Noors onderwijs. Is dat beter?

Beter dan wat? In welk opzicht? Ik heb geen idee! Mijn oudste is twee jaar op school in Nederland gegaan, de jongen een paar maanden en daarna had ik mijn buik aardig vol van ‘Week van de Lentekriebels’, schoolontbijtjes, malle testen, verplichte werkjes en andere gekkigheid. De Merkaba Sudbury-school in het dorp werd op last van de schoolinspectie gesloten voor ik goed en wel kon bedenken of ik mijn kinderen daar wellicht naartoe wilde doen.

Ik weet niet hoe het is in Nederland op school nu, anders dan van verhalen. En als ik het zo lees denk ik dat het hier beter is, of je kind nu enorm slim is of extra hulp nodig heeft. Maar ik ben alweer zes jaar hier en niet van plan ooit terug te gaan. Mijn kinderen ook niet, ze zijn best geschokt als ze een school zien met een hek met punten ervoor (waar zijn die van voor mama?)

Onderwijs was dan ook een grote reden om tijdens wat achteraf het staartje van de huizenmarktcrisis was, ons huis te verkopen. Wat ik wist van Noors onderwijs was alleen maar beter dan wat we hadden.

Vandaag kwamen de kinderen blij thuis, zoals altijd. De oudste was vaak boos en gefrustreerd als ze uit school kwam. Zo kende ik haar niet!

Maar in Noorwegen kwam ze vanaf dag 1 gezellig en blij terug uit school.
Wat hadden ze gedaan (onder andere): de oudste had levend tafelvoetbal gespeeld met gym waarbij alle kinderen in rijen en elastieken touwen hingen. De hilariteit.
De jongen had appeltaart gebakken bij ‘voeding en gezondheid’.
De jongste was på tur gegaan, had vuur gemaakt in het bos, een hut gemaakt met haar vriendinnen en chocolademelk gedronken.

Schoolrecht

In Noorwegen geen leerplicht. Er is het recht op onderwijs. Dat kan verschaft worden door de overheid of door ouders. Het kind heeft het recht op onderwijs. Een andere benadering van leerplicht maar het is zoals alles hier, wat kindvriendelijker.

‘Trivsel’ (denk aan het Engelse woord to thrive) is erg belangrijk. Het is zelfs in de 7e klas nog steeds het belangrijkste thema bij een ouderavond. Heeft het kind het leuk op school? Als een kind niet lekker in zijn vel zit, wordt er veel aan gedaan om dat te veranderen. Van wat ik heb meegemaakt kan ik alleen maar dankbaar zijn voor de geweldige leraren die er ook alle moeite voor doen om te zorgen dat de sfeer in de klas goed is en elk kind krijgt wat hij of zij nodig heeft.

Geen vrije keuze

Er is geen vrije schoolkeuze. Je kan op eigen kosten naar een Steiner- of zeer christelijke school maar waar je woont, bepaalt waar je kind naar school gaat. Nauwelijks uitzonderingen (hoewel gedoe met scheidende ouders soms tijdelijk kan zorgen dat wordt afgeweken van de regel)

Extra hulp

Hier vind je bijna geen speciaal onderwijs. Mijn zoon zat in de klas bij een meisje in een rolstoel met een ernstige handicap, tot dat echt niet meer ging. In de klas van mijn dochter zit een jongen met ernstige gedragsproblemen. Kinderen met down syndroom volgen zo veel mogelijk regulier onderwijs.

Elke klas heeft een miljøarbeider, iemand die voornamelijk zorgt voor het welzijn op een school.

De jongen krijg nu, na bijna twee jaar sinds het werd aangevraagd, 2 uur individuele hulp per week. Een op een les met een leraar of begeleider. Er kan heel veel maar je moet niet verwachten dat iedereen meteen voor je in de houding springt.

Ik lees ook wel eens van die klaagverhalen van emigranten die met drie kinderen met wat in Nederland als ‘probleem’ gezien wordt die verwachten dat op het dorpsschooltje meteen zes man begeleiding klaar staat want dat is beloofd. Zo werkt het gewoon niet.

Skolestart

Kinderen gaan in het jaar dat ze zes worden naar de jeugdschool en blijven daar zeven jaar. Ideaal: alle kinderen beginnen tegelijk, in augustus. Geen gedoe met elke maand weer een nieuw kindje. Kinderen blijven in principe niet zitten want meegaan met de groep is belangrijker. Het onderwijs past zich aan aan het kind: als een kind niet mee kan, wordt geprobeerd met extra begeleiding de boel op te lappen.

De meeste kinderen hebben daarvoor al vijf jaar barnehage erop zitten. In het laatste jaar van de barnehage hebben ze een paar uur per week een groepje voor de kinderen waarin ze letters en getallen leren, spelenderwijs.

Er zijn meerdere leraren. De klassen zijn meestal klein en sowieso onder de 20 kinderen. Er is een leraar, een assistent en nog speciale vakleraren en ondersteuners. Een kind heeft gelukkig niet het risico om twee jaar lang een nare leraar te hebben, vijf dagen per week, zes uur per dag.

Taalles

Voor kinderen die uit een ander land komen, is er vaak extra taalles beschikbaar. Ligt aan het budget van de school. Mijn oudste kreeg samen met een jongetje uit Bulgarije Noors van een lieve Iraanse dame het eerste jaar. De jongen kreeg het dan weer niet, maar de school is ook nogal overspoeld met nieuwe aanwas de laatste jaren.

Omgang

Hier gelukkig nog een redelijk ongedwongen omgang tussen leraren en kinderen. Een verademing. Er worden veel leuke dingen gedaan: met de honden van een lerares gingen ze hondeslee-rijden in de sneeuw, er wordt gekajakt op het meer naast de school, elke vrijdag gaan de lagere klassen på tur in het bos, er zijn filmdagen, kooklessen, een eigen bibliotheek, als er sneeuw ligt is sneeuwpoppen maken belangrijker dan wiskunde, de kinderen gaan naar boerderijen toe en zien hoe er schapen geboren worden (of geslacht, geen tere kinderzieltjes hier), toen een lerares een dode zeehond vond werd die met de vijfde klas for the sake of science ontleed, als de kinderen klaar zijn met hun werk mogen ze tekenen….

Soms is er engelsdag. Dan kunnen ze naar school met iets dat lijkt op een Engels uniform en praat heel de school heel de dag Engels. Soms is er wiskundedag waarbij buiten allerlei ‘stations’ zijn waarin ze meer leren over wat er in boeken staat. Tien meter springen enzo. Vlak voor de vakantie heeft heel de school kustcultuurweek, en gaan ze stranden opruimen, kanoën, vissen, krabbenvangers maken, in zee zwemmen en leren over de zee. In mei is er het junior songfestival en in oktober de Blimedans. (Bli med = doe mee).

Vorig jaar hadden ze eendeneieren op school en daarna kleine eendjes. Eerder hadden ze kippen. Er zijn zonnebloemwedstrijden, moestuintjes en als iemand zesmiljoen stekjes heeft van een kamerplant en die doneert gaat de hele klas aan het stekken.

Kinderen klimmen in bomen in het bos en dat wordt leuk gevonden door de volwassen. (net als dansen op het dak) Er zijn twee lange pauzes en de schooldag duurt gemiddeld van half 9 tot 1 uur voor de onderbouw en tot kwart voor twee voor de bovenbouw. In de pauzes is er veel toezicht maar er staat dan ook geen hek om de school en achter de school begint een enorm bos.

Onderling

Contact tussen groepen is ook belangrijk. Alle nieuwe kindjes krijgen een begeleider uit de vijfde en dat nemen ze allemaal erg serieus. Die lopen met ze mee naar de kerk als er kerst gevierd wordt of met andere Grootse Gebeurtenissen dat eerste jaar. Ze kunnen daar ook terecht voor vragen. De vijfdeklassers zorgen goed voor ‘hun’ kinderen. Mijn oudste ging met vier vriendinnen en al hun eersteklassers naar de bioscoop. Zij had een meisje met down als ‘fadderbarn’. Zo fijn dat die kinderen gewoon mee kunnen doen met alles hier.

Er wordt veel met de parallelklassen gedaan maar ook met hogere en lagere klassen. Er is veel minder dat wij-zij gevoel.

Bus

Als de kinderen meer dan 3 km bij school vandaan wonen hebben ze recht op vervoer met schoolbus die gelukkig recht voor de deur stopt. De kleinere kinderen worden naar de bus gebracht door Ivar, de uiterst populaire buswacht.

Voor het idee hier wat leerdoelen:

Tweede klas (7 – 8 jaar)

Noors: ik kan vertellen over een dier, ik kan een verhaal vertellen bij een plaatje.
Wiskunde: ik weet wat even en oneven getallen zijn en wat plus betekent.
Engels: ik ken de woorden pencil, sharpener, school bag
Natuurvak: ik weet hoe beren en eekhoorns leven en wat ze eten.
Maatschappijleer: ik weet wat een archeoloog doet.
Sociaal: ik kan meedoen in een gesprek over wat goed en fout is.

En de zevende klas:

Noors: ik kan vakteksten en literatuur lezen op het Nieuw Noors, Zweeds en Deens
Wiskunde: we starten met vermenigvuldiging. Ik kan verdubbelen en halveren decimaalgetallen.
Engels: ik kan onregelmatige werkwoorden verbuigen en ik weet het meervoud van zelfstandig naamwoorden.
Gym: ik kan anaerobe duurzaamheidstraining
Maatschappijleer: ik kan reflecteren op de geschiedenis van oervolkeren en hoe hun identiteit tegenwoordig beinvloed wordt.
Natuurvak: ik weet hoe broeikaseffect werkt
Sociaal: ik kan goed luisteren als iemand vertelt over zijn herfstvakantie.

Is het alleen maar jubel?

Nee. Naar mijn idee kunnen sommige kinderen die de boel verpesten, veel te veel hun gang gaan. Een notoire pester kan ook niet van school verwijderd. Sommige dingen duren erg lang. ‘Ting tar tid’ zeggen de Noren en dat is ook zo. De dingen kosten tijd in Noorwegen en Sørlandet is zelfs hier in Noorwegen berucht daar om.

Je moet soms je Nederlandse mentaliteit waarbij alles gisteren geregeld moet zijn, opzij zetten. Men is hier weinig gewend aan directheid en zegt liever ja en schuift het op de lange baan, dan naar waarheid ‘nee’ te zeggen.

Maar al met al…

Ben ik ZO blij dat we hebben gedaan wat we deden. Het is overal wel eens wat maar hier is het bijna altijd gewoon fijn en goed en gezellig. Mijn kinderen komen 99% van de tijd blij uit school en in elk geval nooit verdrietig of boos. Noren snappen echt niets van het Nederlandse systeem en roepen altijd licht verontwaardigd: ‘men barna skal jo leke!’, de kinderen moeten toch spelen!

En dat is belangrijk hier: kind zijn. Mooie dingen doen. Goede herinneringen maken. Een band voor het leven maken met je klasgenoten. En dat kan ook beklemmend zijn voor sommigen maar het is beter dan het alternatief. Dat van ieder voor zich en van een kind modelleren naar de eisen van Het Systeem.

Ik kan er nog drie uur over doorgaan maar ik ga nu film kijken met de man, doei!