Hulde aan vrouwen die vrouwen blijven.

Typische en gewenste vrouwelijke eigenschappen vroeger: verzorgend, helend, zacht, leven gevend, genezend, huiselijkheid creërend, voedend.

Typische en gewenste vrouwelijke eigenschappen tegenwoordig: zelfstandig, mondig, ambitieus, onafhankelijk, opkomend voor haar rechten zoals het aborteren van haar eigen kinderen en strijdend voor het recht om met haar seksegenoten minstens voor de helft vertegenwoordigd te zijn daar waar dat nodig wordt geacht: in de politiek en besturen, nooit in de stucadoorsbranche.

Ik begrijp niet waarom opkomen voor vrouwenrechten gelijk wordt gesteld aan het meespelen van het spelletje van een paar machtsbeluste en de weg van de menselijkheid kwijtgeraakte mannen die we vinden in de politiek en de bestuurskamers.

En uiteindelijk zijn we bijna allemaal aan het werk voor dat groepje. We werken voor het betalen torenhoge belastingen, voor hypotheken op zwaar overprijsde huizen waar ‘wall street’ & co goud geld aan verdienen. We werken om de boekhouding te kunnen doen zoals de overheid die oplegt. We werken om gigantische gemeentehuizen en nutteloze ambtenaren aan de gang te houden. We werken voor ziektekosten, die voor 80% voorkomen kunnen worden als mensen gezond zouden eten maar waar ‘big pharma’ zo lekker van profiteert. We werken voor de pillen van de mensen die nog iets voelen en derhalve burnt out of depressief raken in deze hel. Ook die mensen zijn weer uiterst lucratief voor de pillenproducenten.

Waarmee ik maar wil zeggen, we spelen allemaal het spelletje mee van de mensen die gierend van het lachen hun zakken vullen met onze ellende. En ik snap niet dat het spelletje van ‘de grote jongens’ meespelen, wordt gezien als verbetering van de positie van de vrouw.

Sinds de verlichting is er veel veranderd. En misschien soms ten goede. Het is fijn dat een lullige longontsteking ons de nek niet meer omdraait en dat we dagelijks schone en warme kleren kunnen aantrekken.

Maar de focus is volkomen te liggen op mannelijke waarden. De ratio. Weg met het gevoel. Dood aan de mythische wezens, de wolven, de eenhoorns, de tomtes, de sprookjes, de ‘oudewijvenpraatjes’, de geneeskrachtige kruiden, de verborgen boodschappen van de natuur. Ziekte was niet meer een onbalans in het hele lichaam maar simpelweg een defect onderdeel, als van een auto. En langzaamaan of razendsnel werd de hele wereld ziek. Doodziek.

De natuurlijke wereld is in razend tempo uitgemoord, omgehakt, weggedreven naar de laatste wilde gebieden in Scandinavie en Oost Europa, Rusland… Alles is volgebouwd en bestraat. We wonen in onze hokjes, rijden in een metalen doos naar een ander hok om 8 uur lang data in te voeren, we eten uit een doos of plastic zak en kijken naar Boer zoekt vrouw en denken dat we dat leuk vinden. Als we niet scrollen door social media feeds die precies een nanoseconde van iemands evenzogoed vreselijk imperfecte leven weergeven.

We zijn het contact met de natuurlijke wereld zo kwijt. Maar ook met onszelf.

Spaardoelen. Carrièredoelen. Bucket lists. Doelen, doelen, doelen. En altijd maar meer en beter en sneller en altijd wat een ander ook heeft + een beetje extra. Naar binnen kijken is een zeldzame kunst geworden. Silicon Valley heeft met instagram en facebook het laatste restje introspectie ook om zeep geholpen. Nooit kijken we meer naar binnen maar altijd naar wat voor ons ligt en we denken dat nog meer van hetzelfde ons gaat redden.

Het is alsof we bij een auto staan met een ontplofte motor en denken dat het stellen van de binnenspiegel gaat helpen bij het weer laten rijden. Nee, de hele balans is gewoon weg.

Vrouwen denken dat ze ‘empowered’ worden als ze het spelletje van de meest vileine mannen meespelen. Door zich te gedragen als de meest machtsbeluste of de meest fatsoensloze mannen, denken ze zich te bevrijden van de onderdrukking. De ironie, toch?

Maar laat dit nu precies de onderdrukking zijn die ons allemaal maakt tot slaafjes van de multinationals, de big-everythings, de belastingdiensten met hun terreur, de regeringen waar 99% alleen zit voor de eigen eer en glorie (en de bestuurspositie bij de KLM of Shell na vier jaar).

We moeten gewoon af van al die onzin, wat mij betreft. En ik heb het niet over wel of niet werken. Ik heb het over wat Penny Rimbaud zei: ‘we don’t bite the hand that feeds us, we feed the hand that bites us’.
We werken ons ten koste van alles over de kop en als we daarmee klaar zijn, gieten we het zuurverdiende geld terug in de schatkist, de zakken van de hypotheekzwendelaars en de verkopers van nutteloze rotzooi. En dan denken we dat als we maar aan de top kunnen komen van die banken, regeringen en multinationals dat alles goedkomt. Wat denken ze daar te doen, de wereld veranderen? Natuurlijk niet, macht corrumpeert iedereen die naar macht op zoek is.

We denken dat als we maar met zo veel mogelijk mannen het bed delen, we vrij zijn van… wat? Burgerlijkheid? Onderdrukking? Ik weet het niet. ‘Ervaring opdoen?’. Ja, alsof een man die zijn leven met je wil delen dat een pre vindt.

‘Maar we hebben geen man nodig!’ Nee hoor. En regen ook geen zonneschijn, dag geen nacht, licht geen donker, warm geen koud, zonder leven geen dood, zonder bij geen bloem. We zijn allemaal onderdeel van een geheel en zonder het een, bestaat het ander niet. Een man heeft een deel vrouwelijkheid in zich, een vrouw een deel mannelijkheid en samen vullen ze elkaar aan. Yin en Yang.

Samen ben je een. Door je unieke vrouwelijke kwaliteiten te benutten, kan een man zijn unieke mannelijke kwaliteiten benutten. Je maakt elkaar niet beter door allebei 50% te zijn van een sneu opgedrongen ideaal en alles te delen, maar door allebei 100% te zijn wie je bent.

Heel mijn generatie is verpest met ‘een slimme meid is op haar toekomst voorbereid’. Niet uit goedheid van het hart van de overheid hoor. Nee, omdat vrouwen die ook werken = meer belastinginkomsten. En toen halverwege de jaren negentig de hypotheekregels werden losgelaten en krediet beschikbaar werd, gingen huizenprijzen en dus hypotheken en dus winsten voor de banken enorm omhoog. Ik weet nog dat ‘alle’ moeders opeens moesten gaan werken, een autootje kregen en verhuisden naar iets dubbel zo duurs.

En nu zijn gewone huizen onbetaalbaar voor de meeste eenverdieners, die ook nog eens van overheidswege extra gestraft worden met enorme belastingnadelen. Iedereen een slaafje van de banken en de overheid. Maar oh, we zijn zo lekker geëmancipeerd en zelfstandig.
Dat we voor het indraaien van een gloeilamp nog een elektricien moeten bellen en zonder kinderoppas nergens meer zijn, dat maakt niet uit. Dat de bank en werkgever ons danig in de tang hebben, daarvoor sluiten we liever de ogen en zien het als en ‘fact of life’. Terwijl: waar is het leven, in zo’n leven?

Maar we spelen precies het spelletje dat onze leiders -overheersers, uiteraard- willen dat we spelen. Zo veel mogelijk verslaafd aan luxe en aan overheidsdiensten en niet samenwerkend maar concurrerend om op de hoogte plekjes van de macht te komen, vanaf waar men lachend op ons neerkijkt.

Wel, hulde aan alle mannen en vrouwen die hier niet aan meedoen. Die kiezen voor familie en traditionele rollen en voor zelf de kinderen opvoeden, voor een eenvoudiger leven waarbij zij het ironisch genoeg juist degenen zijn die minder afhankelijk zijn. Een leven waarbij je elkaar versterkt in plaats van elkaar ‘verdunt’ door elkaar te dwingen elkaars taken over te nemen.

Zo en nu gaan we på bærtur, kijken of de frambozen al rijp zijn en de laatste bosaardbeitjes plukken. Doei!