Experiment: mini garderobe.

In september deed ik een experiment met een heel kleine garderobe. Gewoon, omdat dat leuk is op zijn tijd.

Ik had drie broeken, vier tops, twee truien en twee vesten. Broeken O.o Ja. Na twee jaar 99% van de tijd jurken en rokken te hebben gedragen, koos ik voor broeken. Ik kreeg twee heel comfortabele exemplaren van de man.

Uiteindelijk was ook deze hoeveelheid nog gewoon genoeg. Ik heb niet eenmaal mis gegrepen of zonder kleren naar buiten gemoeten 😀 en de eerste drie weken ook geen afwisseling gemist. Ik had beter een jurk in plaats van een broek kunnen kiezen. Of nog een rok met een kort vestje, maar ik was veel buiten en in huis bezig met van alles en dan is een broek best praktisch.

Aan het einde van september, was ik mijn 90% zwarte ‘capsule’ wel een beetje beu en was ik blij een deel de rest van mijn kleren weer te kunnen dragen. Ik denk dat ik ook de afwisseling eerst weinig miste omdat ik heel veel bezig was.

Er waren ook dingen die ik totaal niet gemist had. Wat dingen die toch al ‘nah’ waren na een jaar, of twee intensief dragen en wassen. Een zwarte jurk met paarse bloemen die ik om te zien geweldig vind maar om te dragen: neen. Net te kort, net te wijd en ik heb geen idee waarom ik hem heb gehouden toen ik hem had besteld. Het label ‘Made in England’ denk ik 😀

Er waren ook dingen die ik graag zou willen hebben. Een mooie leren zwarte rok. Een kasjmier longsleeve: lekker warm zonder ‘bulk’ zoals een gewone wollen trui en even warm. Een echt warme trui die je niet ook kan kopen in een sportwinkel in een neutrale kleur-maar-geen-zwart.

Er zijn zo veel van die lijstjes met ‘de perfecte capsule wardrobe’ en die zeggen allemaal hetzelfde en meestal kan ik er weinig mee.
Een goede spijkerbroek: staat me niet, hoe mooi en goed ook.
Een colbertje: vind ik vervelend om te dragen.
Een trenchcoat: doet me eruit zien alsof ik mijn moeders kleren heb aangetrokken om me te verkleden.
Een wit overhemd: maakt me geel in het gelaat, bovendien ben ik nogal knoeierig.
Een zwarte legging: nei, takk.
Flatjes: vreselijk, bij mezelf dan.

Ik wist het al maar besefte wederom: als ik wil leven met een minimum aan spullen, moeten ze van perfecte kwaliteit zijn. In elk geval zo goed als ik me kan veroorloven. Een trui van 400 euro slaat naar mijn idee nergens op, maar er is vaak een groot verschil tussen een exemplaar van 30 en 120 euro.

Het was een leuk experiment. Ik besefte: ik hoef niet zozeer keuze, maar wel afwisseling. Ik hoef eigenlijk niet drie broeken, maar wel een broek, jurk en rok.

Geen drie dezelfde vestjes in een andere kleur of drie dikke truien maar wel een ‘perfect’ vestje, een fijne kasjmieren longsleeve en een goede trui.

Met heel weinig kleren, valt de mindere kwaliteit van een kledingstuk extra op.

Maar: liever tien dingen in perfecte kwaliteit, dan 20 -of 33- dingen van twijfelachtig allooi.

Het was dus wel verhelderend. De komende tijd investeer ik als ik ze nodig heb in goede basisstukken van natuurlijke materialen, in neutrale kleuren. Dingen die ik minimaal een paar jaar met plezier wil dragen. Dingen die perfect passen.

Met wat aandacht en een eigen idee van wat ik leuk vind en wat me staat, kan ik met nog minder kleding toe. Een beetje extra aandacht en iets betere kwaliteit = de perfecte garderobe.