Kinderspeelgoed minimaliseren in een kwartier

Foto door Alexas Fotos op Pexels.com

Hebben je kinderen enorm veel speelgoed? Van dat lelijke plastic met 4590659683 kleine onderdelen dat alleen maar op de grond gegooid wordt of het onderwerp is van menig meningsverschil en gehuil?

Ik ben geen fan van speelgoed, zo veel moge duidelijk zijn. Het is ook niet nodig: als je leest hoe weinig (niets) ze hadden in de boeken van Het Kleine Huis besef je dat wat we ook toevoegen, overbodig is. De kinderen toen waren gelukkig met een lappenpop. Eentje. En een lolly voor kerst. En dat is niet de tijd waarin we leven, maar wel een les om te onthouden.

Je kinderen overvoeren met speelgoed is naar mijn idee dodelijk voor hun creativiteit. Waarom spelen ze zo leuk op vakantie in de caravan? En waarom kan dat niet thuis? Wellicht om dezelfde reden als dat wij ons daar zo fijn voelen: er is niets overbodigs om ons druk om te maken of over te stressen.

Maar natuurlijk kan je ook je eigen huis zo inrichten. Alleen het nodige. En waarom zou je bergen speelgoed, of tot en met een speelkamer hebben voor je kinderen omdat anderen het ook hebben, terwijl je er zelf krankjorum van wordt?

Mijn ervaring is dat kinderen zelden iets missen. Niet dat ik al hun speelgoed constant wegdoe, er komt ook maar heel weinig bij maar toen ze nog kleiner waren ging opruimen met de botte bijl altijd prima en zonder dat ze ooit nog vroegen om hetgeen dat mijn opruimwoede niet had overleefd.
Als ze wel eens ergens om vragen, antwoord ik dat het ‘beneden’ ligt en dat ze het kunnen pakken maar die moeite nemen ze eigenlijk nooit.

Als je wil weten of het werkt, een heel beperkte hoeveelheid speelgoed, is dat in een kwartiertje uitgezocht.

Je hebt nodig:

  • plek op zolder of in een kast
  • grote dozen of manden
  • slapende kinderen
  • goede zin

Je doet:

  • een passende hoeveelheid spullen voor je kinderen bedenken. bijvoorbeeld hun leeftijd + 3 stuks
  • de favoriete dingen uitzoeken. bijvoorbeeld duplo, een knuffelbeest, een speelhuisje en potloden
  • de collecties verkleinen indien te groot: een kuub duplo is echt te veel, net als meer dan twee van elke kleur kleurpotloden
  • de rest van de rommel naar boven brengen. uit het zicht van de kinderen.

Misschien vragen ze waar de spullen zijn gebleven. Dan kan je simpelweg antwoorden dat ze hun favoriete dingen nog steeds hebben en je kunnen vragen om dingen die ze missen maar dat je denkt dat ze meer plezier hebben in spelen als er niet zo veel speelgoed is en dat jullie altijd dingen zelf kunnen maken.

Hier gebruiken ze alles waar ze hun handen op kunnen leggen. De oude koffiemolen, de grote lege blikken van bierstroop, schelpen, takken, kastanjes, eikenoten, plakjes boom die achtergelaten zijn waar bomen zijn gekapt, bladeren en heel veel papier, kleurpotloden en touw.

Gisteren hadden ze een hut gemaakt met plakjes steen als borden, en mosselschelpen (de vogels laten ze kapot vallen op de rotsen naast het huis) als eten, blikken vol gras en modder (soep), wat houtblokken (vuur) en een paar planken (stoelen). Altijd zo grappig om die dingen terug te vinden.

Als je alles verwijdert uit je dagelijks leven, scheelt dat een heleboel stress. De dingen sorteren en uitzoeken kan je later doen. Dat geldt voor je keuken, je badkamer of je klerenkast net zo goed als voor het speelgoed van je kinderen. In een kwartier kan je in plaats van chaos, kalmte creëren.

En stuit het op protesten, dan kan je altijd in goed overleg iets meer houden, op voorwaarde dat ze het zelf opruimen. Want dat is ook een groot voordeel van heel weinig speelgoed: het blijft overzichtelijk genoeg voor ze om zelf op te kunnen ruimen, zo lang opruimen niet ingewikkelder is dan spullen terug in een mand leggen of op een plank zetten.

Want dat is het ook nog eens: al die pinterestwaardige bakken met verschillende types speelgoed, dat kunnen kleine kinderen zelden netjes houden. Je kan van een twee- of driejarige niet verwachten dat ie een grote brij speelgoed in zes bakken sorteert.

Buiten.

In plaats van plastic ding nummer zoveel te kopen of in ontvangst te nemen, is het misschien een idee om te investeren in een goed regenpak.

Hier gebruiken we in de winter meestal gevoerde regenpakken omdat echte winteroveralls te warm zijn. Didriksons, Helly Hansen, Norønna, Nordbjørn, CeLaVi en Lindbergh zijn merken met goede regenkleding maar ook H&M heeft (hier althans) best acceptabele kwaliteit.

Met kaplaarzen, een goed regenpak (kies een exemplaar met elastiek voor onder de schoenen), regenwanten en eventueel een regenhoed (er is geen slecht weer, alleen slechte kleding hé ;)) kunnen kinderen altijd comfortabel naar buiten, ook al regent het. Het is zelfs veel leuker, want je kan in enorme regenplassen stampen en rollen zonder nat te worden.

Buiten is alles beter.

Ik vind kinderen serieus een stuk leuker als ze geen bergen speelgoed hebben. Ze zijn er leukere mensen door en het scheelt mij een berg stress en gedoe.

Fast fashion – slow fashion.

We zijn allemaal goed doordrongen van het feit dat fast fashion heel erg superslecht is, enzo. Slecht voor het milieu omdat in China en India weinig gegeven wordt om het milieu, slecht voor de arbeiders omdat hun welzijn evenmin hoog op de prioriteitenlijst staat, slecht voor je portemonnee omdat het na een keer wassen uit elkaar valt.
Maar heel eerlijk, ik ben niet heiliger dan de paus en voor de kinderen koop ik zo nu en dan bij H&M.

Ik heb geen tijd en zin om voor vier kinderen van alles bij verantwoorde winkels of tweedehands te kopen. Ze zijn er zo uitgegroeid, het kost veel tijd, het is erg duur mede door verzendkosten en bovendien: voor het milieu is er weinig verschil tussen groene en ‘grijze’ consumptie. Dat heb je natuurlijk niet met tweedehands, maar de verzendkosten zijn hier heel hoog en vaak zit ik dan met 80% dingen die niet in de smaak vallen of niet van pas komen en moet ik alsnog naar de winkel om de gaten op te vullen.

Toch zijn er verschillende manieren om de schade te beperken en een slow fashion draai te geven aan fast fashion.

  • Koop zo weinig mogelijk. Duh. Mijn DL2 heeft drie warme leggings en die draagt ze 95% van de tijd.
    In de zomer doen we dat met drie katoenen jurkjes. Een vierde exemplaar toevoegen, is zinloos. Meer schoenen aanschaffen dan ze nu heeft (een paar herfstschoenen en kaplaarzen), ook. Als we iets missen, kopen we het. Maar eerder niet. Vooruitlopen op seizoenen vind ik ook niet handig, veel te vaak koop ik dan meer dan nodig.
    Er is zo veel leuks en in de winkel is het lastig om met precies datgene en niet meer dan je je voornam te kopen, naar buiten te lopen maar maak een briefje en koop wat erop staat en niet meer.
  • Wees kieskeurig. Koop nooit iets omdat het goedkoop is, tenzij je 100% zeker weet dat je precies dat zocht.
  • Kies ‘natuurlijke’ dingen. Iets met een lading glitters of polyester pluis vervuilt het water. Neonkleuren zijn verkregen met milieu-onvriendelijke verf. Er zijn stemmen die kunststof vezel beter vinden, andere vinden katoen beter. ’t Is allebei niets 😉 dus terughoudendheid is het beste.
  • Leer te zien of een kledingstuk fatsoenlijk gemaakt is. Een shirt van 5 euro is meestal van mindere kwaliteit dan een van 15 euro bij de zelfde winkel. Is de stof doorzichtig als je tegen het licht ernaar kijkt? Zijn de naden netjes afgewerkt? Als je het kledingstuk plat legt, is het dan symmetrisch?
  • Investeer in basics. Schoenen, een jas en een tas zouden van de beste kwaliteit moeten zijn die je je kan veroorloven. Dat is wat mensen van september tot mei van je zien. Goede schoenen en een perfecte tas met een goedkope outfit ziet er veel netter uit dan een outfit van 400 euro en schoenen en een tas van afbladderend nepleer.
  • Was je kleding op delicaat (!!!!) Op het gewone programma wordt kleding nogal ‘mishandeld’, het is bedoeld om ernstige vlekken uit kleding te kunnen wassen. Als je nare vlekken meteen insmeert met vloeibaar wasmiddel en daarna wast op het delicate- of fijnwasprogramma, krijg je eigenlijk alles schoon. Een rondje op de mishandelstand kan altijd nog.
    Het fijnwasprogramma krijgt gewone dagelijkse vlekken makkelijk uit kleding. Het blijft echt langer mooi op die manier. En uiteraard loont het de moeite het netjes op te hangen om te drogen en te zorgen dat je kleding niet strandt in de reis van wasmand terug naar de kledingkast.
  • Bedenk: als je het met de hand moest wassen, zou je het dan ook wassen? Misschien is het maar een klein vlekje dat je makkelijk weg kan poetsen. Wassen veroudert je kleding, dus vermijd het als het kan, binnen de grenzen van de goede smaak 😀
  • Leer kleine reparaties doen. Een gat dichtmaken, een maillot stoppen, een knoopje aanzetten…. het is echt niet moeilijk. Een basis naaisetje en als je echt geen idee hebt, een filmpje op youtube en je komt een heel eind.
  • Laat de kleding bij elkaar passen. Dan heb je minder nodig. Een plan helpt echt.
    Plan: werk je was bij. Ruim de kast op. Leg soort bij soort. Kijk waar de gaten zitten. Vul aan waar nodig en maak een conservatieve schatting van wat je nodig hebt.
  • Daarbij kan je de ketens altijd nog via sociale media of mail laten weten dat je het belangrijk vindt dat textielarbeiders goed worden behandeld en dat de winkels letten op fatsoenlijke productieprocessen.
  • Leer je kinderen netjes te zijn op hun kleding en je noeste arbeid te respecteren. Het is een langzaam proces maar uiteindelijk werpt het vruchten af. De jongen heeft zijn ‘Gamer’ trui zo graag aan dat hij vlekken eraf poetst en de oudste zorgt sinds ze kleedgeld heeft en dus alles ‘zelf’ moet betalen, extra goed voor haar spullen.

Kortom: zo min mogelijk consumeren en goed zorgen voor de spullen die je hebt is essentieel. Het zijn de overconsuptie en de weggooimentaliteit die het grootste probleem zijn. En dat kan je gelukkig vermijden.

Noors onderwijs: leren ze ook nog wat?

Dat vragen we de kinderen geregeld. ‘Wat heb je gedaan op school?’ en dan is het antwoord iets als in bomen geklommen, getekend, om het meer bij school gerend oh ja, wiskunde.

Het tempo hier is wat lager dan in Nederland. Niemand verwacht hier dat een kind van vier of vijf zelfstandig twee a drie taakjes doet en dat bijhoudt, zoals de basisschool in Nederland.

Kinderen beginnen in augustus van het jaar dat ze zes worden op school. Er wordt heel langzaam begonnen. Niet alleen in de eerste klas, maar in alle klassen is de eerste week na de zomervakantie een van på tur, fietstochten, kajakken en spelletjes doen.

De eerste tijd in de eerste klas is er vooral aandacht voor wennen en elkaar leren kennen. Ik heb hier echt nog nooit een kind gehad dat moe was na school, of overweldigd. Wel is er vrijwel meteen huiswerk. Eerst in de vorm van het maken van een tekening, het lezen van een paar woorden en ‘herfstbingo’ en dat wordt steeds wat meer.

Mijn schoolgaande dochters zijn er altijd in een oogwenk mee klaar, de jongen doet er langer over maar in overleg met school kan wel geregeld worden dat hij de opdrachten wat ‘makkelijker’ mag maken anders is hij anderhalf uur bezig en dat is evenmin productief of leerzaam. Allemaal geen probleem.

Een paar keer per jaar moeten ze een trivselsundersøkelse invullen. Hierin geven de kinderen aan met wie ze spelen, of er gepest wordt, of ze zelf pesten of het slachtoffer worden etc en hoe ze het vinden op school. Geen wassen neus met blabla: als er iets aan de hand is wordt er ook echt actie ondernomen en opgelet.
En natuurlijk zijn er altijd incidenten en soms zelfs tragische verhalen van scholen waarop het wel uit de hand loopt, waar leraren wegkijken… en is het overal wel eens wat.

Vorig jaar had DL2 last van een jongetje dat nogal ruzie zocht met iedereen en ook haar had geslagen en geschopt en omdat hij een halve kop groter is dan alle andere kinderen liep de situatie snel uit de hand. Ik heb toen gesproken met de contactlerares en zij seinde de pauzewachten in dat ze extra op moesten letten.

Na een paar weken echter werd hij overgeplaatst naar een andere klas en stopte het. Na een paar weken kwam ze thuis met een tekening van het betreffende jongetje met hierop in hanenpoten: ‘du er snill Sophia’. (jij bent aardig Sophia). Nu gaat alles prima.

Ook leuk: met kerst of een verjaardag wordt aandacht besteed aan goede eigenschappen van de kinderen. Iedereen noemt dan iets op dat hij of zij positief vindt aan dat kind, of een leuke herinnering. Bijvoorbeeld voor mijn zoon:

  • Je bent goed in de bus op tijd halen
  • Je kan goed Noors en Nederlands
  • Je bent altijd vrolijk
  • Ik weet nog die keer dat het keihard regende en jij je regenbroek in de bus had laten liggen

Of voor mijn dochter:

  • Je kan goed tekenen
  • Je bent rustig en aardig
  • Je hebt mooie krullen
  • Je kan heel snel lezen

Inschrijven op school in Noorwegen

Toen we naar Noorwegen gingen stonden we nog ingeschreven in Nederland en hadden we nog geen D- of F-nummer. Dat was geen probleem: we hadden een huis in het gebied van school gehuurd en nadat we onze namen en telefoonnummers hadden genoteerd op een kladblaadje, kon onze dochter na een rondleiding de dag erna meteen komen.

Zo kan het dus ook 🙂

Er zijn geen cijfers en geen rapporten. Wel is er een kartleggingsprøve, een test waarin gekeken wordt hoe het kind het doet ten opzichte van het landelijk gemiddelde. Hier wordt een kind echter niet op afgerekend, het is alleen om de leraar en de ouders inzicht te geven in hoe het kind het doet.

Ik vind het idee van cijfers ook zo achterhaald. Mijn dochter die alles achteruitlopend, fluitend met twee vingers in de neus voor elkaar krijgt, haalt een 9 en mijn zoon die keihard studeert maar het minder snel doorheeft, een 4. Dus dat is ook heel prettig hier.

Mijn zoon krijgt nu twee uur extra begeleiding per week. Blijven zitten wordt zelden tot nooit gedaan. Het duurde even om het voor elkaar te krijgen maar we zijn enorm blij met deze extra aandacht.

De basisschool (kinderschool, barneskole) duurt zeven jaar. Hierna gaan kinderen naar de jeugdschool (ungdomsskole). Er zijn in ons dorp vier basisscholen en een jeugdschool. In veel dorpen zitten kinder- en jeugdschool bij elkaar.
Op de jeugdschool begint men met cijfers: als de kinderen dertien zijn, kunnen hun tere zieltjes dat wel aan 😉 Ze kunnen dan een extra taal kiezen zoals Frans, Spaans of Chinees, of dieper ingaan op Noors of Engels. Engels onderwijs is hier heel erg goed, de kinderen begrijpen echt al heel veel, in woord en spraak.

Na de ‘grunnskole’ (barne- en ungdomsskolen) kunnen kinderen naar de videregående. Ze kunnen een ‘yrke’ leren en daarna gaan werken. Het is te vergelijken met een praktische MBO-opleiding. Of ze kunnen een ‘studiekompetanse’ krijgen en daarmee verder naar hogeschool of universiteit. Een kind dat echt niet de leerdoelen haalt, krijgt een bewijs van competentie waarin staat wat het kind wel geleerd heeft.

Overigens is tot nu toe al het onderwijs gratis. Geen semi-verplichte ouderbijdragen, behalve voor het bosje bloemen aan het einde van het jaar en met 150 kr per jaar wordt gespaard door de ‘Polentur’, die niet altijd naar Polen gaat. Voor het kamp aan het einde van de 7e klas.

Dus geen gedoe met cadeautjes voor leraren, die elk jaar gekker en creatiever lijken moeten worden. Kinderen tracteren ook niet op school. Er wordt wel voor ze gezongen geloof ik.

Dat is zo leuk hier: naast biologieles waarin je leert over fotosynthese, gaan kinderen ook naar buiten om planten te bekijken. Naast noten leren lezen, leren kinderen ook een instrument spelen als daar hun interesse ligt. Naast te leren hoe veel m2 een hectare is, gaan ze naar buiten om het uit te meten.

Maar wat leren ze nu?

Wel, ik heb geen idee 😉 want ik weet niet wat kinderen in Nederland leren. Ik kan mijn groep acht-ervaring van 25 jaar geleden niet vergelijken met wat mijn kinderen hier in de 6. trinn leren. Ik kijk wel eens in hun boeken en vind dat ze al best pittige dingen moeten kunnen. De methodes zijn echter heel anders dan wat ik nog ken.

Als ik het moet vergelijken denk ik dat er veel rustiger begonnen wordt maar dat dat uiteindelijk gewoon wordt ingehaald.
De focus ligt echter niet op dingen leren en hoge cijfers halen zoals in Nederland maar op de ontwikkeling van het kind. Er wordt gekeken naar wat het kind kan en wil en daarop wordt veel aangepast. Niet tot in het oneindige, maar het is geen buigen of barsten zoals ik soms uit Nederland hoor.

Erg slimme kinderen?

Hoogbegaafd, ADHD… ook hier zijn er kinderen die niet in de middenmoot behoren. Volgens de contactleraar is de oudste volgens de testen hoogbegaafd maar hoogbegaafdheidproblematiek, daar hebben we geen last van.

Ze doet alles makkelijk en als ze klaar is gaat ze iets anders doen. Ik heb destijds wel met de leraar afgesproken dat ze soms wat moeilijker dingen doet zodat ze ook weet dat niet altijd alles aangewaaid komt want daardoor laat ze zich makkelijk uit het veld slaan.

In de klas van de oudste zit ook een jongen met ADHD en nog wat problemen. Iedereen weet hoe hij is, er is extra begeleiding voor hem en als het niet gaat om hem in de les te houden, gaat hij een onderwijsassistent helpen of een film kijken om tot rust te komen.

Zoals ik zei, het heeft beiden zijn voor- en nadelen. Het is fijn dat hij op een gewone school kan zijn en de andere kinderen ook om leren gaan met zulke mensen. En soms denk ik dat het fijn zou zijn als de andere kinderen gewoon hun dingen zouden kunnen doen zonder dat er weer een tafel wordt omgegooid of zoals vorige week bij drie kinderen hun drinkflessen worden gesloopt omdat P. weer een aanval had.

Ook op de ungdomsskole is er aandacht voor andere dingen dan kennis vergaren. De school hier heeft een eigen boot, een bibliotheek, een kamp van drie dagen in het begin van het schooljaar aan de scherenkust, de kinderen krijgen ook hier ‘koken en gezondheid’, er zijn veel culturele activiteiten, een groot lokaal met muziekinstrumenten en kunst- en handwerk.

Wat ik heb gehoord van mensen die hier op school zaten, is het een heel gezellige en leuke school met fijne leraren.

Na de videregående kiezen sommigen ervoor een jaar folkehøgskole te doen. Het is de meest vrije school van de wereld. Noren gaan er prat op om in veel dingen de beste van de wereld te zijn, of dat nu klopt of niet. Er zijn hier geen cijfers of testen, je komt er om ervaring op te doen. Sommige scholen gaan tot 25 maar de meesten hebben geen bovengrens voor de toelating, qua leeftijd. Het kost 12000 euro maar er is enige compensatie en je bent letterlijk het hele jaar onder de pannen en voorzien van eten.

Je kan onder meer kiezen voor ‘natur og friluftsliv’, paarden-skills, FriXtreme (buitenlucht voor waaghalzen), jakt og fiske, schrijfkunst, streetfood, alles met fantasy (het genre: tekenen, kostuums, verhalen etc), vikinglivet (leren smeden en andere oude vikingvaardigheden), fotografie, bootbouwen, redesign en hergebruik, discipelleven, auto en motor, klimaatactivist (serieus) of de backpack surprise…

Dit is wel iets dat ik mijn kinderen heel erg graag wil meegeven mochten ze dat willen. Ik weet van meerdere Nederlanders die op deze scholen hebben gezeten, dus voor Nederlandse studenten is het ook mogelijk om hieraan deel te nemen.

Zo. Dat was het wel. Voor nu 🙂

Noors onderwijs. Is dat beter?

Beter dan wat? In welk opzicht? Ik heb geen idee! Mijn oudste is twee jaar op school in Nederland gegaan, de jongen een paar maanden en daarna had ik mijn buik aardig vol van ‘Week van de Lentekriebels’, schoolontbijtjes, malle testen, verplichte werkjes en andere gekkigheid. De Merkaba Sudbury-school in het dorp werd op last van de schoolinspectie gesloten voor ik goed en wel kon bedenken of ik mijn kinderen daar wellicht naartoe wilde doen.

Ik weet niet hoe het is in Nederland op school nu, anders dan van verhalen. En als ik het zo lees denk ik dat het hier beter is, of je kind nu enorm slim is of extra hulp nodig heeft. Maar ik ben alweer zes jaar hier en niet van plan ooit terug te gaan. Mijn kinderen ook niet, ze zijn best geschokt als ze een school zien met een hek met punten ervoor (waar zijn die van voor mama?)

Onderwijs was dan ook een grote reden om tijdens wat achteraf het staartje van de huizenmarktcrisis was, ons huis te verkopen. Wat ik wist van Noors onderwijs was alleen maar beter dan wat we hadden.

Vandaag kwamen de kinderen blij thuis, zoals altijd. De oudste was vaak boos en gefrustreerd als ze uit school kwam. Zo kende ik haar niet!

Maar in Noorwegen kwam ze vanaf dag 1 gezellig en blij terug uit school.
Wat hadden ze gedaan (onder andere): de oudste had levend tafelvoetbal gespeeld met gym waarbij alle kinderen in rijen en elastieken touwen hingen. De hilariteit.
De jongen had appeltaart gebakken bij ‘voeding en gezondheid’.
De jongste was på tur gegaan, had vuur gemaakt in het bos, een hut gemaakt met haar vriendinnen en chocolademelk gedronken.

Schoolrecht

In Noorwegen geen leerplicht. Er is het recht op onderwijs. Dat kan verschaft worden door de overheid of door ouders. Het kind heeft het recht op onderwijs. Een andere benadering van leerplicht maar het is zoals alles hier, wat kindvriendelijker.

‘Trivsel’ (denk aan het Engelse woord to thrive) is erg belangrijk. Het is zelfs in de 7e klas nog steeds het belangrijkste thema bij een ouderavond. Heeft het kind het leuk op school? Als een kind niet lekker in zijn vel zit, wordt er veel aan gedaan om dat te veranderen. Van wat ik heb meegemaakt kan ik alleen maar dankbaar zijn voor de geweldige leraren die er ook alle moeite voor doen om te zorgen dat de sfeer in de klas goed is en elk kind krijgt wat hij of zij nodig heeft.

Geen vrije keuze

Er is geen vrije schoolkeuze. Je kan op eigen kosten naar een Steiner- of zeer christelijke school maar waar je woont, bepaalt waar je kind naar school gaat. Nauwelijks uitzonderingen (hoewel gedoe met scheidende ouders soms tijdelijk kan zorgen dat wordt afgeweken van de regel)

Extra hulp

Hier vind je bijna geen speciaal onderwijs. Mijn zoon zat in de klas bij een meisje in een rolstoel met een ernstige handicap, tot dat echt niet meer ging. In de klas van mijn dochter zit een jongen met ernstige gedragsproblemen. Kinderen met down syndroom volgen zo veel mogelijk regulier onderwijs.

Elke klas heeft een miljøarbeider, iemand die voornamelijk zorgt voor het welzijn op een school.

De jongen krijg nu, na bijna twee jaar sinds het werd aangevraagd, 2 uur individuele hulp per week. Een op een les met een leraar of begeleider. Er kan heel veel maar je moet niet verwachten dat iedereen meteen voor je in de houding springt.

Ik lees ook wel eens van die klaagverhalen van emigranten die met drie kinderen met wat in Nederland als ‘probleem’ gezien wordt die verwachten dat op het dorpsschooltje meteen zes man begeleiding klaar staat want dat is beloofd. Zo werkt het gewoon niet.

Skolestart

Kinderen gaan in het jaar dat ze zes worden naar de jeugdschool en blijven daar zeven jaar. Ideaal: alle kinderen beginnen tegelijk, in augustus. Geen gedoe met elke maand weer een nieuw kindje. Kinderen blijven in principe niet zitten want meegaan met de groep is belangrijker. Het onderwijs past zich aan aan het kind: als een kind niet mee kan, wordt geprobeerd met extra begeleiding de boel op te lappen.

De meeste kinderen hebben daarvoor al vijf jaar barnehage erop zitten. In het laatste jaar van de barnehage hebben ze een paar uur per week een groepje voor de kinderen waarin ze letters en getallen leren, spelenderwijs.

Er zijn meerdere leraren. De klassen zijn meestal klein en sowieso onder de 20 kinderen. Er is een leraar, een assistent en nog speciale vakleraren en ondersteuners. Een kind heeft gelukkig niet het risico om twee jaar lang een nare leraar te hebben, vijf dagen per week, zes uur per dag.

Taalles

Voor kinderen die uit een ander land komen, is er vaak extra taalles beschikbaar. Ligt aan het budget van de school. Mijn oudste kreeg samen met een jongetje uit Bulgarije Noors van een lieve Iraanse dame het eerste jaar. De jongen kreeg het dan weer niet, maar de school is ook nogal overspoeld met nieuwe aanwas de laatste jaren.

Omgang

Hier gelukkig nog een redelijk ongedwongen omgang tussen leraren en kinderen. Een verademing. Er worden veel leuke dingen gedaan: met de honden van een lerares gingen ze hondeslee-rijden in de sneeuw, er wordt gekajakt op het meer naast de school, elke vrijdag gaan de lagere klassen på tur in het bos, er zijn filmdagen, kooklessen, een eigen bibliotheek, als er sneeuw ligt is sneeuwpoppen maken belangrijker dan wiskunde, de kinderen gaan naar boerderijen toe en zien hoe er schapen geboren worden (of geslacht, geen tere kinderzieltjes hier), toen een lerares een dode zeehond vond werd die met de vijfde klas for the sake of science ontleed, als de kinderen klaar zijn met hun werk mogen ze tekenen….

Soms is er engelsdag. Dan kunnen ze naar school met iets dat lijkt op een Engels uniform en praat heel de school heel de dag Engels. Soms is er wiskundedag waarbij buiten allerlei ‘stations’ zijn waarin ze meer leren over wat er in boeken staat. Tien meter springen enzo. Vlak voor de vakantie heeft heel de school kustcultuurweek, en gaan ze stranden opruimen, kanoën, vissen, krabbenvangers maken, in zee zwemmen en leren over de zee. In mei is er het junior songfestival en in oktober de Blimedans. (Bli med = doe mee).

Vorig jaar hadden ze eendeneieren op school en daarna kleine eendjes. Eerder hadden ze kippen. Er zijn zonnebloemwedstrijden, moestuintjes en als iemand zesmiljoen stekjes heeft van een kamerplant en die doneert gaat de hele klas aan het stekken.

Kinderen klimmen in bomen in het bos en dat wordt leuk gevonden door de volwassen. (net als dansen op het dak) Er zijn twee lange pauzes en de schooldag duurt gemiddeld van half 9 tot 1 uur voor de onderbouw en tot kwart voor twee voor de bovenbouw. In de pauzes is er veel toezicht maar er staat dan ook geen hek om de school en achter de school begint een enorm bos.

Onderling

Contact tussen groepen is ook belangrijk. Alle nieuwe kindjes krijgen een begeleider uit de vijfde en dat nemen ze allemaal erg serieus. Die lopen met ze mee naar de kerk als er kerst gevierd wordt of met andere Grootse Gebeurtenissen dat eerste jaar. Ze kunnen daar ook terecht voor vragen. De vijfdeklassers zorgen goed voor ‘hun’ kinderen. Mijn oudste ging met vier vriendinnen en al hun eersteklassers naar de bioscoop. Zij had een meisje met down als ‘fadderbarn’. Zo fijn dat die kinderen gewoon mee kunnen doen met alles hier.

Er wordt veel met de parallelklassen gedaan maar ook met hogere en lagere klassen. Er is veel minder dat wij-zij gevoel.

Bus

Als de kinderen meer dan 3 km bij school vandaan wonen hebben ze recht op vervoer met schoolbus die gelukkig recht voor de deur stopt. De kleinere kinderen worden naar de bus gebracht door Ivar, de uiterst populaire buswacht.

Voor het idee hier wat leerdoelen:

Tweede klas (7 – 8 jaar)

Noors: ik kan vertellen over een dier, ik kan een verhaal vertellen bij een plaatje.
Wiskunde: ik weet wat even en oneven getallen zijn en wat plus betekent.
Engels: ik ken de woorden pencil, sharpener, school bag
Natuurvak: ik weet hoe beren en eekhoorns leven en wat ze eten.
Maatschappijleer: ik weet wat een archeoloog doet.
Sociaal: ik kan meedoen in een gesprek over wat goed en fout is.

En de zevende klas:

Noors: ik kan vakteksten en literatuur lezen op het Nieuw Noors, Zweeds en Deens
Wiskunde: we starten met vermenigvuldiging. Ik kan verdubbelen en halveren decimaalgetallen.
Engels: ik kan onregelmatige werkwoorden verbuigen en ik weet het meervoud van zelfstandig naamwoorden.
Gym: ik kan anaerobe duurzaamheidstraining
Maatschappijleer: ik kan reflecteren op de geschiedenis van oervolkeren en hoe hun identiteit tegenwoordig beinvloed wordt.
Natuurvak: ik weet hoe broeikaseffect werkt
Sociaal: ik kan goed luisteren als iemand vertelt over zijn herfstvakantie.

Is het alleen maar jubel?

Nee. Naar mijn idee kunnen sommige kinderen die de boel verpesten, veel te veel hun gang gaan. Een notoire pester kan ook niet van school verwijderd. Sommige dingen duren erg lang. ‘Ting tar tid’ zeggen de Noren en dat is ook zo. De dingen kosten tijd in Noorwegen en Sørlandet is zelfs hier in Noorwegen berucht daar om.

Je moet soms je Nederlandse mentaliteit waarbij alles gisteren geregeld moet zijn, opzij zetten. Men is hier weinig gewend aan directheid en zegt liever ja en schuift het op de lange baan, dan naar waarheid ‘nee’ te zeggen.

Maar al met al…

Ben ik ZO blij dat we hebben gedaan wat we deden. Het is overal wel eens wat maar hier is het bijna altijd gewoon fijn en goed en gezellig. Mijn kinderen komen 99% van de tijd blij uit school en in elk geval nooit verdrietig of boos. Noren snappen echt niets van het Nederlandse systeem en roepen altijd licht verontwaardigd: ‘men barna skal jo leke!’, de kinderen moeten toch spelen!

En dat is belangrijk hier: kind zijn. Mooie dingen doen. Goede herinneringen maken. Een band voor het leven maken met je klasgenoten. En dat kan ook beklemmend zijn voor sommigen maar het is beter dan het alternatief. Dat van ieder voor zich en van een kind modelleren naar de eisen van Het Systeem.

Ik kan er nog drie uur over doorgaan maar ik ga nu film kijken met de man, doei!





Simpele kinderkleding.

Foto door Skitterphoto op Pexels.com

Ook de kleding van de kinderen werd ernstig geminimaliseerd. De hoge temperaturen (20 graden! Eind september! Noorwegen!) zijn nu wel uit de lucht dus de sandalen, zomerjurkjes en korte broeken kunnen opgeborgen, naar de kledingcontainer of doorgegeven aan een jongere zus.

Hoeveel is genoeg?

De kinderen hebben weinig kleding maar hoe weinig ook, het is eigenlijk altijd genoeg. Sommige mensen lijken te vergeten dat ze een wasmachine hebben en hebben voor drie weken ‘verse’ outfits voor hun kinderen in de kast. Dat lijkt misschien makkelijk want ‘je grijpt nooit mis’ maar het wekt verspilling in de hand en het is naar mijn mening vooral onpraktisch.

Mijn dochters verkleden zich graag en zijn wat minder nauwkeurig in dingen opbergen dan ik. Omgetrokken stapels kleding, op de grond gegooide outfits waarvan ik ook niet weet of het nu gewassen moet of niet: erg onhandig. Hoe minder, hoe beter.

Hun kleine garderobes zorgen ervoor dat ze (ook de kleinste van vier) hun eigen kleding na het wassen terug in de kast kunnen leggen. Ideaal!

Minimale meisjesgarderobe = leggings 🙂

Voor de jongste twee heb ik altijd simpele, zwarte leggings. Ik kocht onlangs een paar van J Crew (J. Crew solid full length heet ie) en die voelen goed qua kwaliteit, blijven netjes in de was en zitten heerlijk, volgens de draagster ervan. Ze sluiten ook mooi aan, iets dat niet altijd het geval is met d’r smalle lijfje.

Verder hebben ze een aantal vesten, in effen kleur. Dan kunnen ze ‘gek’ doen met truitjes. Broeken met eenhoornpatronen, drie in elkaar overlopende kleuren of gekke prints zijn leuk maar te lastig om te combineren. De leggings passen ook prima bij jurken. Geen aparte maillots e.d. nodig.

Sokken

Sokken probeer ik nu veel hetzelfde te kopen. De kleinste twee zitten maar drie maten bij elkaar vandaan, dus voor hen kan ik dezelfde sokken kopen, bijvoorbeeld in maat 31 – 33. Geen gedoe met sokken bij elkaar zoeken. Soms zitten in een set wel meerdere kleuren maar zolang met model hetzelfde is, geldt voor mij ‘twee is een paar’. De oudste heeft alleen maar zwarte sokken, de jongen vijf paar dezelfde koekiemonstersokken en wollen sokken. Dat scheelt veel gezoek en sokken-memory. Nog een voordeel: ze zijn ook bijna allemaal tegelijk ‘op’ en kunnen allemaal opgebruikt worden, tot de laatste sok.

Aantallen

Hoeveel ze van iets nodig hebben, wisselt. Grotere kinderen hebben minder nodig dan kleintjes, modderpoelbaders minder dan tekenaars en pianospelers.

Een hoeveelheid waarmee we comfortabel de tijd tussen twee wasbeurten doorkomen, vind ik genoeg. Ik wil niet moeten wassen omdat er iets op is, maar hoef ook geen twee weken vooruit te kunnen. Wel moet er genoeg zijn voor elke soort weer. Soms ligt er eind oktober al een laag sneeuw, ook daar moeten we op voorbereid zijn maar dat geldt meer voor de buitenkleding.

Pas kopen als we het nodig hebben

Ik koop nog zelden iets voor een komend seizoen maar pas als we het nodig hebben. Soms is het voorjaar veel frisser dan gedacht en zijn ze tegen de tijd dat ze de korte broeken en shirts nodig hebben, alweer een maat gegroeid. Of ze hebben opeens een enorm voorkeur voor een bepaald kledingstuk, zodat de andere dingen maar blijven liggen.

Ik weet dat veel bespaarblogs lyrisch worden van uitverkoop en minus 70%, maar aangezien wij en onze kinderen ook meestal driekwart van onze garderobe amper gebruiken, denk ik niet dat het de moeite loont om vooruit te plannen. Op ‘elke hoek van de straat’ kan je kinderkleding kopen en zeker in Nederland hoef je er niet langer dan een dag op te wachten als je het online koopt.

Wachten met kopen tot het nodig is, is naar mijn idee een betere bespaartip dan in de uitverkoop winkelen, ook al betekent dat dat je de volle prijs betaalt. Per saldo koop je veel minder en je hebt er ook veel minder werk aan. En nog iets met milieu.

De regel dat je iets alleen zou moeten kopen als je ook bereid zou zijn de volle prijs ervoor te betalen, wordt zo ook nog eens eenvoudig toegepast. Dingen kopen omdat er een sticker met 3 EURO op staat, ‘moet geen reden zijn iets aan te schaffen. ‘Altijd handig om te hebben’ vertellen we onszelf dan maar.. werkelijk? Denk aan wat je nodig hebt, niet aan wat je graag wil kopen.

Vertel wat je nodig hebt

Een lastige maar in het geval van regelmatig donerende opa’s en oma’s vind ik het geen gekke vraag als je kleding nodig hebt: ‘krijgen de kinderen nog kleding van jullie?’. Niet omdat ik mijn ouders een poot wil uitdraaien (ze draaien hun eigen poten wel uit voor hun kleinkinderen) maar omdat ik niet wil dat ze kleding krijgen die ze niet nodig hebben.

Toen mijn ouders regelmatig kwamen (het is nu bijna een jaar geleden, bedankt Cojona) nam mijn moeder vaak kleding voor ze mee. Ze vindt het zo leuk om ze allemaal in het nieuw te steken. Maar het kwam vaak voor dat ik ze net voorzien had, als mijn moeder belde welke maten de kinderen hadden want ze ging voor ze winkelen. (zeggen dat ze dat niet moest doen, daar ben ik al jaren geleden mee gestopt)

Dus als er een bezoek en nieuw seizoen op stapel stonden, vroeg ik maar gewoon of ze nog wilde winkelen en gaf dan door wat ze graag wilden, welke kleur, lengte van de mouwen, etc.
Want ze hebben allemaal zo hun eigen ideeen. De een is net d’r moeder (zwart, wijd uitlopende broeken), de jongen loopt graag in het equivalent van een pyjama (wat hij maar zelden mag, ik haat joggingbroeken), de derde draagt het liefst rare broekpakken en de vierde wil alles in rood-met-glitter.

En uiteindelijk, nadat ik me over mijn schroom had heengezet het te vragen, bleek dat de kinderen nu kregen wat ze echt graag wilden hebben en wat ze echt graag droegen. Iedereen blij!

Wel of niet kringlopen

Dat is een lastige. Het komt niet vaak voor dat ik bij de kringloop precies vind wat ik nodig heb. Soms wel, dan hangen er opeens twee mooie spijkerbroeken voor de oudste of een leuk badpak wat precies nodig was. Maar vaak vind ik vooral dingen die prima zijn en die passen maar die we niet echt nodig hebben. En nodig is wel mijn sleutelwoord.

Ik ben dus voor een groot deel gestopt met kringloopwinkelen voor kinderspullen en neem alleen iets mee als we het toch al nodig hadden, zoals onlangs een paar als nieuwe nep Dr. Martens voor de oudste, voor 4 euro. Geluk moet men hebben.

Maar ook hier geldt net als bij de uitverkoop dat ik denk dat het per saldo zeker makkelijker en wellicht ook nog goedkoper is, om niet vooruit te kopen en geen dingen te kopen omdat ze nu eenmaal leuk zijn.

Kleedgeld voor twaalfjarige.

De oudste is 12 en zit in de 7. trinn. Over een jaar gaat ze naar de ungdomsskole, de jeugdschool. Daar zitten ze dan drie jaar.

Andere dingen beginnen belangrijk te worden. Ze had een tijdje een obsessie met haar nagels, probeert make-up en verwijdert het voor iemand het kan zien en heeft haar eigen ideeën over kleding. Altijd al gehad. Ik kan haar uittekenen in haar uniform van wijd uitlopende zwart broek, zwart shirtje en zwarte laarzen. Ze lijkt op iemand….. 😀

Ze wilde van alles. Schoenen voor de herfst. Een nieuwe broek. Shirtjes. Een trui. Ze had al een Harry Potter trui gekregen van me, en eigenlijk had ze ook nog wel het een en ander nodig. De wijd uitlopende broeken en gympen kan je niet dragen als het nat of koud is.

Dus ik zei tegen haar dat ze 2000 kronen kreeg (ongeveer 200 euro) en zich daarmee tot het zomerseizoen aan kon kleden. Ze was er helemaal gelukkig mee en ging gelijk bedenken wat ze allemaal nodig had. Maar het is zo’n enorme kniep, ze wild wel op internet kleren kijken maar nergens haar geld aan uitgeven want ‘eigenlijk had ze best nog wel veel’. Ze had een mooi lijstje gemaakt met inventarisatie en mogelijke outfits.

En dat is het fijne van minimalistische kindergarderobes, ze is gewend dat er niet veel in haar kast ligt en weet dat ze maar drie broeken, wat longsleeves en een paar vesten nodig heeft om goedgekleed de winter door te komen.

En een paar schoenen voor de herfst. Gevoerde winterlaarzen heeft ze nog. Bij de kringloop vond ik als nieuwe nep Dr. Martens en een skinny jeans in haar maat, bij elkaar voor 5 euro. Dat kon ik niet laten liggen.
Vervolgens had ik nog een alpaca wollen trui voor haar die ik niet meer droeg omdat de mouwen op mysterieuze wijze waren gekrompen en ik houd niet van te korte mouwen. Ze heeft alles aangetrokken en bij wijze van spreken niet meer uitgetrokken.

Gisteren kwam ze met de mededeling dat ze zaterdag met haar vriendinnen met de bus naar Kristiansand wil, naar Dyreparken. Daar heb je wat achtbaan-achtige dingen en dat is leuk. Of ik het wilde betalen. Ha. Ha. Ha. Goeie grap.

Ik vond het wel flauw, om de regels te veranderen. Maar aangezien ik haar zo’n 1000 kronen heb bespaard en ik niet bedenk dat ze naar Dyreparken moet, mag ze die 250 kronen ‘zelf’ betalen. Van kleedgeld maken we bij deze maar zakgeld.

Het malle idee van een inkomen voor moeders

Ik ken dames die geregeld roepen dat ze zich niet genoeg gewaardeerd voelen omdat ze niet betaald worden voor het opvoeden van kinderen, het doen van de was, het schoonmaken van het huis, doen van de administratie en inkopen, het eten op tafel zetten, het verschonen van luiers, het aanhoren van dramatische gebeurtenissen uit het leven van zevenjarigen enzovoort.

Het zijn stuk voor stuk geen vrouwen die iets te klagen hebben op financieel gebied. Althans, er komt ogenschijnlijk genoeg binnen.

Ik vind het enorme onzin.

Dat de man en ik in gemeenschap van goederen zouden trouwen, was voor ons nooit iets om over te twijfelen. We hebben ook niets, haha. Dat ik zijn achternaam zou aannemen, vond ik ook niet meer dan normaal.

Omdat we in gemeenschap van goederen zijn getrouwd, is alles van ons. Al het geld dat we binnenbrengen, is van ons.
Het is ons beider verantwoordelijkheid om er het niet over de balk te gooien. Terwijl ik hier mijn moeder- en huisvrouwtaken vervul, werkt hij voor een inkomen.
Net zo goed als dat hij plezier heeft van mijn werk hier (in de vorm van genoeg tijd voor zijn hobby’s en een niet overwerkte of gestreste maar frisse en vrolijke vrouw als hij thuiskomt) heb ik plezier van zijn werk daar in de vorm van inkomen om dingetjes als eten en kleren te kopen voor mijn gezin.

Dat is natuurlijk koren op de molen van de ‘wat als je gaat scheiden’-roepers maar ik eet ook geen biefstuk met het idee om hem later weer uit te kotsen, ik koop geen schoenen om nooit te dragen en ik ga zeker niet trouwen met de liefde van mijn leven met het idee hem later weer te verlaten.

Als je zo al begint aan een relatie, dan is de kans dat je samen oud wordt bij voorbaat al minder. Als ik mijn leven ophang aan het feit dat hij me wel eens zou kunnen verlaten, hoe idioot is dat. Het is vragen om problemen.

Ik denk wel dat we het minder aangenaam zouden hebben als de stress van een extra baan, kinderopvang, zieke kinderen en de daarmee gepaard gaande chronische vermoeidheid erbij zou komen.
Als ik mijn halve leven voor veel geld moest uitbesteden: de opvoeding van mijn kinderen, het schoonmaken van mijn huis, als ik geen tijd zou hebben om koekjes te bakken met ze en bij wijze van aflaat tot dure pretparken en entertainment zou moeten wenden.

Je doet dingen en wij hebben allebei onze eigen taken. Een van mijn taken is het huis schoon houden, een van zijn taken is boten repareren voor geld zodat we dingen kunnen kopen.
In de weekenden is hij ook vaak bezig met dingen die niet direct geld opleveren, maar wel uitsparen: het gras maaien, de auto repareren, een laptop maken, iets in huis verbeteren….

Volgens die malle ‘betaal moeder’ retoriek zou hij hiervoor ook betaald moeten worden. Toch?

Of nee, dat is anders. Dat hoort gewoon bij de dingen die hij nu eenmaal doet. Want hij is een man. Geen verwend prinsesje.

Ik snap de logica echt niet. Dat de overheid naar mijn idee letterlijk crimineel bezig is door het kostwinnersgezin fiscaal zeer zwaar te bestraffen is een ander verhaal.

Het is ook nog eens een enorm egoïstisch standpunt. Want huisvrouw zijn doe ik omdat het zelf belangrijk vind. Daar hoeft geen enkele overheid mij voor te compenseren. Want wie betaalt, bepaalt. De overheid is knettergek gebleken en door op zijn manier extra controle te hebben over het leven van mensen, maak je jezelf alleen maar kwetsbaarder.

Het gaat niet om mij mij mij mij, het gaat om mijn gezin. Mijn kinderen. De volgende generatie, waar ik hopelijk genoeg gezond verstand in krijg gepropt voor ze het zelf moeten doen in het leven.

Ze kunnen beter de kinderopvang niet meer subsidiëren. De mensen die zo graag willen werken kunnen dan werken en betalen een normale prijs en waardering voor de mensen die hun kinderen heel de dag bezig houden.
De inkomstenbelasting kan omlaag, zodat kostwinnersgezinnen iets meer ademruimte hebben. Dan kan dat hele geldrondpompcircus opgeheven en dat scheelt nog meer.

Naar mijn idee moet de overheid gewoon stoppen met het een te bevoordelen en het ander zo onaantrekkelijk mogelijk te maken door middel van belastingen.

Zoals ik al zei, het zijn vaak niet de dames die leven met een bescheiden inkomen. Ook niet de mensen die overduidelijk een genoegen scheppen in huiselijke aangelegenheden.
Maar leven van kleiner inkomen is mogelijk. Het is een kwestie van wat doen (kleding repareren, dingen zelf maken) en laten (vakanties, alles kopen wat ons hartje begeert).

Ik heb gekozen voor dit leven omdat ik bij mijn kinderen wilde zijn en een langzamer, minder stressvol leven wilde voor mijn hele gezin. Niet omdat ik er financieel beter van wilde worden.
Als je je afhankelijkheid van geld afbouwt, hoef je niet te zeuren om geld van de overheid, lees: de belastingbetaler.

Ik ben (doorgaans ;)) trots op hoe ik de dingen doe. Het geeft me voldoening om de boel netjes te houden en te zorgen dat iedereen blij, weldoorvoed en tevreden is. Het idee dat de overheid me daarvoor zou moeten compenseren, is ronduit belachelijk.