwasprogramma krijgt gewone dagelijkse vlekken makkelijk uit kleding. Het blijft echt langer mooi op die manier. En uiteraard loont het de moeite het netjes op te hangen om te drogen en te zorgen dat je kleding niet strandt in de reis van wasmand terug naar de kledingkast.
  • Bedenk: als je het met de hand moest wassen, zou je het dan ook wassen? Misschien is het maar een klein vlekje dat je makkelijk weg kan poetsen. Wassen veroudert je kleding, dus vermijd het als het kan, binnen de grenzen van de goede smaak πŸ˜€
  • Leer kleine reparaties doen. Een gat dichtmaken, een maillot stoppen, een knoopje aanzetten…. het is echt niet moeilijk. Een basis naaisetje en als je echt geen idee hebt, een filmpje op youtube en je komt een heel eind.
  • Laat de kleding bij elkaar passen. Dan heb je minder nodig. Een plan helpt echt.
    Plan: werk je was bij. Ruim de kast op. Leg soort bij soort. Kijk waar de gaten zitten. Vul aan waar nodig en maak een conservatieve schatting van wat je nodig hebt.
  • Daarbij kan je de ketens altijd nog via sociale media of mail laten weten dat je het belangrijk vindt dat textielarbeiders goed worden behandeld en dat de winkels letten op fatsoenlijke productieprocessen.
  • Leer je kinderen netjes te zijn op hun kleding en je noeste arbeid te respecteren. Het is een langzaam proces maar uiteindelijk werpt het vruchten af. De jongen heeft zijn ‘Gamer’ trui zo graag aan dat hij vlekken eraf poetst en de oudste zorgt sinds ze kleedgeld heeft en dus alles ‘zelf’ moet betalen, extra goed voor haar spullen.

Kortom: zo min mogelijk consumeren en goed zorgen voor de spullen die je hebt is essentieel. Het zijn de overconsuptie en de weggooimentaliteit die het grootste probleem zijn. En dat kan je gelukkig vermijden.

Experiment: mini garderobe.

In september deed ik een experiment met een heel kleine garderobe. Gewoon, omdat dat leuk is op zijn tijd.

Ik had drie broeken, vier tops, twee truien en twee vesten. Broeken O.o Ja. Na twee jaar 99% van de tijd jurken en rokken te hebben gedragen, koos ik voor broeken. Ik kreeg twee heel comfortabele exemplaren van de man.

Uiteindelijk was ook deze hoeveelheid nog gewoon genoeg. Ik heb niet eenmaal mis gegrepen of zonder kleren naar buiten gemoeten πŸ˜€ en de eerste drie weken ook geen afwisseling gemist. Ik had beter een jurk in plaats van een broek kunnen kiezen. Of nog een rok met een kort vestje, maar ik was veel buiten en in huis bezig met van alles en dan is een broek best praktisch.

Aan het einde van september, was ik mijn 90% zwarte ‘capsule’ wel een beetje beu en was ik blij een deel de rest van mijn kleren weer te kunnen dragen. Ik denk dat ik ook de afwisseling eerst weinig miste omdat ik heel veel bezig was.

Er waren ook dingen die ik totaal niet gemist had. Wat dingen die toch al ‘nah’ waren na een jaar, of twee intensief dragen en wassen. Een zwarte jurk met paarse bloemen die ik om te zien geweldig vind maar om te dragen: neen. Net te kort, net te wijd en ik heb geen idee waarom ik hem heb gehouden toen ik hem had besteld. Het label ‘Made in England’ denk ik πŸ˜€

Er waren ook dingen die ik graag zou willen hebben. Een mooie leren zwarte rok. Een kasjmier longsleeve: lekker warm zonder ‘bulk’ zoals een gewone wollen trui en even warm. Een echt warme trui die je niet ook kan kopen in een sportwinkel in een neutrale kleur-maar-geen-zwart.

Er zijn zo veel van die lijstjes met ‘de perfecte capsule wardrobe’ en die zeggen allemaal hetzelfde en meestal kan ik er weinig mee.
Een goede spijkerbroek: staat me niet, hoe mooi en goed ook.
Een colbertje: vind ik vervelend om te dragen.
Een trenchcoat: doet me eruit zien alsof ik mijn moeders kleren heb aangetrokken om me te verkleden.
Een wit overhemd: maakt me geel in het gelaat, bovendien ben ik nogal knoeierig.
Een zwarte legging: nei, takk.
Flatjes: vreselijk, bij mezelf dan.

Ik wist het al maar besefte wederom: als ik wil leven met een minimum aan spullen, moeten ze van perfecte kwaliteit zijn. In elk geval zo goed als ik me kan veroorloven. Een trui van 400 euro slaat naar mijn idee nergens op, maar er is vaak een groot verschil tussen een exemplaar van 30 en 120 euro.

Het was een leuk experiment. Ik besefte: ik hoef niet zozeer keuze, maar wel afwisseling. Ik hoef eigenlijk niet drie broeken, maar wel een broek, jurk en rok.

Geen drie dezelfde vestjes in een andere kleur of drie dikke truien maar wel een ‘perfect’ vestje, een fijne kasjmieren longsleeve en een goede trui.

Met heel weinig kleren, valt de mindere kwaliteit van een kledingstuk extra op.

Maar: liever tien dingen in perfecte kwaliteit, dan 20 -of 33- dingen van twijfelachtig allooi.

Het was dus wel verhelderend. De komende tijd investeer ik als ik ze nodig heb in goede basisstukken van natuurlijke materialen, in neutrale kleuren. Dingen die ik minimaal een paar jaar met plezier wil dragen. Dingen die perfect passen.

Met wat aandacht en een eigen idee van wat ik leuk vind en wat me staat, kan ik met nog minder kleding toe. Een beetje extra aandacht en iets betere kwaliteit = de perfecte garderobe.

Simpele kinderkleding.

Foto door Skitterphoto op Pexels.com

Ook de kleding van de kinderen werd ernstig geminimaliseerd. De hoge temperaturen (20 graden! Eind september! Noorwegen!) zijn nu wel uit de lucht dus de sandalen, zomerjurkjes en korte broeken kunnen opgeborgen, naar de kledingcontainer of doorgegeven aan een jongere zus.

Hoeveel is genoeg?

De kinderen hebben weinig kleding maar hoe weinig ook, het is eigenlijk altijd genoeg. Sommige mensen lijken te vergeten dat ze een wasmachine hebben en hebben voor drie weken ‘verse’ outfits voor hun kinderen in de kast. Dat lijkt misschien makkelijk want ‘je grijpt nooit mis’ maar het wekt verspilling in de hand en het is naar mijn mening vooral onpraktisch.

Mijn dochters verkleden zich graag en zijn wat minder nauwkeurig in dingen opbergen dan ik. Omgetrokken stapels kleding, op de grond gegooide outfits waarvan ik ook niet weet of het nu gewassen moet of niet: erg onhandig. Hoe minder, hoe beter.

Hun kleine garderobes zorgen ervoor dat ze (ook de kleinste van vier) hun eigen kleding na het wassen terug in de kast kunnen leggen. Ideaal!

Minimale meisjesgarderobe = leggings πŸ™‚

Voor de jongste twee heb ik altijd simpele, zwarte leggings. Ik kocht onlangs een paar van J Crew (J. Crew solid full length heet ie) en die voelen goed qua kwaliteit, blijven netjes in de was en zitten heerlijk, volgens de draagster ervan. Ze sluiten ook mooi aan, iets dat niet altijd het geval is met d’r smalle lijfje.

Verder hebben ze een aantal vesten, in effen kleur. Dan kunnen ze ‘gek’ doen met truitjes. Broeken met eenhoornpatronen, drie in elkaar overlopende kleuren of gekke prints zijn leuk maar te lastig om te combineren. De leggings passen ook prima bij jurken. Geen aparte maillots e.d. nodig.

Sokken

Sokken probeer ik nu veel hetzelfde te kopen. De kleinste twee zitten maar drie maten bij elkaar vandaan, dus voor hen kan ik dezelfde sokken kopen, bijvoorbeeld in maat 31 – 33. Geen gedoe met sokken bij elkaar zoeken. Soms zitten in een set wel meerdere kleuren maar zolang met model hetzelfde is, geldt voor mij ‘twee is een paar’. De oudste heeft alleen maar zwarte sokken, de jongen vijf paar dezelfde koekiemonstersokken en wollen sokken. Dat scheelt veel gezoek en sokken-memory. Nog een voordeel: ze zijn ook bijna allemaal tegelijk ‘op’ en kunnen allemaal opgebruikt worden, tot de laatste sok.

Aantallen

Hoeveel ze van iets nodig hebben, wisselt. Grotere kinderen hebben minder nodig dan kleintjes, modderpoelbaders minder dan tekenaars en pianospelers.

Een hoeveelheid waarmee we comfortabel de tijd tussen twee wasbeurten doorkomen, vind ik genoeg. Ik wil niet moeten wassen omdat er iets op is, maar hoef ook geen twee weken vooruit te kunnen. Wel moet er genoeg zijn voor elke soort weer. Soms ligt er eind oktober al een laag sneeuw, ook daar moeten we op voorbereid zijn maar dat geldt meer voor de buitenkleding.

Pas kopen als we het nodig hebben

Ik koop nog zelden iets voor een komend seizoen maar pas als we het nodig hebben. Soms is het voorjaar veel frisser dan gedacht en zijn ze tegen de tijd dat ze de korte broeken en shirts nodig hebben, alweer een maat gegroeid. Of ze hebben opeens een enorm voorkeur voor een bepaald kledingstuk, zodat de andere dingen maar blijven liggen.

Ik weet dat veel bespaarblogs lyrisch worden van uitverkoop en minus 70%, maar aangezien wij en onze kinderen ook meestal driekwart van onze garderobe amper gebruiken, denk ik niet dat het de moeite loont om vooruit te plannen. Op ‘elke hoek van de straat’ kan je kinderkleding kopen en zeker in Nederland hoef je er niet langer dan een dag op te wachten als je het online koopt.

Wachten met kopen tot het nodig is, is naar mijn idee een betere bespaartip dan in de uitverkoop winkelen, ook al betekent dat dat je de volle prijs betaalt. Per saldo koop je veel minder en je hebt er ook veel minder werk aan. En nog iets met milieu.

De regel dat je iets alleen zou moeten kopen als je ook bereid zou zijn de volle prijs ervoor te betalen, wordt zo ook nog eens eenvoudig toegepast. Dingen kopen omdat er een sticker met 3 EURO op staat, ‘moet geen reden zijn iets aan te schaffen. ‘Altijd handig om te hebben’ vertellen we onszelf dan maar.. werkelijk? Denk aan wat je nodig hebt, niet aan wat je graag wil kopen.

Vertel wat je nodig hebt

Een lastige maar in het geval van regelmatig donerende opa’s en oma’s vind ik het geen gekke vraag als je kleding nodig hebt: ‘krijgen de kinderen nog kleding van jullie?’. Niet omdat ik mijn ouders een poot wil uitdraaien (ze draaien hun eigen poten wel uit voor hun kleinkinderen) maar omdat ik niet wil dat ze kleding krijgen die ze niet nodig hebben.

Toen mijn ouders regelmatig kwamen (het is nu bijna een jaar geleden, bedankt Cojona) nam mijn moeder vaak kleding voor ze mee. Ze vindt het zo leuk om ze allemaal in het nieuw te steken. Maar het kwam vaak voor dat ik ze net voorzien had, als mijn moeder belde welke maten de kinderen hadden want ze ging voor ze winkelen. (zeggen dat ze dat niet moest doen, daar ben ik al jaren geleden mee gestopt)

Dus als er een bezoek en nieuw seizoen op stapel stonden, vroeg ik maar gewoon of ze nog wilde winkelen en gaf dan door wat ze graag wilden, welke kleur, lengte van de mouwen, etc.
Want ze hebben allemaal zo hun eigen ideeen. De een is net d’r moeder (zwart, wijd uitlopende broeken), de jongen loopt graag in het equivalent van een pyjama (wat hij maar zelden mag, ik haat joggingbroeken), de derde draagt het liefst rare broekpakken en de vierde wil alles in rood-met-glitter.

En uiteindelijk, nadat ik me over mijn schroom had heengezet het te vragen, bleek dat de kinderen nu kregen wat ze echt graag wilden hebben en wat ze echt graag droegen. Iedereen blij!

Wel of niet kringlopen

Dat is een lastige. Het komt niet vaak voor dat ik bij de kringloop precies vind wat ik nodig heb. Soms wel, dan hangen er opeens twee mooie spijkerbroeken voor de oudste of een leuk badpak wat precies nodig was. Maar vaak vind ik vooral dingen die prima zijn en die passen maar die we niet echt nodig hebben. En nodig is wel mijn sleutelwoord.

Ik ben dus voor een groot deel gestopt met kringloopwinkelen voor kinderspullen en neem alleen iets mee als we het toch al nodig hadden, zoals onlangs een paar als nieuwe nep Dr. Martens voor de oudste, voor 4 euro. Geluk moet men hebben.

Maar ook hier geldt net als bij de uitverkoop dat ik denk dat het per saldo zeker makkelijker en wellicht ook nog goedkoper is, om niet vooruit te kopen en geen dingen te kopen omdat ze nu eenmaal leuk zijn.

Kleedgeld voor twaalfjarige.

De oudste is 12 en zit in de 7. trinn. Over een jaar gaat ze naar de ungdomsskole, de jeugdschool. Daar zitten ze dan drie jaar.

Andere dingen beginnen belangrijk te worden. Ze had een tijdje een obsessie met haar nagels, probeert make-up en verwijdert het voor iemand het kan zien en heeft haar eigen ideeΓ«n over kleding. Altijd al gehad. Ik kan haar uittekenen in haar uniform van wijd uitlopende zwart broek, zwart shirtje en zwarte laarzen. Ze lijkt op iemand….. πŸ˜€

Ze wilde van alles. Schoenen voor de herfst. Een nieuwe broek. Shirtjes. Een trui. Ze had al een Harry Potter trui gekregen van me, en eigenlijk had ze ook nog wel het een en ander nodig. De wijd uitlopende broeken en gympen kan je niet dragen als het nat of koud is.

Dus ik zei tegen haar dat ze 2000 kronen kreeg (ongeveer 200 euro) en zich daarmee tot het zomerseizoen aan kon kleden. Ze was er helemaal gelukkig mee en ging gelijk bedenken wat ze allemaal nodig had. Maar het is zo’n enorme kniep, ze wild wel op internet kleren kijken maar nergens haar geld aan uitgeven want ‘eigenlijk had ze best nog wel veel’. Ze had een mooi lijstje gemaakt met inventarisatie en mogelijke outfits.

En dat is het fijne van minimalistische kindergarderobes, ze is gewend dat er niet veel in haar kast ligt en weet dat ze maar drie broeken, wat longsleeves en een paar vesten nodig heeft om goedgekleed de winter door te komen.

En een paar schoenen voor de herfst. Gevoerde winterlaarzen heeft ze nog. Bij de kringloop vond ik als nieuwe nep Dr. Martens en een skinny jeans in haar maat, bij elkaar voor 5 euro. Dat kon ik niet laten liggen.
Vervolgens had ik nog een alpaca wollen trui voor haar die ik niet meer droeg omdat de mouwen op mysterieuze wijze waren gekrompen en ik houd niet van te korte mouwen. Ze heeft alles aangetrokken en bij wijze van spreken niet meer uitgetrokken.

Gisteren kwam ze met de mededeling dat ze zaterdag met haar vriendinnen met de bus naar Kristiansand wil, naar Dyreparken. Daar heb je wat achtbaan-achtige dingen en dat is leuk. Of ik het wilde betalen. Ha. Ha. Ha. Goeie grap.

Ik vond het wel flauw, om de regels te veranderen. Maar aangezien ik haar zo’n 1000 kronen heb bespaard en ik niet bedenk dat ze naar Dyreparken moet, mag ze die 250 kronen ‘zelf’ betalen. Van kleedgeld maken we bij deze maar zakgeld.