Een plek om te relaxen.

Foto door Min An op Pexels.com

Een huis zonder rommel is een plek om te relaxen. Nu de kinderen ouder worden, kost het me minder tijd om de dingen netjes te houden. Ze pakken dingen zelf en met wat geschreeuw geluk ruimen ze het ook soms zelf weer op. Het is heerlijk om minder tijd te besteden aan het kalm en opgeruimd houden van de ruimte waar ik toch een groot deel van mijn dag doorbreng. Een opgeruimd huis betekent een kalme geest.

Als ik mijn huis heb opgeruimd en schoongemaakt -dat laatste gaat een stuk makkelijker als het eerste nogal rigoureus is uitgevoerd- dan voel me ik relaxed, aangenaam, voldaan en beter in staat tot ontspannen.

Rommel leidt tot stress. Stress door stapels papier, door rondslingerend speelgoed, door volle wasmanden, te veel afleiding aan muren, op vensterbanken, in lades en waar eigenlijk niet. Stress door een rommelig schema met te veel activiteiten die niets toevoegen.

Je kan NU beginnen met het opruimen van rommel. Schrap wat nutteloze dingen, zoals een verjaardag waar je naartoe zou gaan omdat het van je verwacht wordt (is er iets hersenverwekenders dan dat!), een ouderavond waarop werkelijk niets nieuws verteld wordt, ruim een lade die niet meer dicht wilde, haal tien dingen uit je klerenkast die je niet draagt of ontdoe je koelkast van alles waarbij je eerste gedachte ‘neh’ is, in plaats van nomnom.

Open ruimte geeft ruimte in je hoofd. In mijn slaapkamer staan een bed en een kast. In de keuken een tafel met zes stoelen. Niets meer. In de woonkamer twee stoelen en een bank, een tafel, een tv-kast, cd’s en een aquarium en drie kasten met boeken, spullen van de kinderen en de man. In de kamer van mijn zoon een bed en een bureau. En hoewel de tuin met een plat grasveld niet mijn eerste keuze zou zijn, is de open ruimte heerlijk.

Licht. Natuurlijk licht. Hoe meer, hoe beter. Minimale gordijnen en ander raambehang. Ik heb rolgordijnen in de slaapkamer, vooral om in de zomer te kunnen slapen. Vouwgordijnen in de woonkamer tegen de laagstaande zon op het aquarium en de ergste hitte in de zomer. De keuken en de balkondeuren zijn gordijnvrij. Heerlijk! Het zijn mijn ‘schilderijen’. Het licht verandert elke dag en ik geniet ervan te zien hoe de zon aan haar baan terug bezig is.

Houd alleen de spullen die je gebruikt. En zorg dat je zo min mogelijk nodig hebt. Dit maakt het leven makkelijker, je gedachten helderder, je materiele behoeften kleiner, je zorgen minimaal, je zorgeloosheid groter en je bankrekening gezonder.

Simpele kleuren. Welke kleuren hebben een kalmerend effect? Ik houd van wit. Niet voor alles, want onpraktisch maar witte muren, witte kasten, witte stoelen, witte keuken met licht blad en witte kaarsen zijn aangenaam aan mijn ogen. Hier en daar wat grijs, zwart en hout en een groenige muur. Ik beweer niet dat minimalisme monochroom moet zijn, maar ik vind het helpen om een rustgevende omgeving te creeeren.

Frisheid. Doe dingen weg die moeilijk schoon te houden zijn, zoals lampen en zware gordijnen en tapijten waarin zich allerlei viezigheid ophoopt. Loop een keer met een bezem langs plinten, stofzuig achter kasten, leg kabels netjes neer, dweil de vloer met warm water en een scheut azijn, stof bovenop kasten, was je beddengoed en hang het buiten te drogen, leen een tapijtreiniger voor kleden en stoffen banken, was je ramen tot ze doorzichtig zijn. Een fris huis is een weldaad voor de geest.

Herfstig blokje om.

Zo fijn om weer een camera te hebben. Dat heb ik wel gemist, foto’s maken. Mijn telefoon maakte nooit de beste beelden en ik heb nu evenmin een state of the art camera maar dat is ook niet nodig. Hoe eenvoudiger, hoe beter, tot op een bepaalde hoogte natuurlijk.

We maakten een kleine wandeling, want mien moest naar de wc. Gelukkig is de herfst pas net begonnen 🙂

Zo maar even tussendoor, deze plaatjes van rond om het huis.

Simpele kinderkleding.

Foto door Skitterphoto op Pexels.com

Ook de kleding van de kinderen werd ernstig geminimaliseerd. De hoge temperaturen (20 graden! Eind september! Noorwegen!) zijn nu wel uit de lucht dus de sandalen, zomerjurkjes en korte broeken kunnen opgeborgen, naar de kledingcontainer of doorgegeven aan een jongere zus.

Hoeveel is genoeg?

De kinderen hebben weinig kleding maar hoe weinig ook, het is eigenlijk altijd genoeg. Sommige mensen lijken te vergeten dat ze een wasmachine hebben en hebben voor drie weken ‘verse’ outfits voor hun kinderen in de kast. Dat lijkt misschien makkelijk want ‘je grijpt nooit mis’ maar het wekt verspilling in de hand en het is naar mijn mening vooral onpraktisch.

Mijn dochters verkleden zich graag en zijn wat minder nauwkeurig in dingen opbergen dan ik. Omgetrokken stapels kleding, op de grond gegooide outfits waarvan ik ook niet weet of het nu gewassen moet of niet: erg onhandig. Hoe minder, hoe beter.

Hun kleine garderobes zorgen ervoor dat ze (ook de kleinste van vier) hun eigen kleding na het wassen terug in de kast kunnen leggen. Ideaal!

Minimale meisjesgarderobe = leggings 🙂

Voor de jongste twee heb ik altijd simpele, zwarte leggings. Ik kocht onlangs een paar van J Crew (J. Crew solid full length heet ie) en die voelen goed qua kwaliteit, blijven netjes in de was en zitten heerlijk, volgens de draagster ervan. Ze sluiten ook mooi aan, iets dat niet altijd het geval is met d’r smalle lijfje.

Verder hebben ze een aantal vesten, in effen kleur. Dan kunnen ze ‘gek’ doen met truitjes. Broeken met eenhoornpatronen, drie in elkaar overlopende kleuren of gekke prints zijn leuk maar te lastig om te combineren. De leggings passen ook prima bij jurken. Geen aparte maillots e.d. nodig.

Sokken

Sokken probeer ik nu veel hetzelfde te kopen. De kleinste twee zitten maar drie maten bij elkaar vandaan, dus voor hen kan ik dezelfde sokken kopen, bijvoorbeeld in maat 31 – 33. Geen gedoe met sokken bij elkaar zoeken. Soms zitten in een set wel meerdere kleuren maar zolang met model hetzelfde is, geldt voor mij ‘twee is een paar’. De oudste heeft alleen maar zwarte sokken, de jongen vijf paar dezelfde koekiemonstersokken en wollen sokken. Dat scheelt veel gezoek en sokken-memory. Nog een voordeel: ze zijn ook bijna allemaal tegelijk ‘op’ en kunnen allemaal opgebruikt worden, tot de laatste sok.

Aantallen

Hoeveel ze van iets nodig hebben, wisselt. Grotere kinderen hebben minder nodig dan kleintjes, modderpoelbaders minder dan tekenaars en pianospelers.

Een hoeveelheid waarmee we comfortabel de tijd tussen twee wasbeurten doorkomen, vind ik genoeg. Ik wil niet moeten wassen omdat er iets op is, maar hoef ook geen twee weken vooruit te kunnen. Wel moet er genoeg zijn voor elke soort weer. Soms ligt er eind oktober al een laag sneeuw, ook daar moeten we op voorbereid zijn maar dat geldt meer voor de buitenkleding.

Pas kopen als we het nodig hebben

Ik koop nog zelden iets voor een komend seizoen maar pas als we het nodig hebben. Soms is het voorjaar veel frisser dan gedacht en zijn ze tegen de tijd dat ze de korte broeken en shirts nodig hebben, alweer een maat gegroeid. Of ze hebben opeens een enorm voorkeur voor een bepaald kledingstuk, zodat de andere dingen maar blijven liggen.

Ik weet dat veel bespaarblogs lyrisch worden van uitverkoop en minus 70%, maar aangezien wij en onze kinderen ook meestal driekwart van onze garderobe amper gebruiken, denk ik niet dat het de moeite loont om vooruit te plannen. Op ‘elke hoek van de straat’ kan je kinderkleding kopen en zeker in Nederland hoef je er niet langer dan een dag op te wachten als je het online koopt.

Wachten met kopen tot het nodig is, is naar mijn idee een betere bespaartip dan in de uitverkoop winkelen, ook al betekent dat dat je de volle prijs betaalt. Per saldo koop je veel minder en je hebt er ook veel minder werk aan. En nog iets met milieu.

De regel dat je iets alleen zou moeten kopen als je ook bereid zou zijn de volle prijs ervoor te betalen, wordt zo ook nog eens eenvoudig toegepast. Dingen kopen omdat er een sticker met 3 EURO op staat, ‘moet geen reden zijn iets aan te schaffen. ‘Altijd handig om te hebben’ vertellen we onszelf dan maar.. werkelijk? Denk aan wat je nodig hebt, niet aan wat je graag wil kopen.

Vertel wat je nodig hebt

Een lastige maar in het geval van regelmatig donerende opa’s en oma’s vind ik het geen gekke vraag als je kleding nodig hebt: ‘krijgen de kinderen nog kleding van jullie?’. Niet omdat ik mijn ouders een poot wil uitdraaien (ze draaien hun eigen poten wel uit voor hun kleinkinderen) maar omdat ik niet wil dat ze kleding krijgen die ze niet nodig hebben.

Toen mijn ouders regelmatig kwamen (het is nu bijna een jaar geleden, bedankt Cojona) nam mijn moeder vaak kleding voor ze mee. Ze vindt het zo leuk om ze allemaal in het nieuw te steken. Maar het kwam vaak voor dat ik ze net voorzien had, als mijn moeder belde welke maten de kinderen hadden want ze ging voor ze winkelen. (zeggen dat ze dat niet moest doen, daar ben ik al jaren geleden mee gestopt)

Dus als er een bezoek en nieuw seizoen op stapel stonden, vroeg ik maar gewoon of ze nog wilde winkelen en gaf dan door wat ze graag wilden, welke kleur, lengte van de mouwen, etc.
Want ze hebben allemaal zo hun eigen ideeen. De een is net d’r moeder (zwart, wijd uitlopende broeken), de jongen loopt graag in het equivalent van een pyjama (wat hij maar zelden mag, ik haat joggingbroeken), de derde draagt het liefst rare broekpakken en de vierde wil alles in rood-met-glitter.

En uiteindelijk, nadat ik me over mijn schroom had heengezet het te vragen, bleek dat de kinderen nu kregen wat ze echt graag wilden hebben en wat ze echt graag droegen. Iedereen blij!

Wel of niet kringlopen

Dat is een lastige. Het komt niet vaak voor dat ik bij de kringloop precies vind wat ik nodig heb. Soms wel, dan hangen er opeens twee mooie spijkerbroeken voor de oudste of een leuk badpak wat precies nodig was. Maar vaak vind ik vooral dingen die prima zijn en die passen maar die we niet echt nodig hebben. En nodig is wel mijn sleutelwoord.

Ik ben dus voor een groot deel gestopt met kringloopwinkelen voor kinderspullen en neem alleen iets mee als we het toch al nodig hadden, zoals onlangs een paar als nieuwe nep Dr. Martens voor de oudste, voor 4 euro. Geluk moet men hebben.

Maar ook hier geldt net als bij de uitverkoop dat ik denk dat het per saldo zeker makkelijker en wellicht ook nog goedkoper is, om niet vooruit te kopen en geen dingen te kopen omdat ze nu eenmaal leuk zijn.

Het mooie doodgewone.

Born to be…. ordinary…

Het laatste half jaar was een vrij ongewoon jaar. En nog maar eens besefte ik daardoor dat het gewone en alledaagse moet worden gekoesterd en gewaardeerd.

Als we opgroeien, wordt ons verteld dat gewoon zijn echt vreselijk is. Het liefst ben je populair, beroemd, bijzonder of een tovenaarsleerling. Alles behalve een muggle 😉
We moesten feesten en veel vrienden hebben en socializen met die vrienden en met elkaar verbonden zijn en hippe bijzondere kleding dragen die onze uniekheid benadrukt, terwijl we ondertussen wel alles moeten doen om te zorgen dat we niet per ongeluk buiten de boot vallen want anders zijn dat is het ergste dat kan gebeuren 🙂

Ik was nooit echt een party-animal, hoewel ik wel graag uit ging. De neiging om bijzonder te willen zijn, had ik ook nooit echt. Veel hemelbestormende toekomstvisioenen evenmin.
Mijn oma haalde niet heel lang voor haar dood nog op dat ik op mijn veertiende al zei dat ik het liefst in een donkere Noorse winter met een plaid op schoot over een Noorse fjord uit wilde kijken. Nou ja, in elk geval is mijn toekomstdroom wel min of meer uitgekomen 😉

Er is zo veel dat we voor lief nemen. Dingen waar we over klagen, terwijl het zo bijzonder is. Juist de gewone dingen…. Terwijl die het leven mooi en kostbaar en bijzonder maken.

Als je het doodgewone niet kan waarderen, wat heb je dan aan meer? Nee, ik pleit er niet voor om de hele winter apathisch onder een dekentje te zitten, uiteraard niet. Of om nooit meer iets te ambieren of te verbeteren.

Maar hoe groots en meeslepend je het ook maakt, uiteindelijk wordt alles gewoon en dan heb je weer iets anders nodig van buiten jezelf om je goed te voelen. Een doodlopende weg, want wat als het je ontnomen wordt?

Niet dat de angst om iets kwijt te raken een reden moet zijn om iets niet te doen, maar de dingen moeten naar mijn mening iets toevoegen aan een reeds tevreden leven, in plaats van dat al die dingen van buitenaf (waar we geen controle over hebben) onze basis zijn. Want dan zijn we nooit tevreden. Er blijft altijd iets nieuws, net om de hoek, net buiten bereik. Waar we eeuwig naar op zoek zijn. Zonder al het moois te zien dat zich vlak onder onze neus afspeelt. Als we het maar willen zien!

Het is voor mijzelf belangrijk om tevreden te zijn met weinig. Want de simpele dingen, dan zijn juist de mooie dingen. Dit stukje schrijven in het namiddagzonnetje met een kop koffie. (Instagramfiltertje erop, gitaarmuziekje erbij…. #simpleliving)

Er is zo veel moois in het dagelijks leven als we het idee loslaten dat het leven groots en meeslepend zou zijn. Als je kan genieten van een blokje om met de kindertjes, de was afhalen, een wandeling, een simpele maaltijd, dan is het leven meer vervullend dan wanneer je het leven leeft dat je door deze maatschappij wordt voorgeschoteld. En het scheelt je alleen een enorme berg gedoe 🙂

Søppelplukking

Bij de kinderen op school worden vaak leuke dingen georganiseerd. De jongen ging vrijdagavond met zijn klas met een bootje naar Skauerøya, bij de tweedeklasser hadden ze ‘Beintøft’, een soort themamaand om kinderen meer milieubewust te maken.

De eerste week moesten ze zo veel mogelijk lopend of met de fiets naar school en deze week was het thema afval en vervuiling aan de beurt. De kinderen van de klas die het meeste afval plukten uit de natuur, kunnen een boek over de natuur winnen en omdat ons Fietje had gezien dat er ook in stond hoe je verschillende paddestoelen kon herkennen was ze nogal gemotiveerd om de boel eens flink op te ruimen. Dat hadden ze met de klas ook al gedaan, rond de school.

Zij is van allevier de grootste natuurliefhebster. Gisteren heeft ze in het bos een tipi gemaakt, met een stoel en tafel. Ze wil altijd uit wandelen, zit de helft van de tijd in het bos of bij de zee en heeft net als overgrootoma en moeder altijd wel oog voor kleine bijzondere dingen in de natuur. Een mooie bloem, een patroon op een steen, mooie mossen….

Dus gingen we naar een eiland in de buurt waar we vorige keer een schokkende hoeveelheid plastic zagen liggen. Uiteindelijk viel het me nog mee, we hadden anderhalve (grote) vuilniszak vol.
Ons Fietje heeft enorm haar best gedaan, niet gespeeld en alleen maar afval lopen rapen onder jeneverbesbomen (au) en tussen gladde stenen. Afgelopen maandag hadden we ook al een lange wandeling gemaakt en de nodige afval verzameld, hoewel het (hiephoi) leek alsof iemand ons voor was geweest, want er lag veel minder dan de keer ervoor dat we er liepen.

En dat is wel weer mooi. Er zijn mensen die alles maar neerflikkeren maar gelukkig ook heel veel initiatieven om het op te ruimen. Het zou niet nodig moeten zijn, maar alles is beter dan het laten liggen. Want dat snap ik niet. Het eiland op de foto’s is zeker in de zomer heel druk bezocht. Als je dat dan allemaal ziet, dan neem je de volgende keer toch gewoon even de moeite om het op te ruimen? Het was drie kwartier werk ofzo.

Maar dat vind ik zo gaaf van het onderwijs hier. In Nederland vertelde de directeur me dat ze, zodra ze zich langer dan een kwartier per week niet aan de opgelegde regels hielden, hij een plan voor de onderwijsinspectie moest maken hoe ze de ‘verloren tijd’ (van bijvoorbeeld naar buiten naar de boer, de natuur in etc.) zou gaan inhalen. Hier gaan ze kanoen, krabben vissen, zwemmen in zee, het bos in, worstjes grillen op zelf met een zakmes scherp gemaakte stokken op een open vuurtje, naar de boerderij om kalfjes te kijken en oh ja, een dode zeehond ontleden, maar dat was gewoon omdat de lerares er eentje had gevonden op het strand.

Ja, ik ben echt nog elke dag blij om hier te mogen wonen en mijn kinderen hier te kunnen laten opgroeien.

Het leven na ontrommelen.

Foto door bongkarn thanyakij op Pexels.com

De afgelopen weken heb ik nogal enthousiast gedeclutterd. Zo heerlijk om alles weer leeg en georganiseerd te hebben. Donderdag deed ik het laatste loodje, dat erg zwaar was. Letterlijk: de bijkeuken, waar de gereedschappen en aanverwante artikelen van de man huizen. Ik verhuisde spullen, sorteerde, deed dingen weg, zocht heel veel uit en toen was ik aangenaam moe.

We hebben twee grote kasten in de gang waar de modelbouwvoorraad van een webwinkel die de man ooit had, huisde. Die heb ik verhuisd naar een loos hoekje boven nu hebben het gereedschap en alle autodelen heerlijk de ruimte, alles bij elkaar. Een hele verbetering!

Ah, rust en kalmte, zelfs in de bijkeuken (we hebben tot groot verdriet van de man geen garage, wat er voor zorgt dat spullen zich niet op eigen beweging voort kunnen planten. Althans, niet in hetzelfde tempo als wanneer ze zonder toezicht in een garage liggen)

Maar wat nu!

Fijne dingen. Dat is het idee uiteindelijk, dat je een boel dingen wegdoet om plaats te maken voor andere, betere dingen. Niet dat die spullen me nu zo veel tijd en gedoe kostten maar weten dat het er ligt, is al genoeg he 😉 Soms moet de bezem er door.

Ik voel me beter in een rommelvrij huis en naast het gewone onderhoud van kledingkasten ontdoen van meuk en badkamerkastjes kuisen is eens in de zoveel tijd (jaren?) Groot Onderhoud nodig, willen we niet dichtslibben met ons zessen.

Ik heb nu weer tijd voor fijne dingen. Ik ga weer fijn foto’s maken in mijn favoriete seizoen. De bomen kleuren zo mooi nu met het mooie weer. Vannacht hadden we de eerste nachtvorst maar overdag was het warmer dan in juli. Heerlijk! (en raar maar ik kan het toch niet veranderen dus geniet ik er maar van)

Ik ga mijn penvriendinnen weer spammen met brieven. Een poging doen om vijftig kilo volkorenmeel op te maken. (Argh, ik dacht dat ik bloem besteld had…) Wandelen…. Dingen maken met de dertien kilo aroniabessen in de vriezer. Nieuwe recepten proberen nadat ik me de afgelopen weken nogal makkelijk met vertrouwde favorieten van het avondeten had afgemaakt….

Als je niet oppast, is minimalisme gewoon het volgende ding dat je verkocht wordt door influencers. Zorg dat je de juiste vetplantjes, organic basics-ondergoed, verantwoord servies en bedlinnen hebt en alles komt goed 😉 Behalve dat het daar niet om gaat. Althans, niet als doel. Want minimalisme is geen doel maar een tool, bla!

Het gaat er niet om wat je niet hebt en wat je wel hebt maar wat je doet met die paar momenten op aarde die je gegeven zijn.

Na een periode van ontrommelen, volgt altijd een periode van rust en leven met zo min mogelijk is een ideaal waar ik langzaam naartoe werk, zonder er echt nog actief iets aan te doen. Het is een gewoonte voor mezelf: als ik iets tegenkom dat geen nut meer heeft, gaat het weg. Zo simpel is het.

Zo min mogelijk bezitten is logisch. Waarom zou ik me druk maken om dingen die niets toevoegen aan mijn leven? Een camera, een vulpen en papier en verder kan het meeste me gestolen worden. Wat niet kan, omdat ik het niet heb. Hmmm…. Het voelt goed om vrij te zijn.

Zo’n opruimperiode maakt me weer heel erg onomwonden duidelijk hoe bewust we moeten zijn met de spullen die we in ons leven toelaten. Iets is makkelijk gekocht of geaccepteerd maar vaak is er weer vanaf komen, een ander verhaal. Het beslissingsproces, het verkopen of wegdoen, het tijdelijk in de weg staan, anderen die vinden dat iets wel moet blijven…

Het is fijn als spullen geen rol meer spelen in je leven, anders dan functioneel. Niet alleen door ze niet meer te vergaren maar door om je niet meer druk te maken over hoe er vanaf te komen.

Dat wordt een boel Noorwegenfotospam op dit blog binnenkort 😉

Te veel van alles?

Foto door Nika Akin op Pexels.com

Het kan gebeuren dat je opeens met een andere blik kijkt naar de spullen waarmee je je omringt. Of je nu in een huis woont waar veertig jaar niet echt is opgeruimd, of als je de illusie hebt dat je al jaren heel erg minimalistisch leeft.

De laatste weken denk ik bij veel van wat ik zie ‘waarom heb ik dat eigenlijk?‘ en dan kom ik erachter dat ik het ook niet weet. Soms word je een beetje ‘bedrijfsblind’. De dingen staan er en vallen simpelweg niet meer op.

Dingen toevoegen is makkelijk. Vorig jaar kregen we een nieuwe kachel en de oude bleef op mijn verzoek staan, leuk voor op het terras en anders zou hij weggegooid worden. Maar hij staat daar maar, we gebruiken hem zelden. Hij wordt maandag afgehaald door iemand die dolblij ermee was, omdat hij de zijpanelen van de betreffende kachel al lang zocht. Mooi!

Mijn fiets? Ik geef het nog een poging en wordt het niets tussen ons, dan gaat hij op finn.no
De verzameling stroomdraadjes en kabeltjes moest uitgezocht. De helft kon weg.
Wat oude spullen van ’s mans vorige werk naar het oud ijzer.
Een door al het geruim overbodig geworden boekenkast.
Een lade met allerlei soorten kit, vijf jaar over de datum (ik kom daar ook niet elke week he).
De oude bus.
Wat boeken van de kinderen die ze niet lezen en ook niet gaan lezen.
De lamp boven de tafel die toch nooit aan was en slecht stof hapte.

Elke dag een beetje. Mijn dagelijks leven is vrij van rommel. Misschien dat het me daarom ook niet zo opvalt, de ‘clutter creep’. Toch, de dingen nemen zo geruisloos hun plek in in het huis, om het huis en in je leven en na een tijdje valt het niet meer op dat ze er zijn, ook al worden ze niet gebruikt. Of juist daarom.

Tot ik opeens weer de geest krijgt. En dan moet alles ondervraagd, opgeruimd, weggegooid, gesorteerd, schoongemaakt, verplaatst, ontdubbeld en wat er nog meer moet gebeuren om weer echt alleen dingen in huis te hebben die een doel dienen (altijd handig om te hebben is een doel volgens de man, daar leg ik me maar bij neer in het geval van zijn kabeltjes, lampjes, poedercoatspulletjes etc.)

Voor alles kan je een excuus bedenken. Soms lijkt het verspilling iets weg te gooien. Een grote voorraad cosmetica waar je nog tien jaar mee kan doen.
Een dure jas die je nooit meer draagt, tenzij je 6 kilo afvalt wat je heus wel gaat doen, als ze stoppen met chocolade maken.
Een lamp die ooit een goede vondst was.
Een tafel die op zolder staat sinds je een andere kocht maar waar je ooit nog wel iemand blij mee kan maken.
Dat dekentje dat je ooit nog aan je kleinkind wil geven (je dochter zelf is 12).
De hometrainer die je nog wel gaat gebruiken, als je weer de energie hebt.

Maar echt? Nee joh.

De lege ruimte, die maakt blij. Het is heerlijk je te ontdoen van de spullen die niet in je leven passen en dat vermoedelijk ook niet meer gaan doen. Want, wat heb je nu helemaal nodig in het leven?

Dat is voor mij het belangrijkste: wat heb ik daadwerkelijk nodig om goed te leven? Helpen de dingen die ik om me heen houd bij het leven zoals ik dat wil leven, of verhinderen ze me juist?

Dat hoeft echt niet puur fysiek te zijn zoals een gigantische eikenhouten kast. Ook iets dat relatief weinig ruimte inneemt, kan voelen als een last. Ook al is het ‘economisch’ gezien ‘verstandig’ om het ding te houden, toch kan het gewoon beter voelen om er afstand van te doen. Het geld is toch al uitgegeven, je laten ‘pesten’ door overbodige meuk is gewoon zelfkastijding en nergens voor nodig. Bevrijd de spullen, maak er een ander blij mee die het anders zou moeten kopen.

De rust die ik weer vind, is heerlijk. Hoewel de spullen me niet direct in de weg staan en weinig extra tijd kosten om te onderhouden, is het fijn dat het allemaal weer klopt.

Me ‘bevrijden’ van overtollige ballast, voelt altijd goed.

Niets is zo’n goede herinnering aan het feit dat ik niets nodig heb, als alleen het minimale bezitten. (minimaal = noodzakelijk + een beetje voor het gemak en de leuk).

Het onverwachte plezier van geen smartphone.

Foto door Gabriela Palai op Pexels.com

Sinds juli heb ik een simpele Nokia om mee te bellen. Behalve dat en me wakker maken met een trommelvliesverscheurend gepiep kan hij niet zo veel en dat was precies de bedoeling.

In het begin gebruikte ik mijn smartphone nog wel om berichtjes te sturen en youtube te kijken, bijvoorbeeld maar een tijdje geleden heb ik hem gereset en sindsdien ben ik hem kwijt. Dat is best knap in ons huis maar het is lekker rustig.

Ik mis hem niet en dat is niet heel gek want ik heb sinds ze op de markt zijn langer geen dan wel een smartphone gehad.
Ik heb er dubbele gevoelens over. Ja, ze zijn makkelijk en het is leuk om foto’s en berichtjes te sturen naar familie en vrienden. Dat is ook het enige dat ik miste, tot ik op mijn laptop Telegram heb geinstalleerd, een berichtendienst als WhatsApp maar dan zonder grove schendingen van de privacy van de gebruikers. Je kan het zowel op een telefoon als een computer installeren, dus dat is handig.

Het idee van constant Big Brother bij me, ik vond het steeds vervelender. En de afleiding die het geeft van het echte leven, is naar mijn idee ook niet louter positief.

Dus al met al ben ik blij dat hij er niet meer is. Ook al betekent dat dat ik niet snel even het weerbericht kan checken voor we uit wandelen gaan zoals vorige week donderdag.

Het leek redelijk weer, wolkje, zonnetje en weinig wind. Dus ik liep met de kleine dames de deur uit, de man tegemoet. We zouden een half uurtje onderweg zijn, ongeveer. Ik nam (gelukkig, achteraf) wel mijn telefoon mee. Iets dat ik anders ook zelden doe.

Na een kwartiertje begon het te regenen. Harder, nog harder en het leek er niet op dat het snel zou gaan stoppen. We liepen nog enigszins beschut naast de bomen maar toen we bij de kruising kwamen, niet meer. Doorlopen maar, besloten we. Naar huis lopen was net zo lang of langer dan tot we de man zouden tegenkomen en dat was uiteindelijk het doel, ‘naar papa lopen’ is ons ritueel tot de dagen te kort zijn om dat veilig te kunnen doen.

Maar de man kwam maar niet. Dus ik belde en hij bleek in de file te staan. In Kristiansand, dus nog 22 kilometer van huis. Ondertussen waren we alledrie best nat. De derde had sportschoenen aan en de kleinste gaat altijd van huis alsof het hoogzomer is. Mijn sjaal wilden ze echter niet hebben en nagenoeg zonder gezeur liepen ze door.

Als ze zeuren vraag ik gewoon of dat helpt tegen de regen. Nee? Nou, mond dicht dan 😉

We waren bijna bij de snelweg en liepen net achter een bosje door toen ik achterom keek en meende de auto van de man voorbij te zien rijden. Ik belde hem en inderdaad, hij was het en keerde om waarna we alledrie in een warme auto konden stappen. Spontaan begon het nog een tandje harder te regenen.

‘Mama, dat was ZO leuk, doen we dat volgende keer weer?’
– Wandelen? Ja, bijna elke dag he!
‘Ja, maar als het zo keihard regent.’

Ik had geen zin meer om moeilijk te koken dus we kochten hamburgers en afbakbroodjes en slagroom voor op de chocolademelk. Dat, en droge kleren bij thuiskomt, maakte het geluk compleet.

Het stomme is, als ik op een regen-app had gezien dat er een monsterlijke regenwolk op weg was naar boven ons hoofd, hadden we thuis gebleven.

Dan hadden we deze wandeling niet gemaakt. Dan hadden de kinderen niet de herinnering aan een verzopen wandeling en het heerlijke gevoel van droge kleren, houtkachel en warme chocomel daarna.

De afgelopen tijd hebben ze het er meerdere keren over gehad, hoe leuk de verzopen wandeling was. En dat ben ik helemaal met ze eens. We moeten ons niet op alles voorbereiden, niet binnen blijven als we een bui verwachten en niet onze dag plannen aan de hand van apps maar gewoon het leven leven, als waren het de jaren negentig.

Minimalisme: wat te houden

Foto door mali maeder op Pexels.com

Dat is natuurlijk de grote vraag.

Kijken naar wat je weg moet doen, schiet niet zo op. Je hersens verzinnen voor elk dingetje wel een goede reden om het te houden. Met deze oude jurkjes kan ik een vlaggetjeslijn maken! In deze emmer kan ik aardappels kweken! Deze oude potjes kan ik gebruiken als ik zelf cosmetica ga maken!

Onzin natuurlijk, dat houdt de rommel in je huis alleen maar in stand. We moeten redenen verzinnen om van dingen af te geraken, niet om ze te houden als we de positieve effecten van een minimalistisch leven willen ervaren.

Kijken naar wat je moet houden is daarom een betere optie. Maar wat moet je houden?

Wel…

‘have nothing in your house you do not know to be useful or believe to be beautiful’

Bedankt, meneer Morris.

De rest kan dus mooi weg.

  • Alle dingen die je dubbel hebt, die je niet dubbel nodig hebt. Of driedubbel. Denk scharen, messen, veger en blik, emmers, dekbedhoezen, haarborstels….
  • Dingen die kapot zijn (als je het zou repareren, had je dat al gedaan)
  • Dingen die je niet meer passen (waarom zou je te grote kleding bewaren? of je schuldig voelen omdat je niet meer in de broek past die je droeg toen je 25 was?)
  • Dingen die te versleten zijn (de dingen die ‘meh’ uitstralen)
  • Dingen die je bewaart voor ooit, voor nood, voor anderen (iets voor nood hebben kan handig zijn maar als de nood aan de man is, heb je niet opeens je oude stofzuiger nodig)
  • Dingen waar je teveel van hebt (elastiekjes, panty’s, ordners, kabeltjes, klapstoelen, wijnglazen)
  • Verpakkingsmateriaal (lege glazen potjes, dichtbindclipjes)
  • Alles wat je niet mooi genoeg vindt om dagelijks te zien: je gaat het echt niet meer waarderen als je het achter in de kast verstopt
  • Alles wat je niet nodig hebt en derhalve zelden of nooit gebruikt. Ook al is het ‘nog prima’. Laat het vrij en doe een ander er een plezier mee.

Dan heb je minder spullen.

Maar…. er kan ook te veel van het goede zijn. Te veel mooie kleding, te veel mooie spullen, te veel handige dingen.

Minimalisme is niet alleen leven met minder of geen rommel, het is ook bewust leven met minder.

Declutteren is niet hetzelfde als minimalisme. Een opgeruimd huis maakt je geen minimalist. Niet dat ik hier de politie loop uit te hangen, maar het zijn wel verschillende dingen. Een minimalist streeft er naar te leven met alleen hetgeen ie nodig heeft, of oprecht waardeert.

En er kan maar een beperkte hoeveelheid dingen in je leven zijn, waaraan je je aandacht kan geven.

Uiteindelijk gaat het daarom: de dingen die je doet, doen met intentie. Niet zomaar wat kopen, zo maar wat eten, wat kijken, of wat doen maar schrappen wat geen waarde heeft, om volle aandacht te kunnen geven aan wat dat wel heeft.

In de loop der jaren is bijna alles dat ik ooit dacht belangrijk te vinden, verdwenen. De dingen die wel belangrijk bleken, bleven.

Minimalisme is een proces. Wat ik tien jaar geleden belangrijk vond om te houden, is nu overbodig. Andere dingen zijn belangrijker geworden. Dat is prima. Vasthouden aan spullen of ideeen of het verleden, is nooit goed.

Maar wat ik ook heb weggedaan: ik heb nog nooit iets gemist. Wat voegden die dingen toe? Stuk voor stuk niets. Mijn gedachten over dat specifieke ding, maakte dat ik het in eerste instantie wilde behouden. Niet het ding zelf.

Verander je gedachten, verander je leven.

Je kan googlen hoeveel dingen een minimalistische keuken heeft. Maar het gaat erom hoeveel jouw minimalistische keuken (nodig) heeft. Of hoeveel kleding er in jouw kast hangt. Met welke dingen jij je wenst te omringen. De dingen die jij in de loop van een dag, een maand, een jaar gebruikt.

En ook: de rekening die jij moet houden met andere mensen. Lag het aan mij dan verfden we alle muren wit en hadden we niets in huis behalve bedden en een gigantische eettafel met fijne stoelen. Maar ik ben niet alleen. Dus staan er cd’s, apparatuur, een aquarium en modelbouwbootjes in de kamer en hangt er wat kleurigs aan de muur. En dat is prima.

Wat je in je leven wil houden of toelaten, bepaal je zelf. Er is geen magisch nummer. Gebruik je het niet of vervult het je hart niet echt met blijdschap, doe het dan weg. Gebruik je het of maakt het je blij: dan houd je het.

Maar pas op, want er zijn veel dingen die we gebruiken, die we eigenlijk niet nodig hebben. Waarom zou je klapstoelen voor visite hebben, als je ook je eetkamer- of tuinstoelen kan gebruiken. Waarom heb je zes dezelfde pannen en maar vier gaspitten en ze nooit allemaal tegelijk in gebruik? Ondanks dat je elk exemplaar gebruikt, kan je makkelijk af met twee stuks. Waarom leg je een sprei op je bed als je het er ’s avonds weer afhaalt? Kijk goed naar wat je nodig hebt. Waarom leg je een plaid op de bank als het enige wat je ermee doet, het ding opvouwen is? Waarom zou je elk drankje uit een ander soort glas drinken? Dat je het doet, wil niet zeggen dat het moet.

Kritisch kijken naar wat je nodig hebt, dat is essentieel.

Vraag je af: zou ik onthand zijn als ik dit ding niet meer zou hebben? Is er iets anders dat ik kan gebruiken, of verloopt mijn dagelijks leven echt minder vloeiend zonder dit ding?

Er zijn van die grensgevallen. Mijn koffiezetapparaat. Ik kan koffie maken zonder, maar houd van het gemak van het zetten van een volle pot voor man en mij ’s ochtends. Ik kan zonder droger, maar af en toe voor nood is het ideaal. De man houdt te veel van de frituurpan en zijn zelfgemaakte snacks. Ze zijn niet essentieel maar toch: ze geven een zeker plezier of maken het leven aangenamer. Omdat ze mijn leven dus veraangenamen, mogen ze blijven.

Andere dingen echter, doen dat niet. Alles wat een keukenmachine kan, kan ik ook met een snijplank, een goed mes en mijn handen. Mijn smartphone was een ergernis, meer dan een verrijking van mijn leven. Een grotere garderobe blijkt nu ik zelfs mijn capsule wardrobe minimaliseerde, meer last dan lust.

Daarentegen: zou ik mijn grote vlijmscherpe herdersmes missen, of de wasmachine, de rvs emmer, mijn winterlaarzen, kasjmier sjaal, vulpen, gietijzeren koekenpan, ijzeren spatel, handtas, icebreaker vest of verzameling brieven van de man niet hebben, dan zou ik deze wel heel erg missen.

En dat is denk ik waar het om gaat: bekijken wat essentieel is, een paar dingen toevoegen voor het gemak en de rest (99% van wat er te koop is), laten voor wat het is. En wat dat is, bepaal je helemaal zelf. Helaas 😉

Minimalisme: creëer een uniform.

Foto door murat esibatir op Pexels.com

Toen ik mijn vorige post schreef over een capsule wardrobe dacht ik: wat een boel kleren eigenlijk. Ik houd van keuze… echt? Neuh. Het is leuk als ik eens zin heb in iets anders maar ik kan eigenlijk prima leven zonder. Ik heb van veel dingen (handtas, beddengoed, typen schoenen, winterjas) maar een exemplaar en dat verveelt nooit. Het is dus iets van tussen de oren.

Serieus, opschrijven wat je precies hebt, is een perfecte manier om erachter te komen wat je te veel hebt!

Een uniform dus. Waarom?

  • Minder keuze. En ja, dat is een goed ding. Meer eenvoud. Niet hoeven na te denken wat ik draag. Nu bestond mijn capsule wardrobe al uit lievelingskleren, hetgeen aankleden eenvoudig maakt maar het kan altijd simpeler, al is het maar bij wijze van experiment.
  • Minder te kopen. Drie broeken, vier tops en drie vesten en meer heb ik eigenlijk niet nodig. Of drie jurken en drie vesten. Hoe meer ik heb, des te meer ik nodig heb om alles te combineren met elkaar.
  • Minder was. Met een grote berg kleding achter de hand, gooi ik iets simpelweg in de wasmachine. Ik hang nu mijn wollen vest gewoon even buiten, of verwijder vlekjes met een doekje
  • Comfortabeler. Ik koos dingen dingen die ik heerlijk vind zitten en heel graag draag. Ik keek wat ik droeg in een week en echt met veel plezier droeg en wat het meest veelzijdig was.
  • Geen miskopen meer. Ik weet dat wat ik draag, echt mijn favoriete kleren zijn. Er moet veel gebeuren wil ik iets toevoegen het moet echt perfect zijn. Er is geen plek voor ‘nah’, ik kijk wel of ik het nog leuk ga vinden. Dat was er al niet, maar een uniform maakt het nog makkelijker wat dat betreft.

Hoe bepaal je je ‘uniform?

  • Kijk wat je de laatste twee weken ofzo met veel plezier hebt gedragen, wat zijn je lievelingskleren.
  • Waar voel je je echt geweldig in?
  • Wat zijn je favoriete kleren? Vooral pasvorm is belangrijk, welk silhouet past je het beste?
  • Wat is praktisch maar toch mooi op een dagelijkse basis?
  • Kijk welke kleuren je passen. Kies een basiskleur en eventueel wat accentkleuren die bij elkaar passen.
  • Welke patronen passen je goed? Waar voel je je ‘jou’ in?

Ik heb mijn overige kleding ver buiten bereik gelegd. Als ik het onder in mijn kast leg, pak ik het gewoon weer. Maar nu ligt het zo ver bij mijn klerenkast vandaan dat ik denk ‘laat maar’. En inmiddels zijn de meeste kledingstukken, ook al uit mijn hoofd als opties. Ik heb nog steeds meer dan genoeg.

En zo is het met zo veel dingen bij mij. Als het er is, dan gebruik ik het, of eet ik het op. Is het er niet, dan maal ik er ook niet om. Leg chocolade naast me neer en ik eet het op, maar als ik het nooit meer zou eten, zou ik er ook niet om malen. Zo is het ook met de kleding, tot heden.

Ik vond mijn capsule wardrobe al heerlijk overzichtelijk maar dit is… de overtreffende trap daarvan. En dat is goed.