Het leven na ontrommelen.

Foto door bongkarn thanyakij op Pexels.com

De afgelopen weken heb ik nogal enthousiast gedeclutterd. Zo heerlijk om alles weer leeg en georganiseerd te hebben. Donderdag deed ik het laatste loodje, dat erg zwaar was. Letterlijk: de bijkeuken, waar de gereedschappen en aanverwante artikelen van de man huizen. Ik verhuisde spullen, sorteerde, deed dingen weg, zocht heel veel uit en toen was ik aangenaam moe.

We hebben twee grote kasten in de gang waar de modelbouwvoorraad van een webwinkel die de man ooit had, huisde. Die heb ik verhuisd naar een loos hoekje boven nu hebben het gereedschap en alle autodelen heerlijk de ruimte, alles bij elkaar. Een hele verbetering!

Ah, rust en kalmte, zelfs in de bijkeuken (we hebben tot groot verdriet van de man geen garage, wat er voor zorgt dat spullen zich niet op eigen beweging voort kunnen planten. Althans, niet in hetzelfde tempo als wanneer ze zonder toezicht in een garage liggen)

Maar wat nu!

Fijne dingen. Dat is het idee uiteindelijk, dat je een boel dingen wegdoet om plaats te maken voor andere, betere dingen. Niet dat die spullen me nu zo veel tijd en gedoe kostten maar weten dat het er ligt, is al genoeg he 😉 Soms moet de bezem er door.

Ik voel me beter in een rommelvrij huis en naast het gewone onderhoud van kledingkasten ontdoen van meuk en badkamerkastjes kuisen is eens in de zoveel tijd (jaren?) Groot Onderhoud nodig, willen we niet dichtslibben met ons zessen.

Ik heb nu weer tijd voor fijne dingen. Ik ga weer fijn foto’s maken in mijn favoriete seizoen. De bomen kleuren zo mooi nu met het mooie weer. Vannacht hadden we de eerste nachtvorst maar overdag was het warmer dan in juli. Heerlijk! (en raar maar ik kan het toch niet veranderen dus geniet ik er maar van)

Ik ga mijn penvriendinnen weer spammen met brieven. Een poging doen om vijftig kilo volkorenmeel op te maken. (Argh, ik dacht dat ik bloem besteld had…) Wandelen…. Dingen maken met de dertien kilo aroniabessen in de vriezer. Nieuwe recepten proberen nadat ik me de afgelopen weken nogal makkelijk met vertrouwde favorieten van het avondeten had afgemaakt….

Als je niet oppast, is minimalisme gewoon het volgende ding dat je verkocht wordt door influencers. Zorg dat je de juiste vetplantjes, organic basics-ondergoed, verantwoord servies en bedlinnen hebt en alles komt goed 😉 Behalve dat het daar niet om gaat. Althans, niet als doel. Want minimalisme is geen doel maar een tool, bla!

Het gaat er niet om wat je niet hebt en wat je wel hebt maar wat je doet met die paar momenten op aarde die je gegeven zijn.

Na een periode van ontrommelen, volgt altijd een periode van rust en leven met zo min mogelijk is een ideaal waar ik langzaam naartoe werk, zonder er echt nog actief iets aan te doen. Het is een gewoonte voor mezelf: als ik iets tegenkom dat geen nut meer heeft, gaat het weg. Zo simpel is het.

Zo min mogelijk bezitten is logisch. Waarom zou ik me druk maken om dingen die niets toevoegen aan mijn leven? Een camera, een vulpen en papier en verder kan het meeste me gestolen worden. Wat niet kan, omdat ik het niet heb. Hmmm…. Het voelt goed om vrij te zijn.

Zo’n opruimperiode maakt me weer heel erg onomwonden duidelijk hoe bewust we moeten zijn met de spullen die we in ons leven toelaten. Iets is makkelijk gekocht of geaccepteerd maar vaak is er weer vanaf komen, een ander verhaal. Het beslissingsproces, het verkopen of wegdoen, het tijdelijk in de weg staan, anderen die vinden dat iets wel moet blijven…

Het is fijn als spullen geen rol meer spelen in je leven, anders dan functioneel. Niet alleen door ze niet meer te vergaren maar door om je niet meer druk te maken over hoe er vanaf te komen.

Dat wordt een boel Noorwegenfotospam op dit blog binnenkort 😉

Te veel van alles?

Foto door Nika Akin op Pexels.com

Het kan gebeuren dat je opeens met een andere blik kijkt naar de spullen waarmee je je omringt. Of je nu in een huis woont waar veertig jaar niet echt is opgeruimd, of als je de illusie hebt dat je al jaren heel erg minimalistisch leeft.

De laatste weken denk ik bij veel van wat ik zie ‘waarom heb ik dat eigenlijk?‘ en dan kom ik erachter dat ik het ook niet weet. Soms word je een beetje ‘bedrijfsblind’. De dingen staan er en vallen simpelweg niet meer op.

Dingen toevoegen is makkelijk. Vorig jaar kregen we een nieuwe kachel en de oude bleef op mijn verzoek staan, leuk voor op het terras en anders zou hij weggegooid worden. Maar hij staat daar maar, we gebruiken hem zelden. Hij wordt maandag afgehaald door iemand die dolblij ermee was, omdat hij de zijpanelen van de betreffende kachel al lang zocht. Mooi!

Mijn fiets? Ik geef het nog een poging en wordt het niets tussen ons, dan gaat hij op finn.no
De verzameling stroomdraadjes en kabeltjes moest uitgezocht. De helft kon weg.
Wat oude spullen van ’s mans vorige werk naar het oud ijzer.
Een door al het geruim overbodig geworden boekenkast.
Een lade met allerlei soorten kit, vijf jaar over de datum (ik kom daar ook niet elke week he).
De oude bus.
Wat boeken van de kinderen die ze niet lezen en ook niet gaan lezen.
De lamp boven de tafel die toch nooit aan was en slecht stof hapte.

Elke dag een beetje. Mijn dagelijks leven is vrij van rommel. Misschien dat het me daarom ook niet zo opvalt, de ‘clutter creep’. Toch, de dingen nemen zo geruisloos hun plek in in het huis, om het huis en in je leven en na een tijdje valt het niet meer op dat ze er zijn, ook al worden ze niet gebruikt. Of juist daarom.

Tot ik opeens weer de geest krijgt. En dan moet alles ondervraagd, opgeruimd, weggegooid, gesorteerd, schoongemaakt, verplaatst, ontdubbeld en wat er nog meer moet gebeuren om weer echt alleen dingen in huis te hebben die een doel dienen (altijd handig om te hebben is een doel volgens de man, daar leg ik me maar bij neer in het geval van zijn kabeltjes, lampjes, poedercoatspulletjes etc.)

Voor alles kan je een excuus bedenken. Soms lijkt het verspilling iets weg te gooien. Een grote voorraad cosmetica waar je nog tien jaar mee kan doen.
Een dure jas die je nooit meer draagt, tenzij je 6 kilo afvalt wat je heus wel gaat doen, als ze stoppen met chocolade maken.
Een lamp die ooit een goede vondst was.
Een tafel die op zolder staat sinds je een andere kocht maar waar je ooit nog wel iemand blij mee kan maken.
Dat dekentje dat je ooit nog aan je kleinkind wil geven (je dochter zelf is 12).
De hometrainer die je nog wel gaat gebruiken, als je weer de energie hebt.

Maar echt? Nee joh.

De lege ruimte, die maakt blij. Het is heerlijk je te ontdoen van de spullen die niet in je leven passen en dat vermoedelijk ook niet meer gaan doen. Want, wat heb je nu helemaal nodig in het leven?

Dat is voor mij het belangrijkste: wat heb ik daadwerkelijk nodig om goed te leven? Helpen de dingen die ik om me heen houd bij het leven zoals ik dat wil leven, of verhinderen ze me juist?

Dat hoeft echt niet puur fysiek te zijn zoals een gigantische eikenhouten kast. Ook iets dat relatief weinig ruimte inneemt, kan voelen als een last. Ook al is het ‘economisch’ gezien ‘verstandig’ om het ding te houden, toch kan het gewoon beter voelen om er afstand van te doen. Het geld is toch al uitgegeven, je laten ‘pesten’ door overbodige meuk is gewoon zelfkastijding en nergens voor nodig. Bevrijd de spullen, maak er een ander blij mee die het anders zou moeten kopen.

De rust die ik weer vind, is heerlijk. Hoewel de spullen me niet direct in de weg staan en weinig extra tijd kosten om te onderhouden, is het fijn dat het allemaal weer klopt.

Me ‘bevrijden’ van overtollige ballast, voelt altijd goed.

Niets is zo’n goede herinnering aan het feit dat ik niets nodig heb, als alleen het minimale bezitten. (minimaal = noodzakelijk + een beetje voor het gemak en de leuk).

Het onverwachte plezier van geen smartphone.

Foto door Gabriela Palai op Pexels.com

Sinds juli heb ik een simpele Nokia om mee te bellen. Behalve dat en me wakker maken met een trommelvliesverscheurend gepiep kan hij niet zo veel en dat was precies de bedoeling.

In het begin gebruikte ik mijn smartphone nog wel om berichtjes te sturen en youtube te kijken, bijvoorbeeld maar een tijdje geleden heb ik hem gereset en sindsdien ben ik hem kwijt. Dat is best knap in ons huis maar het is lekker rustig.

Ik mis hem niet en dat is niet heel gek want ik heb sinds ze op de markt zijn langer geen dan wel een smartphone gehad.
Ik heb er dubbele gevoelens over. Ja, ze zijn makkelijk en het is leuk om foto’s en berichtjes te sturen naar familie en vrienden. Dat is ook het enige dat ik miste, tot ik op mijn laptop Telegram heb geinstalleerd, een berichtendienst als WhatsApp maar dan zonder grove schendingen van de privacy van de gebruikers. Je kan het zowel op een telefoon als een computer installeren, dus dat is handig.

Het idee van constant Big Brother bij me, ik vond het steeds vervelender. En de afleiding die het geeft van het echte leven, is naar mijn idee ook niet louter positief.

Dus al met al ben ik blij dat hij er niet meer is. Ook al betekent dat dat ik niet snel even het weerbericht kan checken voor we uit wandelen gaan zoals vorige week donderdag.

Het leek redelijk weer, wolkje, zonnetje en weinig wind. Dus ik liep met de kleine dames de deur uit, de man tegemoet. We zouden een half uurtje onderweg zijn, ongeveer. Ik nam (gelukkig, achteraf) wel mijn telefoon mee. Iets dat ik anders ook zelden doe.

Na een kwartiertje begon het te regenen. Harder, nog harder en het leek er niet op dat het snel zou gaan stoppen. We liepen nog enigszins beschut naast de bomen maar toen we bij de kruising kwamen, niet meer. Doorlopen maar, besloten we. Naar huis lopen was net zo lang of langer dan tot we de man zouden tegenkomen en dat was uiteindelijk het doel, ‘naar papa lopen’ is ons ritueel tot de dagen te kort zijn om dat veilig te kunnen doen.

Maar de man kwam maar niet. Dus ik belde en hij bleek in de file te staan. In Kristiansand, dus nog 22 kilometer van huis. Ondertussen waren we alledrie best nat. De derde had sportschoenen aan en de kleinste gaat altijd van huis alsof het hoogzomer is. Mijn sjaal wilden ze echter niet hebben en nagenoeg zonder gezeur liepen ze door.

Als ze zeuren vraag ik gewoon of dat helpt tegen de regen. Nee? Nou, mond dicht dan 😉

We waren bijna bij de snelweg en liepen net achter een bosje door toen ik achterom keek en meende de auto van de man voorbij te zien rijden. Ik belde hem en inderdaad, hij was het en keerde om waarna we alledrie in een warme auto konden stappen. Spontaan begon het nog een tandje harder te regenen.

‘Mama, dat was ZO leuk, doen we dat volgende keer weer?’
– Wandelen? Ja, bijna elke dag he!
‘Ja, maar als het zo keihard regent.’

Ik had geen zin meer om moeilijk te koken dus we kochten hamburgers en afbakbroodjes en slagroom voor op de chocolademelk. Dat, en droge kleren bij thuiskomt, maakte het geluk compleet.

Het stomme is, als ik op een regen-app had gezien dat er een monsterlijke regenwolk op weg was naar boven ons hoofd, hadden we thuis gebleven.

Dan hadden we deze wandeling niet gemaakt. Dan hadden de kinderen niet de herinnering aan een verzopen wandeling en het heerlijke gevoel van droge kleren, houtkachel en warme chocomel daarna.

De afgelopen tijd hebben ze het er meerdere keren over gehad, hoe leuk de verzopen wandeling was. En dat ben ik helemaal met ze eens. We moeten ons niet op alles voorbereiden, niet binnen blijven als we een bui verwachten en niet onze dag plannen aan de hand van apps maar gewoon het leven leven, als waren het de jaren negentig.

Minimalisme: wat te houden

Foto door mali maeder op Pexels.com

Dat is natuurlijk de grote vraag.

Kijken naar wat je weg moet doen, schiet niet zo op. Je hersens verzinnen voor elk dingetje wel een goede reden om het te houden. Met deze oude jurkjes kan ik een vlaggetjeslijn maken! In deze emmer kan ik aardappels kweken! Deze oude potjes kan ik gebruiken als ik zelf cosmetica ga maken!

Onzin natuurlijk, dat houdt de rommel in je huis alleen maar in stand. We moeten redenen verzinnen om van dingen af te geraken, niet om ze te houden als we de positieve effecten van een minimalistisch leven willen ervaren.

Kijken naar wat je moet houden is daarom een betere optie. Maar wat moet je houden?

Wel…

‘have nothing in your house you do not know to be useful or believe to be beautiful’

Bedankt, meneer Morris.

De rest kan dus mooi weg.

  • Alle dingen die je dubbel hebt, die je niet dubbel nodig hebt. Of driedubbel. Denk scharen, messen, veger en blik, emmers, dekbedhoezen, haarborstels….
  • Dingen die kapot zijn (als je het zou repareren, had je dat al gedaan)
  • Dingen die je niet meer passen (waarom zou je te grote kleding bewaren? of je schuldig voelen omdat je niet meer in de broek past die je droeg toen je 25 was?)
  • Dingen die te versleten zijn (de dingen die ‘meh’ uitstralen)
  • Dingen die je bewaart voor ooit, voor nood, voor anderen (iets voor nood hebben kan handig zijn maar als de nood aan de man is, heb je niet opeens je oude stofzuiger nodig)
  • Dingen waar je teveel van hebt (elastiekjes, panty’s, ordners, kabeltjes, klapstoelen, wijnglazen)
  • Verpakkingsmateriaal (lege glazen potjes, dichtbindclipjes)
  • Alles wat je niet mooi genoeg vindt om dagelijks te zien: je gaat het echt niet meer waarderen als je het achter in de kast verstopt
  • Alles wat je niet nodig hebt en derhalve zelden of nooit gebruikt. Ook al is het ‘nog prima’. Laat het vrij en doe een ander er een plezier mee.

Dan heb je minder spullen.

Maar…. er kan ook te veel van het goede zijn. Te veel mooie kleding, te veel mooie spullen, te veel handige dingen.

Minimalisme is niet alleen leven met minder of geen rommel, het is ook bewust leven met minder.

Declutteren is niet hetzelfde als minimalisme. Een opgeruimd huis maakt je geen minimalist. Niet dat ik hier de politie loop uit te hangen, maar het zijn wel verschillende dingen. Een minimalist streeft er naar te leven met alleen hetgeen ie nodig heeft, of oprecht waardeert.

En er kan maar een beperkte hoeveelheid dingen in je leven zijn, waaraan je je aandacht kan geven.

Uiteindelijk gaat het daarom: de dingen die je doet, doen met intentie. Niet zomaar wat kopen, zo maar wat eten, wat kijken, of wat doen maar schrappen wat geen waarde heeft, om volle aandacht te kunnen geven aan wat dat wel heeft.

In de loop der jaren is bijna alles dat ik ooit dacht belangrijk te vinden, verdwenen. De dingen die wel belangrijk bleken, bleven.

Minimalisme is een proces. Wat ik tien jaar geleden belangrijk vond om te houden, is nu overbodig. Andere dingen zijn belangrijker geworden. Dat is prima. Vasthouden aan spullen of ideeen of het verleden, is nooit goed.

Maar wat ik ook heb weggedaan: ik heb nog nooit iets gemist. Wat voegden die dingen toe? Stuk voor stuk niets. Mijn gedachten over dat specifieke ding, maakte dat ik het in eerste instantie wilde behouden. Niet het ding zelf.

Verander je gedachten, verander je leven.

Je kan googlen hoeveel dingen een minimalistische keuken heeft. Maar het gaat erom hoeveel jouw minimalistische keuken (nodig) heeft. Of hoeveel kleding er in jouw kast hangt. Met welke dingen jij je wenst te omringen. De dingen die jij in de loop van een dag, een maand, een jaar gebruikt.

En ook: de rekening die jij moet houden met andere mensen. Lag het aan mij dan verfden we alle muren wit en hadden we niets in huis behalve bedden en een gigantische eettafel met fijne stoelen. Maar ik ben niet alleen. Dus staan er cd’s, apparatuur, een aquarium en modelbouwbootjes in de kamer en hangt er wat kleurigs aan de muur. En dat is prima.

Wat je in je leven wil houden of toelaten, bepaal je zelf. Er is geen magisch nummer. Gebruik je het niet of vervult het je hart niet echt met blijdschap, doe het dan weg. Gebruik je het of maakt het je blij: dan houd je het.

Maar pas op, want er zijn veel dingen die we gebruiken, die we eigenlijk niet nodig hebben. Waarom zou je klapstoelen voor visite hebben, als je ook je eetkamer- of tuinstoelen kan gebruiken. Waarom heb je zes dezelfde pannen en maar vier gaspitten en ze nooit allemaal tegelijk in gebruik? Ondanks dat je elk exemplaar gebruikt, kan je makkelijk af met twee stuks. Waarom leg je een sprei op je bed als je het er ’s avonds weer afhaalt? Kijk goed naar wat je nodig hebt. Waarom leg je een plaid op de bank als het enige wat je ermee doet, het ding opvouwen is? Waarom zou je elk drankje uit een ander soort glas drinken? Dat je het doet, wil niet zeggen dat het moet.

Kritisch kijken naar wat je nodig hebt, dat is essentieel.

Vraag je af: zou ik onthand zijn als ik dit ding niet meer zou hebben? Is er iets anders dat ik kan gebruiken, of verloopt mijn dagelijks leven echt minder vloeiend zonder dit ding?

Er zijn van die grensgevallen. Mijn koffiezetapparaat. Ik kan koffie maken zonder, maar houd van het gemak van het zetten van een volle pot voor man en mij ’s ochtends. Ik kan zonder droger, maar af en toe voor nood is het ideaal. De man houdt te veel van de frituurpan en zijn zelfgemaakte snacks. Ze zijn niet essentieel maar toch: ze geven een zeker plezier of maken het leven aangenamer. Omdat ze mijn leven dus veraangenamen, mogen ze blijven.

Andere dingen echter, doen dat niet. Alles wat een keukenmachine kan, kan ik ook met een snijplank, een goed mes en mijn handen. Mijn smartphone was een ergernis, meer dan een verrijking van mijn leven. Een grotere garderobe blijkt nu ik zelfs mijn capsule wardrobe minimaliseerde, meer last dan lust.

Daarentegen: zou ik mijn grote vlijmscherpe herdersmes missen, of de wasmachine, de rvs emmer, mijn winterlaarzen, kasjmier sjaal, vulpen, gietijzeren koekenpan, ijzeren spatel, handtas, icebreaker vest of verzameling brieven van de man niet hebben, dan zou ik deze wel heel erg missen.

En dat is denk ik waar het om gaat: bekijken wat essentieel is, een paar dingen toevoegen voor het gemak en de rest (99% van wat er te koop is), laten voor wat het is. En wat dat is, bepaal je helemaal zelf. Helaas 😉

Minimalisme: creëer een uniform.

Foto door murat esibatir op Pexels.com

Toen ik mijn vorige post schreef over een capsule wardrobe dacht ik: wat een boel kleren eigenlijk. Ik houd van keuze… echt? Neuh. Het is leuk als ik eens zin heb in iets anders maar ik kan eigenlijk prima leven zonder. Ik heb van veel dingen (handtas, beddengoed, typen schoenen, winterjas) maar een exemplaar en dat verveelt nooit. Het is dus iets van tussen de oren.

Serieus, opschrijven wat je precies hebt, is een perfecte manier om erachter te komen wat je te veel hebt!

Een uniform dus. Waarom?

  • Minder keuze. En ja, dat is een goed ding. Meer eenvoud. Niet hoeven na te denken wat ik draag. Nu bestond mijn capsule wardrobe al uit lievelingskleren, hetgeen aankleden eenvoudig maakt maar het kan altijd simpeler, al is het maar bij wijze van experiment.
  • Minder te kopen. Drie broeken, vier tops en drie vesten en meer heb ik eigenlijk niet nodig. Of drie jurken en drie vesten. Hoe meer ik heb, des te meer ik nodig heb om alles te combineren met elkaar.
  • Minder was. Met een grote berg kleding achter de hand, gooi ik iets simpelweg in de wasmachine. Ik hang nu mijn wollen vest gewoon even buiten, of verwijder vlekjes met een doekje
  • Comfortabeler. Ik koos dingen dingen die ik heerlijk vind zitten en heel graag draag. Ik keek wat ik droeg in een week en echt met veel plezier droeg en wat het meest veelzijdig was.
  • Geen miskopen meer. Ik weet dat wat ik draag, echt mijn favoriete kleren zijn. Er moet veel gebeuren wil ik iets toevoegen het moet echt perfect zijn. Er is geen plek voor ‘nah’, ik kijk wel of ik het nog leuk ga vinden. Dat was er al niet, maar een uniform maakt het nog makkelijker wat dat betreft.

Hoe bepaal je je ‘uniform?

  • Kijk wat je de laatste twee weken ofzo met veel plezier hebt gedragen, wat zijn je lievelingskleren.
  • Waar voel je je echt geweldig in?
  • Wat zijn je favoriete kleren? Vooral pasvorm is belangrijk, welk silhouet past je het beste?
  • Wat is praktisch maar toch mooi op een dagelijkse basis?
  • Kijk welke kleuren je passen. Kies een basiskleur en eventueel wat accentkleuren die bij elkaar passen.
  • Welke patronen passen je goed? Waar voel je je ‘jou’ in?

Ik heb mijn overige kleding ver buiten bereik gelegd. Als ik het onder in mijn kast leg, pak ik het gewoon weer. Maar nu ligt het zo ver bij mijn klerenkast vandaan dat ik denk ‘laat maar’. En inmiddels zijn de meeste kledingstukken, ook al uit mijn hoofd als opties. Ik heb nog steeds meer dan genoeg.

En zo is het met zo veel dingen bij mij. Als het er is, dan gebruik ik het, of eet ik het op. Is het er niet, dan maal ik er ook niet om. Leg chocolade naast me neer en ik eet het op, maar als ik het nooit meer zou eten, zou ik er ook niet om malen. Zo is het ook met de kleding, tot heden.

Ik vond mijn capsule wardrobe al heerlijk overzichtelijk maar dit is… de overtreffende trap daarvan. En dat is goed.

Simpel persoonlijk onderhoud.

Foto door Pixabay op Pexels.com

Zelf een beetje netjes blijven is belangrijk, maar het hoeft niet veel tijd of geld te kosten. Of veel ruimte in te nemen in je badkamerkastjes. Weinig dingen zijn zo lastig schoon te maken en frustrerend als volgestouwde badkamers.

Onze badkamer is op zijn zacht gezegd niet echt een spa-achtige ruimte. De kleinste verbetert me altijd als ik ‘badkamer’ zeg. Mama, het is een douche- en wckamer. Okee. Taalnazietje.

Toch: de badkamer van je dromen staat ook niet vol met plastic flessen op de badrand. Of met 50 potjes oogschaduw in diverse stadia van ontbinding of uitgedroogde mascara’s in de lades. Het is ook niet echt nodig om deze dingen in je leven te hebben. Elke badkamer knapt op van een flinke ‘declutter’ in cosmetica, handdoeken en wat er verder huist.

Heb je een product opengemaakt maar ruikt het raar, krijg je er rare uitslag van of doet het simpelweg niets voor je, doe het dan gewoon weg. Het wordt niet aantrekkelijker van nog een jaar in de kastjes staan. Sterker nog, het doet je ook als het er staat alleen maar slechter voelen, het is rommel in je kastjes en daarmee rommel in je hoofd.
Ook al lijk je het te negeren omdat je het niet gebruikt, je hersenen registeren het wel elke keer. En al die onbewuste prikkels, kosten veel mentale energie.

Houd alleen de dingen die je blij maken om te gebruiken en zeg gedag tegen alles dat dat niet doet.

Het is beter om een product te kopen dat misschien te duur lijkt, maar zuinig is in gebruik dan je leven en je kasten vol te laten stromen met inferieure 3 halen 2 betalen van de voordeeldrogist, vol met dubieuze ingredienten.

En: als je een product hebt open gemaakt en het bevalt, weersta dan de verleiding om meer te kopen en ook open te maken. Cosmetica heeft een beperkte levensduur, het wordt niet beter van lang openstaan en in contact komen met bacterien en zuurstof. Gun jezelf de rust van een perfect product.

Een goede nachtcreme, een naar bloemetjes ruikende shampoo en conditioner met peer-kokosgeur: soms zijn deze dingen erg aangenaam. Het ligt misschien aan mij maar het idee de rest van mijn leven alleen te doen met een blok zeep, roggemeel en een fles appelazijn in de badkamer doet me niet zo veel. Dan maar niet zero waste in de badkamer.

Maar dat wil niet zeggen dat je veel of al van deze producten nodig hebt. Ik gebruik ze niet altijd en niet allemaal tegelijk en houd het bij een fles shampoo en een fles conditioner in de douchecel.

We gebruiken meestal shampoo van Urtekram (ik koop het bij Luxplus, als je onthoudt direct je abonnement op te zeggen, scheelt het heel veel) en een blok lavendelzeep om te wassen en te scheren.

Scrubben doe ik door middel van bodybrushen. Dat heeft naast een positief effect op je vel ook nog eens tal van andere gezondheidsvoordelen. Eenmaal investeren in een borstel en je hebt nooit kosten of verpakkingen meer. Als ik wil scrubben, gebruik ik koffiedik of gewone suiker.

Voor mijn gezicht gebruik ik baking soda om te scrubben. Baking soda komt echter in verschillende ‘grofheden’, het zou niet moeten irriteren om het te gebruiken. Doet het dat wel, dan is het te grof.

Maskers: ook fijn, maar de ingredienten zijn meestal water en bentonite clay en wat extracten van het een of ander. Voor een tientje koop je een hoeveelheid bentonite clay waar je tot aan je dood wekelijks maskers mee kan maken. Op internet zijn allerlei recepten om zelf maskers te maken, voor elk huidtype. Meng het met melk en avocado voor hydratatie, met appelazijn en yoghurt voor zuivering etc.

Ik gebruik rozenwater van de toko als ‘toner’ en om mijn gezicht aan het einde van de middag wat op te frissen. Stof en rommel mengt zich met het vet op je gezicht (klinkt goed!) en maakt je teint wat grauw en vermoeid. Even een watje met rozenwater en ik heb het idee dat mijn gezicht er weer een stuk florissanter uitziet.

Smeren doe ik met olie en ik wissel af wat ik dan gebruik. Mijn favoriet is jojoba, maar dat is erg prijzig. Amandel vind ik te vet maar walnoot is ook prima. Soms gebruik ik kokosolie. Olie verwijdert ook de meest hardnekkige mascara, en als je het afveegt met een doekje met heet water, gevolgd door spoelen met koud water, voelt je gezicht heerlijk zacht en verzorgd, en niet vet.

Uiteindelijk is je huid een orgaan dat een groot deel van wat je erop smeert, absorbeert. Mijn idee is dat als ik het niet wil of kan eten, ik het ook niet op mijn lijf smeer. Google de ingredienten van je producten, of zoek ze op op de ‘EWG database’.

Voor mijn gezicht gebruik ik wel een (biologische) nachtcreme. Ik was ’s avonds mijn gezicht met zeep en dan is een creme erna wel fijn. ’s Ochtends vind ik dat zelden nodig, zeker niet zo lang het weer mild is. In maartse sneeuwstormen, minustemperaturen en na vier donkere maanden, heeft mijn gezicht wel iets meer nodig.

Appelazijn, een eetlepel gemengd met water in een kopje, is wel ideaal om shampooresten uit je haar te krijgen. Na een spoeling met appelazijn is mijn haar altijd heerlijk zacht. Wel goed uitspoelen. Is je haar futloos ongeacht wat je erin smeert, is dit een goede optie.

Veel dingen gebruik ik inmiddels niet meer. Parfum, nagellak, eyeliner en douchegel… ik vind het niet nodig. In het dagelijks leven gebruik ik de producten hierboven: een simpele shampoo of roggemeel om mijn haar te wassen, zeep om te scheren en mijn gezicht te wassen ’s avonds, olie om te smeren en make up te verwijderen, bentonite clay voor maskers, een bodybrush om te scrubben, baking soda om mijn gezicht te scrubben, appelazijn voor een extra reiniging van mijn haar zo nu en dan en rozenwater om wat op te frissen.

Mijn make up heb ik vereenvoudigd tot een wenkbrauwpotlood, een oogschaduwpalet met drie nudetinten en donkerbruin dat ik gebruik in plaats van te zwarte en moeilijk te verwijderen eyeliner. Een niet-waterproof mascara en een biologische lippenbalsem. Ik kan het eenvoudig in de badkamer opdoen.

Het lichaam heeft aandacht nodig. Het is het huis van je geest. Aandacht is belangrijker dan welk wonderproduct je erop smeert.
Een wandeling en goede voeding doen meer voor je teint dan welke foundation dan ook. Er is niets mis met de tijd nemen om je lijf in goede conditie te houden. Sterker nog, volgens mij is het essentieel, niet in de laatste plaats voor je geestelijke welzijn.

Waarom ik houd van minimalisme

Inmiddels 11 jaar geleden zat ik thuis, te wachten tot ons tweede kind geboren zou worden. Ik zocht naar motivatie om onze zolder op te ruimen, waar alle meuk uit ons oude huis, de garagebox en het tuinschuurtje stond. Op enig moment las ik ‘you don’t need all that crap, just get rid of it’ en ja, soms moet je zoiets lezen voor het kwartje valt.

De buik en ik belden de man, verzochten hem om dozen en tape mee te nemen en ik snelde naar zolder. Uitzoeken, sorteren, wegdoen. Eerst in razend tempo, toen was langzamer toen de tweed geboren was.

Maar met dat ik de rommel op zolder wegdeed, gebeurde er iets grappigs. Ook op andere gebieden van mijn leven begon ik met ‘minimaliseren’. Ik kocht cosmetica zonder troep, ging kopen bij de biologische besteldienst, ruimde mijn administratie op, kocht minder van alles en begon het overwegen van een een heel ander leven. Een rustiger leven, met tijd voor mijn kleine kindjes, het maken van ‘slow food’ en lange wandelingen, meer in de natuur, weekenden voor ons gezin in plaats van voor het doen van tal van klussen…

Langzaam vielen de puzzelstukjes op zijn plek en werd het duidelijk wat ik wilde en dat wat ik wilde, er ook kon zijn als we ons leven anders in zouden richten. Iets meer dan een half jaar nadat ik begon met de rommel wegdoen besloten we: we gaan naar Noorwegen. En dat deden we ook, vier jaar later. Goede dingen komen voor zij die geduldig zijn 😉

Ik heb nog steeds spullen 😉 Ik koop nog steeds spullen en soms heb ik zelfs nog te veel spullen. Soms roepen glimmende nieuwe dingen mijn naam. En soms stoffige oude dingen 😉 Maar mijn leven draait niet meer om materiele zaken.
Niet dat het dat ooit deed, we waren nooit big spenders, luxepaarden of hyperconsumenten maar we kregen twee redelijke inkomens vaak schoon op aan leuke en nutteloze dingen. We hadden een hypotheekje van 383 euro per maand, als twintigers!

Zonder het echt door te hebben, jaagden we ons geld er net zo doorheen als bijna iedereen.

Het afwennen van het idee dat meer beter is, heeft al met al toch lang geduurd. Ik heb lang gedacht dat ik toch hield van meer keuze in mijn garderobe, af en toe iets van de kringloop mee voor in huis, reservekleding voor de kinderen…. Tot ik erachter kwam dat ik al die dingen of zo weer zat was, nooit gebruikte of dat ik gewoon prima kon leven zonder extra opties.

Ik vind het prima om elke week min of meer dezelfde gerechten te eten. Niet precies met dezelfde ingredienten, maar wel hetzelfde gerecht. Ik maak grote hoeveelheden van een paar dingen en daar varieer ik mee.

Ik houd van het gevoel van minder eten: toen ik dit simpele principe begon toe te passen twee jaar geleden, verloor ik langzaamaan 13 kilo. Ook nooit iets van gemist 🙂 Sterker nog, het was echt 25 jaar geleden dat ik me voor het laatst zo ongekommerd voelde in mijn eigen lichaam als nu. Ik voel me op mijn 38e na vier kinderen beter dan toen ik 20 was, wat dat betreft)

Mijn capsule wardrobe is nu zo klein dat alles in een rugzak past. Ik mis tot heden niets. (maar het is een experiment :))

Ik neem zelden nog een tas mee als ik op pad ga. Pinpas is genoeg. Een portemonnee heb ik ook niet meer. Waarom ook, ik heb hem niet meer nodig.

Ik ben tevreden met gewoon voor me uit staren, als ik de kans krijg.

Mijn smartphone heb ik gereset en vervolgens heb ik geen idee waar ik hem gelaten heb. Ik mis hem niet. Sinds juli gebruik ik een simpele nokia voor ‘nood’, want dat is ook een van de weinige reden dat ik mensen bel, ik haat bellen 😀 Eerst gebruikte ik mijn smartphone nog als kleine computer om twitter of youtube te kijken maar ook dat dus niet meer.

Al lange tijd hebben mijn kinderen simpel speelgoed. Twee manden met (dagelijks) gebruikte duplo, kleurpotloden, wat knutselspullen, boeken en wat ‘rommeltjes’. Ze weten zelf ook niet wat ze zich moeten wensen. Ja, mijn derde wil zo graag een Molletje-robot. Die bestaan niet, dus dat is ook snel bekeken.

Er gaan vaak maanden voorbij waarin ik niets koop, behalve dan wat nodig is. Kleding en schoenen voor de kinderen en dingen voor mezelf of het huishouden die ik moet vervangen. Ik kan niet zonder een goed paar winterlaarzen, wandelschoenen, e-reader of vulpen bijvoorbeeld. Als ik wel eens iets koop dat niet noodzakelijk is maar wat me heel leuk lijkt (en al heb ik een maand gewacht met aanschaffen) ben ik dat ook snel weer zat, dus ik probeer dat gewoon echt. niet. te doen.

Het geeft me zo veel rust in mijn hoofd en tevredenheid in mijn leven.

Ik waardeer al mijn spullen die hard voor me werken. Mijn enige handtas. Mijn vulpen. Mijn e-reader. Mijn kleine garderobe met favoriete kledingstukken. Onze licht mishandelde oude Noorse houten tafel. Mijn thermo-drinkfles en koffiemok.

De gedachte om bijna niets nodig te hebben geeft me vrijheid en controle over mijn eigen leven. Ik ben redelijk immuun voor de lokroep van nieuwe dingen. Ik denk aan wat ik al heb en of ik mijn leven ermee zou willen compliceren en het antwoord is praktisch altijd nee.

Ik heb mijn spaardoel bijna bereikt. En dan heb ik weer een nieuw doel 😉

Natuurlijk doe ik meer dan dat, maar op maandagochtend is mijn huis, inclusief keuken en badkamers in amper twee uurtjes opgeruimd en schoongemaakt, ondanks dat we redelijk de ruimte hebben.

Omdat ik me niet druk maak om al die kleine dingen (ik heb in bijna alles beperkte of geen keuze) blijft er ruimte in mijn hoofd over om me druk te maken over andere dingen. Mealplannen is simpel als je altijd hetzelfde koopt. Boodschappen doen is zo gedaan als je altijd hetzelfde koopt. Me aankleden is een ‘no brainer’ omdat ik niet hoef na te denken over wat ik aantrek.

Juist die eenvoud aan de ene kant, geeft veel meer flexibiliteit aan de andere kant.

Elke keer blijken we weer minder nodig te hebben dan we aanvankelijk dachten. Simplify, simplify, simplify. En elke keer maakt het me een beetje blij als ik iets niet meer nodig blijk te hebben. Hoe minder ik nodig heb, des te groter mijn zorgeloosheid, tevredenheid en innerlijke rust.

De zorgeloosheid is onbetaalbaar. En daarom ben ik minimalisme na elf jaar nog steeds niet zat. Sterker nog, ik ben nog maar net begonnen 😉

Intermittent Fasting voor gezondheid (en gewichtsverlies)

Een tijd lang deed ik Intermittent Fasting en sinds twee weken ben ik daar ook weer mee begonnen. Ergens in de vakantie was ik gaan ontbijten met de kinderen. Geen idee waarom want ze zijn niet anders gewend dan dat man en ik niet eten in de ochtend.

Intermittent Fasting of IF houdt in dat je een bepaalde tijd van de dag vast. Vasten als in: niets eten. Je kan water, koffie of gewone thee drinken maar eten doe je dus niet. Ook geen boter, melk in je koffie of watdanook.

Er zijn verschillende manieren. 12:12 betekent dat je 12 uur vast en in 12 uur al je eten eet. Voor veel mensen is dat al gerealiseerd als ze in de avond niet nog eens gaan lopen snacken en calorieen drinken. Ook als je dit doet, heeft je lichaam aan positieve effecten van het vasten.

Er zijn ook mensen die 23:1 volgen. 23 uur vasten, 1 uur om te eten. Het is maar net wat je gewend bent en dit komt vermoedelijk dichter in de buurt van hoe onze voorouders aten, dan hoe we nu eten en dat is voor veel mensen van 7 uur in de morgen tot ze naar bed gaan. Met alle catastrofale gevolgen van dien.

Als onze hersens constant prikkels krijgen in de vorm van keuzes om te maken, informatie om te verwerken, ‘beloningen’ in de vorm van likes op je telefoon, druk verkeer, geluid, televisie en de smartphone tijdens elk vrij moment, heeft dat ook zijn negatieve invloed. We kunnen hoofd- en bijzaken niet meer goed van elkaar scheiden, we slaan op tilt door simpele gebeurtenissen als een omgegooid glas melk en worden eerder angstig en denken zelf minder kritisch na.

Met je lijf gebeurt het zelfde, ook het lijf heeft tijd nodig om ‘leeg’ te zijn, zich op andere dingen te richten dan het verwerken van ‘input’. Het idee dat je goed moet ontbijten is een idee van de voedingsindustrie en hoewel kinderen vaker moeten eten dan volwassenen, het is gewoon natuurlijk dat velen van ons ’s ochtends bijna niets naar binnen krijgen.

Mensen die bij het opstaan rammelen van de honger, doen er misschien goed aan eens kritisch te kijken naar wat ze eten, en wanneer.

Het is niet goed voor je lichaam om constant met het verteren van eten bezig te zijn. Het krijgt geen kans om zichzelf op te ruimen. Want dat is letterlijk wat je lijf begint te doen als je gaat vasten: de bezem gaat door onrustige, beschadigde cellen. Na een tijdje is de voorraad glucose in de lever uitgeput en gaat je lichaam over op het verbranden van het eigen vet, in plaats van de eigen spiermassa te willen gebruiken voor energie, zoals bij hongerdieten. Of door constant op glucose te lopen, zoals bij de meesten van ons.

Door het proces van autofagie, worden je oude slechte cellen ‘geupcycled’ naar nieuwe, betere dingen. Serieus. Hoe cool is dat. Er is een reden dat je lichaam dat pas doet als je langere tijd niets eet. Je lichaam heeft die rust nodig.

Was het Hippocrates die zei dat we door onszelf te voeden, we onze ziektes voeden?

IF is rustgevend

Ik vind het ook erg rustgevend en overzichtelijk. Ik eet niet voor 11 of 12 uur ’s middags en stop daarmee rond 6 uur ’s avonds. 18:6 dus, ongeveer. Als ik vroeg in de ochtend ontbijt, krijg ik de dag daarna ook weer trek rond dat tijdstip. En een paar uur later weer. En dan ben ik dus veel meer tijd kwijt met eten, eten maken en denken aan eten dan wenselijk is voor mijn lichaam.

Ik eet gewoon niets. Geen kauwgom of andere zogenaamde calorieloze rommel. Water, thee of koffie. Zonder melk, zonder suiker, zonder toevoegde smaakjes.

De meeste mensen vallen af met IF. Dat is voor mij echt niet nodig en ik doe het dan ook vooral om gezond te blijven en op het gewicht te blijven dat ik nu heb, waar ik me heel erg goed bij voel. Om op gewicht te blijven, moet ik wel opletten dat ik genoeg eet. Aandachtspuntje voor slanke mensen die dit willen gaan doen.

Voor veel mensen is het gewichtsverlies echter een bijkomend positief punt. Want IF is geen dieet: het is een gezonde levensstijl met gewichtsverlies als bonus.

Allerlei te hoge waarden gaan omlaag, als toverkunst. Hoge bloeddruk, hoog cholestorol, te hoge bloedsuikerwaarden, te hoog gewicht…. er is weinig aan westerse ‘welvaartsziekten’ dat niet positief wordt beinvloed door Intermittent Fasting. Het zou klachten verhelpen als artrose, prikkelbare darmen en multiple sclerosis. Logisch, want praktisch als deze ziektes zijn het gevolg van te veel (en te veel rotzooi). Maar ja, het is dan ook makkelijker je te overeten aan chocola, dan aan worteltjes.

Krijg je dan geen honger?

Wel, de meeste honger zit tussen je oren. We zijn niet gewend om trek te negeren en snacken is de -ongezonde- norm. Als je trek een paar minuten negeert, zal je merken dat het verdwijnt.

En anders helpt een glas water vaak prima. Je hoeft het niet te zien als negatief. Ik heb het gevoel dat na het eerste hongergevoel, ik veel energie heb en me helder voel in mijn hoofd. Daarna kan ik er ook weer uren tegen.

Je lichaam past zich enorm snel aan aan een andere realiteit. Nu is onvoorspelbaarheid goed voor het lichaam, maar het daarom op de gekste tijden voorzien van brandstof, niet.

De man heeft in de 21 jaar dat we samen zijn, een keer of drie ontbeten en dat is omdat we dan pure vlokken en witbrood hadden 😉 Anders ontbijt hij nooit en hij kan ook prima een dag met alleen avondeten. ‘Ongezond!’ roepen mensen dan. Maar wat is gezonder, een lijf dat constant om eten schreeuwt en dat slap en ellendig wordt als het niet om de vier uur gevoerderd wordt, of een lijf dat zich aanpast als er even geen eten binnenkomt en vervolgens begint aan een grote schoonmaak? Precies.

Dieren vasten in de winter en in winterslaap, in veel religies is vasten een ritueel en mensen vastten vroeger bijna vanzelf, als de wintervoorraden opraakten en het land nog niet voldoende bood om van te leven. Mensen gebruikten de eerste (vaak bittere) kruiden en reinigden daarmee hun lichaam. Paardebloemblad en brandnetel bijvoorbeeld, maken het lichaam schoon.

Wat heb je nodig om met IF te beginnen?

Beginnen in het begin van de maandelijkse cyclus vind ik het makkelijkst. Ik heb dan weinig trek en veel energie. Ik merk dan ook in week 3 en 4 mijn eetlust minder groot wordt dan wanneer ik geen IF doe. Ik heb meer last van wat we kennen als PMS, vermoedelijk omdat IF een positief effect heeft op allerlei hormonale processen.

Dus, voor de dames met een cyclus: houd hier rekening mee. (hier een relaas van een dame over wat het voor haar deed, ook zij beschrijft dat hormoonschommelingen minder werden)

En verder: niets. Echt niets. Er is genoeg informatie op internet, ook voor vrouwen want wat voor mannen en vasten geldt, geldt niet per definitie voor ons.

Moet je anders gaan eten?

Nee. In het begin niet. De overgang naar IF is voor sommige mensen al vrij ingrijpend en in het begin lastig. Het wordt snel genoeg een automatisme en dan kan je je richten op andere veranderingen.

Een eetpatroon met minder snelle koolhydraten, helpt voor iedereen. Minder witbrood, geen suiker, geen sterk bewerkte voedingsmiddelen. Of je daarbij paleo, vegan, carnivoor of gewoon voedingscentrum wil eten, moet je vooralsnog zelf weten. De kans is echter groot omdat je meer gevoel krijgt voor wat je lichaam wil, dat je vanzelf van de sterk bewerkte voeding afkomt.

Als je begint met vasten, zal je na een tijdje merken dat je lichaam beter lijkt (en is) afgesteld. Hormonen die aangeven dat je honger hebt, maar ook dat je verzadigd bent, werken beter en je leert je lichaam beter kennen. Je kan stoppen met eten als je gewoon genoeg gehad hebt, in plaats van als je echt vol zit, hetgeen een zeer onaangenaam gevoel is. Je komt misschien achter dat het ‘low carb’ of ‘paleo’ dieet dat je volgde, je minder goed doet dan je dacht.

Dit kan ook veranderen, toen ik nog midden in de kleine kinderen en borstvoeding zat, deed ik het prima op weinig koolhydraten en meer eiwit en vet. Nu eet ik veel meer groenten, fruit, havermout en minder eiwitten. Ik ben blij dat ik mijn lichaam dit aangeeft en ik denk echt dat mijn lange gewoonte van Intermittent Fasting daaraan bijdraagt.

Munchies

‘Ik krijg ’s avonds altijd nog honger’ zeggen mensen dan. Maar het is denk ik ook maar net wat je wil voelen. Je kan een groot glas water of thee drinken, je boek lezen en op tijd naar bed gaan in plaats van je gevoel van trek te gaan zitten voelen.

‘Sit with it’. Zie het niet als iets negatiefs, maar als je lijf dat zich nu met ‘schoonmaken’ bezig kan gaan houden wanneer jij niet de koelkast opentrekt. Want hoe goed voel je je echt als je toegeeft aan dat gevoel?

Altijd eten binnen handbereik is een zeer onnatuurlijke situatie en je ‘omgeving’ op die manier inrichten dat je hier wel de positieve maar niet de negatieve gevolgen van ondervindt, maakt je gezonder en gelukkiger. Dat vereist wat inspanning en veranderingen maar IF is een heel stuk makkelijker en overzichtelijker dan welk wonderdieet dan ook. (en wonderdieten bestaan niet)

Maar er is niets nodig. Geen supplementen, geen andere voedingsmiddelen. De tijd tot je ontbijt kan je langzaam oprekken, met bijvoorbeeld elke dag een half uurtje, tot je een tijd hebt gevonden die voor jou goed is het vasten te stoppen. Als je daarbij ook nog je diner iets eerder kan eten, dan heb je bijna zonder moeite de periode waarin je wel eet, flink verkleind.

Nogmaals, het is wel belangrijk dat je echt niets eet in de vastenperiode. Ook geen kauwgom of 0-kcal drankjes. Die zetten het lichaam aan tot het verteren van eten, zorgen dat je lijf insuline maakt en al zulks en dat is precies het effect dat je wil vermijden.

Als je zoekt naar autofagie, intermittent fasting of periodiek vasten, vind je heel veel informatie. Een makkelijk toegankelijk en heel informatief boek is Delay, Don’t Deny en Fast. Feast. Repeat van Gin Stephens. Er is ook een facebookgroep van. Maar er is natuurlijk nog veel meer. Gelukkig is het (met reden) redelijk mainstream aan het worden!

Båttur til Sokken

En opeens was het alweer volop september. Mijn favoriete maand. Daar hoort een liedje bij! ❤

Gisteren gingen we naar een goed bezochte demonstratie tegen de geplande windturbines. 200 meter hoog zouden de krengen moeten worden. Drie stuks, maar even verder landinwaarts zijn er nog eens 17 gepland. En waarom?
Om aan de rest van Europa’s groeiend ‘groene’ stroombehoefte te voldoen. Er worden enorm nare politieke spelletjes gespeeld hoorden we. Het is schandalig. Alles voor groei, groei, groei van de portemonnee van een klein groepje mensen dat wel winst heeft bij deze compleet onrendabele, vogelmoordende, herriemakende, landschapsverziekende krengen.

Veel mensen hier nemen het landschap waarin ze leven voor lief. Ze zien het puur als iets waar ze een hytte kunnen neerzetten (een gemeente zei onlangs ja tegen nog eens 4200 vakantiewoningen…) of hard kunnen varen. Lang niet allemaal, maar bij de oudere generaties zit liefde en ontzag voor de natuur er meer in dan bij de jongeren. Helaas een globale trend, hoewel er gelukkig op school wel veel aandacht wordt besteed aan de natuur.

Natuurlijk zijn we lid van ‘Motvind’, Tegenwind, de Noorse anti-windmolenvereniging. Ook de Noorse Ornithologische Vereniging is zwaar tegen. Het is niet eens voor Noorwegen zelf, maar om te zorgen dat men in Europa stroom voorzien van een groen energielabel kan kopen. Een handel in aflaten, met 70 meter lange rotorbladen.

Maar goed. Hier nog een interessante documentaire van Michael Moore. Het linkse ‘posterchild’, dat een kritisch geluid liet horen tegen de greenwashing door middel van windmolens, biomassa en zonne-energie. Uiteraard was deze binnen enkele dagen van youtube verwijderd, iets dat helemaal past in de nieuwe trend van ‘alles verwijderen waarin de waarheid aan het licht komt’.

Daarna gingen we maar een stukje varen. Het was zalig weer en ongelofelijk mooi. De blauwgroene kleur van het water lijkt wat overdreven maar dat is wel echt de kleur die het heeft.

Ik schrok wel van de hoeveelheid afval 😦 maar we gaan volgende week (bij goed weer, want we moeten een stukje buitenom en bij heel hoge golven is dat minder) en dan gaan we ‘rydde’. Het afval kan je neerzetten en dan haalt de skjærgårdstjeneste (de scherenkustdienst) het op. Gelukkig worden deze opruimacties vaak georganiseerd en goed bezocht.

het water is hier enorm helder en je kan tot op de bodem kijken, al is het gauw een meter of vier diep
Op Auesøya maakten we een wandeling, kriskras over het eiland wegens Noorse bewegwijzering (die kant op en vanaf daar zoek je het maar zelf uit doei :D. Geweldig)
‘Sokken’ in Lillesand
Met de lieffje (ik snap nu wat hij tegen mijn schoenen heeft :D)
Water en stenen…
September Sun….
Het had ook Myggøya kunnen heten. Wat een hongerige muggen!
Voorop zitten is het leukste.

Het was een mooi weekend. Zo zalig om ’s ochtends met de man koffie te drinken en dan op het gemakje te doen wat we moeten doen. Boodschappen doen, lunch eten, klussen (de man), voor de tweede keer dezelfde twee wassen doen omdat een kat eroverheen had gepist (ik) en verder niets…

En toen was het weer zondagavond. Ik lees nog even een stukje en dan ga ik op tijd slapen. Morgen weer vroeg op, en genoeg te doen!

En weer 270 kr. bespaard: haar knippen.

We (de man en de dames hier) gaan nooit naar de kapper. Iedereen heeft lang haar en dat heeft behalve zo nu en dan wat bijpunten, niets nodig aan scharen en andere narigheid.

De enige die lastig is, is de jongen. Die had altijd lang haar maar wilde twee jaar geleden opeens hetzelfde haar als de jongens met zo’n hip hitlerkapsel als in zijn klas. En wij zijn de beroerdsten niet, dus mocht hij naar de kapper. Een jaar later wederom.

En nu werd het weer tijd dat hij ging. Ik heb ergens in april zijn haar nog wat ‘bijgepunt’ met de tondeuse maar in de zomer verdween zijn kapsel volledig. Och, als ik toch zulk dik en snelgroeiend haar had als dat ventje….

precies zes jaar geleden, deze foto

We wilden hem naar de kapper laten gaan, tot ik bedacht dat ik een filmpje had gezien van Darci Isabella (geweldige dame op youtube: minimalistische mama van tien kinderen, parttime keuterboerin, getrouwd met de Italiaanse Joe Maximist en onlangs schuldenvrij geworden) waarin ze haar kinderen, onder meer een van haar jongens zelf knipt en scheert, hetgeen er niet heel lastig uit zag.

Bovendien had een van haar kinderen ook het dikke haar met slag dat de jongen heeft.

De man n ik keken het filmpje. Ik kamde zijn haar en bond het vast daar waar het niet geschoren moest, de man haalde de tondeuse eroverheen, het werd op de juiste lengte geknipt en ik moet zeggen: het ziet er slechter uit dan toen de kapster het vorige keer deed.

Hij is er blij mee, wij zijn er blij mee want het scheelt weer bijna 30 euro en a penny saved is a penny earned 😉