Hoe je de rommel ook echt weg krijgt.

Ken je dat, dat je spullen alleen maar verplaatst? Naar een plek waar het hopelijk minder in de weg ligt? Om dan later geen idee te hebben wat het ook weer was, alles uit te pakken en te denken: oh, dit is ook leuk, ik wist niet dat ik dat nog had, oh waarom heb ik dat bewaard? En dan zit je met alle spullen om je heen en besluit je de chaos maar weer terug te stoppen waar het vandaan komt, voorzien van een label met ‘diverse’ of ‘allerlei’. Leuk voor over vijf jaar als je weer een poging doet.

Nu ben ik zelf vrij rigoureus maar haalde soms ook wel eens iets uit een doos voor de kringloop omdat ik dacht het nog nodig te hebben. En altijd leg ik het vervolgens toch weer terug voor de kringloop. Weg is weg.

Hoe zorg je ervoor dat je niet eindeloos met spullen blijft rondsjouwen?

Heb een idee van wat je wil

Wil je de overbodige spullen, of een opgeruimd huis en een kalme geest? En als je wat ouder bent, wil je dat je nabestaanden zich druk moeten maken om al je oude rommel of ga je liever in stijl, met alleen een spaarsaldo, eigen huis, een koffer kleren en een doosje met persoonlijke schatten als erfenis?

Het is net zoals met eten: wil je de koekjes of het gezonde en slanke lichaam?

Zie voor je waar je naartoe werkt. Is er in dat ideaal ruimte voor dozen vol oude boeken, textiel dat ooit van je oma was, babykleertjes om een half weeshuis te voorzien en gênante, pijnlijke oude dagboeken?

Wees rigoureus

Waarom zou je spullen houden waar je over twijfelt?
Zou je het weer kopen of in je leven accepteren als je nu voor de keuze werd gesteld?
Past dit in het leven zoals je dat voor je ziet?
Het zijn maar dingen. Die alleen iets betekenen, omdat jij dat in je hoofd hebt.

Als je iets liever niet meer wil maar er is iets dat je tegenhoudt, maak dan een outbox. Bijvoorbeeld voor ongebruikt kinderspeelgoed, waar ze misschien nog wel naar vragen. Kledingstukken die je net niet past maar met de kilo’s die je af wil vallen, misschien over een paar maanden wel. Voorwerpen die je niet meer blij maken maar waarvan het lastig is ze weg te doen. Leg ze in de outbox met een datum erop en kijk hoe het voelt als die dingen ‘weg’ zijn. Niet echt weg dus, maar tijdelijk uit je leven. Opgelucht? Vast. Mis je het? Dan kan het blijven.

Houd niets voor anderen

Bewaar geen spullen omdat andere mensen dat van je verwachten. Als je iets hebt gekregen van iemand, is het van jou om ermee te doen wat je wil.

Mijn moeder had wel eens de neiging om te vragen of ik iets nog had, dat mijn oma bijvoorbeeld aan me had gegeven. Meestal ben ik dan maar gewoon eerlijk. Als er iemand niet moeilijk deed over zulke dingen, was het mijn oma. Ik heb weinig van mijn opa’s en oma’s. Ik vind het gewoon niet aangenaam om iemand op die manier ‘om me heen te hebben’.

Mijn broertje is precies andersom en zijn huis lijkt steeds meer op dat van mijn opa. Ook prima. Doe wat bij je past, doe het niet omdat een ander het verwacht. Weggooien, bewaren… wat dan ook.

Het helpt om je wensen duidelijk kenbaar te maken. Geef mensen geen carte blanche met verjaardagen maar vraag dingen die je op kan maken en vertel ze dat je streeft naar een leven met minder spullen, niet meer.

Handel het meteen af.

Kleding gesorteerd? Een doos met spulletjes verzameld? Gooi het achterin de auto om af te geven en rijd de volgende keer even om om dat ook daadwerkelijk te doen. Zet het niet in de schuur waar kinderen er weer in gaan lopen schatzoeken, of waar je zelf weer in de verleiding komt om dingen terug te halen.

Heb duidelijke regels voor spullen.

Als ik iets niet gebruik, gaat het weg want blijkbaar kan ik prima zonder leven. Kleding geef ik doorgaans een maand of drie en als ik het niet meer draag of uittrek na een paar uur dragen wegens ‘meh’ dan gaat het weg. Kleding van de kinderen die te klein is, gaat direct in de zak voor de kledingcontainer als het niet de moeite van het bewaren is.

Vind ik iets mooiers dan wat ik heb, dan vervang ik het en dan gaat het oude weg. Vind ik het zonde om het oude weg te doen, dan heb ik blijkbaar niets nieuws nodig. Dit geldt vooral voor gebruiksvoorwerpen die op eigen houtje lijken te vermenigvuldigen. Dekens, bedtextiel, drinkbekers…

Organiseer dezelfde dingen bij elkaar.

Een fleecedeken kan je gebruiken in de winter voor extra warmte, als je gaat kamperen, als het buiten koud wordt, voor een ziek kind op de bank, in de auto tijdens een lange reis…. Je hebt er hier echter maar EEN deken voor nodig en niet eentje in de woonkamer, een in de kamer van je kind, een in de auto en een bij de kampeerspullen.

Dat geldt voor alles. Opschrijfboeken, pennen, cd’s, kleding, tuingereedschap, glazen… Houd alles wat je hebt, bij elkaar. Zo zie je hoeveel je daadwerkelijk ergens van hebt en waar je teveel hebt. Waarom zou je bijvoorbeeld onhandige wijnglazen in een doos in de schuur bewaren, of extra dekens of gelezen boekjes terwijl er zo veel ander moois te lezen is?

Beperk de ruimte

Een nieuwe kast, handig bakje of ander opbergding is zo gekocht. Maar heb je een ding aan je deur nodig om 20 paar schoenen in op te kunnen bergen of zijn vijf paar schoenen alles wat je nodig hebt?

Ik heb twee pakjes kerstballen en een doosje met decoratie voor de kinderen. Als het niet meer in de doos past, moet er iets anders weg.
We hebben in dit huis geen garage en een beperkte opslagplek voor gereedschappen en dergelijke maar dat werkt eigenlijk prima.
De kleding van mijn twee jongsten ligt in een kastje met zes manden en dat is ruimte genoeg. Er kan niets meer bij en er hoeft ook niets meer bij. Of het nu gaat om textiel, cd’s, collecties: geef het een bepaalde ruimte en houd het daarbij.

Wees kieskeurig.

Komt je moeder met een doos vol herinneringen, vraag je dan af of je wel wil weten wat erin zit. Je hebt het nooit gemist, dus waarom zou je allerlei moeilijke beslissingen op je hals halen voor dingen waar je vijf minuten geleden niet wist dat ze bestonden?

En soms komt er wel opeens iets leuks. Een oud kopje van vroegah, dat veel leuker voor je kind is dan het lelijke plastic waar hij of zij nu uit drinkt. Ruil het dan om. Houd alleen dingen die echt een meerwaarde bieden.

Ik heb mijn moeder gevraagd om alles van mij weg te doen want eerlijk, ik heb niets met al die oude dingen. ‘Misschien leuk voor de oudste’ zei mijn moeder over de paardenboeken. Ja, misschien. Maar die boekjes liggen hier manshoog opgestapeld bij de kringloop dus waarom zou ik me tien jaar druk maken om een meter boeken die toch niet gelezen worden? Vervolgens heeft geen van mijn kinderen ooit een paardenboek gelezen.

Ooit is nooit

Bewaar het niet voor ‘ooit’, als in: je weet nooit wanneer je het nog eens nodig hebt. Ooit is nooit.

Ik weet dat over drie jaar, mijn tweede dochter in de winterjassen en skibroeken van de oudste past. Die bewaar ik, want duur en nog perfect. Dat is een concreet tijdstip. De skispullen terwijl je geen idee hebt wanneer je weer gaat skiën of de babydekens terwijl je enige kind 40 is en nul interesse heeft in kinderen: ooit. Dus nooit.

Onthoud dat je altijd dingen kan huren, als je ze nodig hebt. Scheelt je ook nog eens het gedoe van eigenaarschap.

Hoe minder spullen je nodig hebt, des te meer vrij ben je.

Minder nodig hebben is net zoals altijd meer nodig hebben, een vicieuze cirkel. Eenmaal gewend aan leven met minder, blijkt veel van wat we ooit voor noodzakelijk hielden, overbodig.

Het is niet de bedoeling om nooit meer iets te willen of nooit meer iets leuk te vinden. In tegendeel, hoe minder je hebt, des te belangrijker zijn de dingen voor je. Je lievelingsmok voor je koffie, je enige en favoriete koekenpan, je notitieboek waarin je zorgvuldig de goede dingen om te herinneren opschrijft, je met jaren van gebruik heerlijk zacht geworden linnen lakens, de lichtelijk sleetse maar daarvoor extra mooie wollen deken…. Gun dat jezelf.