Conformeren is saai.

Foto door Flo Maderebner op Pexels.com

Iedereen is zo druk bezig zijn eigen merk ‘marketen’ dat iedereen hetzelfde doet. Iedereen op het internet, op sociale media probeert je iets te verkopen. Volg mijn blog! Word Patreon! Koop deze cursussen! 10% korting op ((nutteloos ding)) met de kortingscode MINIMALISTFORLIFE!

Iedereen kopieert elkaar. En dat is ook logisch, dat hebben we tienduizenden jaren gedaan. Alles zelf opnieuw moeten uitvinden was niet positief voor het voortbestaan van de soort. Maar waarom doet echt iedereen hetzelfde? Om dingen te verkopen, denk ik. Als je dingen wil verkopen, helpt het niet zo om een afwijkende mening te hebben, denken mensen. Dat dat niet het geval is, bewijst een enkeling.

Natuurlijk moeten we ons tot op zekere hoogte conformeren. We kunnen niet (meer) gekleed in een berenvel door de bossen jagen en verzamelen of leven van de lucht. Een opleiding of vaardigheid en een huis zijn noodzakelijk, evenals een inkomen om ons in de nodige levensbehoeften te voorzien. Maar verder… is het fijn om iets van de massa af te staan.

Bijvoorbeeld door…

  • Alleen te zijn. Iedereen wil veel vrienden ‘hebben’. Ja, zelfs vrienden worden we geacht te bezitten. Maar als we altijd de regels van anderen volgen en een deel van onszelf moeten opgeven om vrienden te kunnen bezitten, dan verdunnen we wie we zelf zijn.
    Natuurlijk zijn vrienden fijn, maar vrienden zijn de mensen die accepteren wie we zijn, niet de mensen voor wie we ons in bochten moeten wringen om geliked te kunnen worden.
  • Geen schulden te hebben. Consumeren alsof de winkels morgen niet meer bijgevuld worden is de norm. Mensen betalen liever 2 keer zo veel voor een auto, dan dat ze in een ouder exemplaar rondrijden en kopen wat ze leuk vinden, in plaats van een filter van ‘heb ik het nodig’ tussen henzelf en het object van hun affectie te plaatsen, met desastreuze gevolgen. Schulden maken je tot een slaaf.
  • Geen eigen huis te hebben. Zes jaar geleden verkochten we ons huis en ik heb het geen seconde gemist. Een koophuis zal best een geweldige investering zijn maar het is me het gedoe niet waard. Wel de lusten, niet de lasten: heerlijk.
  • Een alternatieve woonvorm te vinden. De man en ik fantaseren geregeld over wonen op een boot. Zonder kinderen hebben we maar een piepklein huisje nodig, iets dat financieel vast wel binnen ons bereik is tegen die tijd.
    Waarom zouden we in een eengezinswoning blijven wonen, als we aan een huis met een woonkeuken en een slaapkamer genoeg hebben?
  • Te stoppen met het geloven van de leugens. En daar voor uit komen. De moed hebben om dingen verder te onderzoeken dan de versie die je wordt voorgekauwd door de mainstream media. Durven zeggen dat je Trump of Geert Wilders geschikte politici vindt, dat je denkt dat Covid19 de hoax van de eeuw is, dat communisme een prima staatsvorm was… wat dan ook. Je mond open doen en vertellen waar je voor staat, ook al is dat niet de populaire en ‘juiste’ opvatting.
  • Minder te werken. Nee, arbeid adelt niet 😉 maar als ik een fabriekseigenaar was zou ik dat ook zeggen. Niets mis met je best doen en iets maken van je leven maar wel in een juiste mix met ‘lege’ tijd en niet je ziel en zaligheid opgeven voor een baan die je zo kan worden ‘afgepakt’.
    Zorgen dat je ook dingen hebt die jouzelf blij maken en genoegdoening geven. Je leven zo inrichten dat je niet afhankelijk bent van een inkomen dat je elders misschien nooit meer zou verdienen. Onder je stand leven, dus.
  • Veiligheid’ op te geven. Want er is geen veiligheid. Het is een illusie en het gaat goed zo lang het goed gaat, maar waarom denken we dat wij wel immuun zijn voor gebeurtenissen van buitenaf? Niets mis met denken aan de toekomst en zorgen dat je als je niet meer werkt niet met lege handen staat maar om deze veiligheden je leven bouwen en er het doel van maken, is naar mijn idee zinloos.
    Mensen zeiden tegen mij dat ze ook wel weg wilden uit Nederland maar dan niet konden omdat ze een bepaalde levensstijl gewend waren. Dat is een gevangenis die je zelf hebt gebouwd.
    Anderen werkten hun hele leven keihard voor veel geld en veel zekerheid, om op hun 68e te beseffen dat dit niet was waar het leven om draait.
  • Te leven met het minimum aan spullen. Want veiligheid en zekerheid bestaan niet en zitten zeker niet in de spullen waarmee je je omringt. De beste manier om makkelijk door het leven te bewegen is door de ballast overboord te gooien. Denk aan een bootje in een rivier; is het bootje licht dan komt het zonder al te veel gedoe door de wilder stromende stukken door. Is het bootje zwaar belanden dan is het lastig navigeren en loopt het aan de grond.
  • Jezelf te kennen. Als je constant bezig bent met wat anderen doen en vinden en wat anderen van jou vinden en hoe je overkomt op anderen, leer je niet kennen wat jij zelf echt mooi, belangrijk en aangenaam vind. Als je alleen maar bezig bent met geliked te worden, maak je jezelf een pingpongballetje van anderen. Jezelf aanpassen aan anderen geeft je uiteindelijk de ultieme eenzaamheid: vervreemding van jezelf. Verruil het voldoen aan het beeld van anderen voor je eigen versie van een goed leven. Lees de stoicijnen, verdiep je in oosterse filosofie, zet je instagram en facebook uit, heb peop aan de verwachtingen van leraren, ouders, werkgevers, buren en zelfs je partner en ontdek wat de echte jij wenst in het leven.
    Verruil de eenzaamheid, het gevoel van nooit genoeg zijn en angst voor tevredenheid en een oprechte interesse in en liefde voor het leven.

Gratis fijne dingen voor een blij gemoed.

Foto door Brigitte Tohm op Pexels.com

In het dagelijks leven met alles dat er aan de hand is, is het makkelijk om de mooie, fijne dingen opzij te schuiven of uit het oog te verliezen. Het nieuws, het weer, persoonlijke omstandigheden: er is genoeg om niet heel de dag te stralen van geluk. Niet dat dat moet: zonder dalen geen pieken.

Toch denk ik dat het dagelijks leven een stuk aangenamer is, als we zoals Tom Hogdkinson zei, onze geest niet omspitten, maar voorzien van compost.

Sommige dingen kan je beter onaangeroerd laten en gewoon veel goede dingen er bovenop, werkt vaak het beste.

Een boel goede dingen toevoegen die ons blij maken, tot nadenken aanzetten, ons denken veranderen, ons een klein beetje geluk brengen en die het leven mooier maken.

Deze dingen gaan niet vanzelf en je zal er actief aan moeten werken om er iets van te maken. Het is makkelijk om passief te zijn, te blijven zitten, door de telefoon te scrollen, netflix te bingen

Nu denk ik dat we soms van deze dagen nodig hebben. Althans, meer passieve dagen. Ik heb soms een paar dagen nergens zin in en alles lijkt prima onder controle en dan geef ik toe aan te veel youtube, surfen, me er makkelijk vanaf maken met het avondeten (kinderen blij: wraps!) en slechts het hoognodige doen in huis. En na een dag of twee ben ik zo moe hiervan en van mezelf dat ik nog weken goede zin en inspiratie heb om de dingen anders en beter te doen. Stil zitten zit niet echt in mijn natuur.

Dat had ik de afgelopen dagen. Ik heb enorm veel opgeruimd en toen volgden er een paar dagen van rust. Ik schreef in mijn dagboek (ik schrijf niet op wat ik heb gedaan, het zijn meer losse ideetjes, plannen, quotes), typte een aantal blogs en ging veel naar buiten. Ik deed heerlijk rustig aan.

En nu… Ik heb weer tal van goede ideeën en goede zin om de dingen om me heen mooier te maken. Want dingen wegdoen is leuk en geeft voldoening, helderheid en overzicht maar het zijn de kleine dingen die het leven mooier maken. Dingen die we niet moeten vergeten. Zoals:

  • ’s Avonds kaarsen branden. Alles wordt mooier met kaarslicht.
  • Koffie drinken met niets anders aan het hoofd dan koffie.
  • Iets lekker en warms te drinken maken. Chocolademelk, cappuccino, chai…
  • Extra veel gefilterd water drinken. Gefilterd want chloor en kalk in het drinkwater helpen niet mee.
  • Uit een lievelingskopje drinken. Wijn drinken uit een wijnglas.
  • Zitten om te gaan eten en alleen eten, als in: niet scrollen.
  • Fijne boeken downloaden en lezen. Boeken over hoe ‘beter’ te leven. Niet al te erg ‘self-help’, maar bijvoorbeeld Jennifer L. Scott, Mireille Guiliano en Japanse dingen. Ik lees nu ‘The Courage to be Disliked’. Super!
  • De was netjes strijken. Het eerste dat ik laat vallen als ik niet al te veel motivatie heb maar ik houd van netjes gestreken stapels schone kleertjes.
  • Fijne filmpjes kijken tijdens het strijken.
  • Een kast opruimen. Want het is zo fijn als er alleen maar kleren liggen die graag gedragen worden.
  • Een mooie outfit aandoen. Niet weer dezelfde broek met dezelfde trui. Schoenen met hakken in plaats van praktische lage laarzen.
  • Een masker maken met spullen uit de keukenkastjes, scrubben, voeten verzorgen, handen netjes maken met koffiedik en olijfolie: wondermiddelen bestaan niet maar van wat aandacht knapt alles en iedereen op
  • Voorraden opmaken en zo min mogelijk naar de winkel hoeven. Lekker goedkoop en het maakt me blij om van alles te kunnen maken met wat er in de kasten ligt.
  • De badkamer stralend schoon maken.
  • Een wandeling maken tussen de buien door.
  • Schoenen poetsen zodat ze weer als nieuw lijken.
  • Onkruid wieden en de tuin opruimen.
  • Een klein liflafje eten voor het avondeten.
  • Een nieuw recept verzinnen voor het avondeten.
  • Brood bakken. Of pannekoeken voor de kinderen als ontbijt. Verrassing!
  • Je beddengoed wassen. Zo’n luxe, een schoon bed!
  • Een mooie pagina maken in een bullet journal of dagboek met een mooie quote en mooie kleuren.
  • Een mooie film kijken. Iets zonder bloed, dood en ellende.
  • ’s Ochtends rustige jazz draaien en een kaarsje aansteken voor de kinderen beneden komen.
  • Ontbijten met kaarslicht.
  • Iets lekkers kopen voor jezelf.
  • En voor de rest van de familie.
  • Zomaar iets leuks doen voor iemand.
  • Een bos bloemen kopen zonder te denken aan verspilling, pesticiden en flower-miles.
  • Kapotte borden en schaaltjes vervangen door hele exemplaren. Kost wel iets, maar ik word er altijd blij van als alles netjes is.
  • De schoenen in de gang netjes zetten en de jassen opruimen.
  • De bedden ’s ochtends even luchten en daarna mooi opmaken.
  • Panty’s uitzoeken en alle lelijk geworden en knellende exemplaren wegdoen zodat je makkelijker een jurk uit de kast trekt en aandoet.
  • Vroeg naar bed gaan.
  • Een bijzonder bier of echt goede wijn kopen. En opdrinken, met aandacht.
  • ’s Avonds de schermen uit en fijne muziek draaien.
  • Heel decadent de droger gebruiken.
  • Een donatie doen aan persoon of stichting die dat verdient.
  • De ramen zemen.
  • Vogels voeren met gekookte rijst, havermout en pindaslingers.
  • Een vogelbadje neerzetten.
  • Vogels kijken.

Duistere mentale tijden.

Soms heb je van die tijden, waarop het leven gewoon niet helemaal lijkt op wat het zou moeten zijn. Thans heb ik daar geen last van, maar de periodes steken zo nu en dan de kop op. Ze zijn minder diep en lang dan vroegah, iets waar ik blij om ben. Ik weet nu dat ik het gewoon uit moet zitten.

Het is verleidelijk om in een dip te blijven hangen. Mooie en leuke dingen lijken zinloos. Waarom zouden we extra moeite doen in deze poel van ellende die het leven soms lijkt te zijn.

Foto’s opzoeken van vogels vol plastic, walvisvangst, bio-industrie, doom metal luisteren en niet optimaal gezond eten… Ja, dat helpt…. niet.

Maar de zin van het leven proberen te vinden, of je druk maken over de nutteloosheid, gewelddadigheid en wreedheid van het leven op aarde heeft ook geen zin. Niemand heeft daar ooit een antwoord op gevonden. Bovendien is veel simpelweg te groot voor ons om iets aan te kunnen doen. Onze eigen nietigheid erkennen helpt. Niet alle leed van de wereld op de nek willen nemen.

Mezelf omringen met mooie en fijne dingen helpt wel. Hoe zinloos het ook lijkt, mijn zintuigen ‘overspoelen’ met goede dingen, is therapeutisch. Mezelf een schop onder mijn kont geven om mezelf wat fijne dingen te gunnen, ook. En heel oppervlakkig maar een bos tulpen op tafel, een fijne bodylotion, nieuw ondergoed en het proberen van nieuwe recepten helpt echt op mijn zinnen te verzetten en mezelf op te peppen. Een oppervlakkige maar niet al te platte comedy bekijken, luisteren naar rustige jazz…. Blogs leven over hoe je een mooier leven voor jezelf maakt, zoals deze. Weten dat de schrijfster soortgelijke buien heeft in haar leven, helpt. Je bent niet de enige die zich soms wat verloren voelt.

Naar buiten gaan en focussen op de mooie dingen. Niet op de berken en eiken die overal worden omgehakt, want onrendabel in een productiebos maar op het mooie mos, de spinnewebben, het uitzicht op het meer, mooie patronen op rotsen, de kleuren van bladeren, het mooie en weldadige van regen na weken van bosbrandgevaar.

Wat mij ook helpt, is het lezen van stoïcijnen en boekjes geschreven door zenmonniken over mindfulness, schoonmaken als een kloostermonnik en simpel leven. Leven zonder hechting aan het verleden, spullen, ideeën over jezelf en wat je zou willen zijn maar nooit zal worden, zonder gedachten over hoe anderen zouden of hadden moeten doen….

Tuinieren, een korte workout, een kast mooi opruimen, een frisse duik, een mooi boek lezen, een vriendin een mail of brief sturen of elke dag een kwartiertje werken aan iets dat je je al heel lang hebt voorgenomen maar nooit ‘tijd’ voor hebt. Een kop koffie drinken in stilte en proberen nergens anders aan te denken dan je ademhaling en de warme koffie.

Ons omringen met de goede dingen is essentieel om ons goed te voelen. Het kan net het verschil maken tussen een minder fijne periode en een echte persoonlijke crisis.

Waarmee ik niet wil zeggen dat je een regelrechte depressie wegsmeert met bodylotion en overstemt met caféjazz, dat moge duidelijk zijn. Ik zeg ook niet dat je het moet proberen weg te duwen of negeren. Juist niet. Maar jezelf er doorheen helpen met de input van wat fijne dingen des levens, is voor mij essentieel gebleken om niet in al te diepe dalen terecht te komen.

Accepteren, maar tegelijk niet in zwelgen. Weten dat het in bepaalde types vaker voorkomt dan in andere. Het is gewoon deel van hoe je bent.

Deze periodes zijn voor mij gewoon momenten waarop ik weet dat ik moet nadenken en evalueren wat ik aan het doen ben. Wat er wel en geen zin heeft. Wat ik wel waardeer, wat ik anders moet doen en waar ik meer of meer aandacht aan moet geven.

En dan, op een mooie dag, is het leven weer opeens lichter.

Een plek om te relaxen.

Foto door Min An op Pexels.com

Een huis zonder rommel is een plek om te relaxen. Nu de kinderen ouder worden, kost het me minder tijd om de dingen netjes te houden. Ze pakken dingen zelf en met wat geschreeuw geluk ruimen ze het ook soms zelf weer op. Het is heerlijk om minder tijd te besteden aan het kalm en opgeruimd houden van de ruimte waar ik toch een groot deel van mijn dag doorbreng. Een opgeruimd huis betekent een kalme geest.

Als ik mijn huis heb opgeruimd en schoongemaakt -dat laatste gaat een stuk makkelijker als het eerste nogal rigoureus is uitgevoerd- dan voel me ik relaxed, aangenaam, voldaan en beter in staat tot ontspannen.

Rommel leidt tot stress. Stress door stapels papier, door rondslingerend speelgoed, door volle wasmanden, te veel afleiding aan muren, op vensterbanken, in lades en waar eigenlijk niet. Stress door een rommelig schema met te veel activiteiten die niets toevoegen.

Je kan NU beginnen met het opruimen van rommel. Schrap wat nutteloze dingen, zoals een verjaardag waar je naartoe zou gaan omdat het van je verwacht wordt (is er iets hersenverwekenders dan dat!), een ouderavond waarop werkelijk niets nieuws verteld wordt, ruim een lade die niet meer dicht wilde, haal tien dingen uit je klerenkast die je niet draagt of ontdoe je koelkast van alles waarbij je eerste gedachte ‘neh’ is, in plaats van nomnom.

Open ruimte geeft ruimte in je hoofd. In mijn slaapkamer staan een bed en een kast. In de keuken een tafel met zes stoelen. Niets meer. In de woonkamer twee stoelen en een bank, een tafel, een tv-kast, cd’s en een aquarium en drie kasten met boeken, spullen van de kinderen en de man. In de kamer van mijn zoon een bed en een bureau. En hoewel de tuin met een plat grasveld niet mijn eerste keuze zou zijn, is de open ruimte heerlijk.

Licht. Natuurlijk licht. Hoe meer, hoe beter. Minimale gordijnen en ander raambehang. Ik heb rolgordijnen in de slaapkamer, vooral om in de zomer te kunnen slapen. Vouwgordijnen in de woonkamer tegen de laagstaande zon op het aquarium en de ergste hitte in de zomer. De keuken en de balkondeuren zijn gordijnvrij. Heerlijk! Het zijn mijn ‘schilderijen’. Het licht verandert elke dag en ik geniet ervan te zien hoe de zon aan haar baan terug bezig is.

Houd alleen de spullen die je gebruikt. En zorg dat je zo min mogelijk nodig hebt. Dit maakt het leven makkelijker, je gedachten helderder, je materiele behoeften kleiner, je zorgen minimaal, je zorgeloosheid groter en je bankrekening gezonder.

Simpele kleuren. Welke kleuren hebben een kalmerend effect? Ik houd van wit. Niet voor alles, want onpraktisch maar witte muren, witte kasten, witte stoelen, witte keuken met licht blad en witte kaarsen zijn aangenaam aan mijn ogen. Hier en daar wat grijs, zwart en hout en een groenige muur. Ik beweer niet dat minimalisme monochroom moet zijn, maar ik vind het helpen om een rustgevende omgeving te creeeren.

Frisheid. Doe dingen weg die moeilijk schoon te houden zijn, zoals lampen en zware gordijnen en tapijten waarin zich allerlei viezigheid ophoopt. Loop een keer met een bezem langs plinten, stofzuig achter kasten, leg kabels netjes neer, dweil de vloer met warm water en een scheut azijn, stof bovenop kasten, was je beddengoed en hang het buiten te drogen, leen een tapijtreiniger voor kleden en stoffen banken, was je ramen tot ze doorzichtig zijn. Een fris huis is een weldaad voor de geest.

Herfstig blokje om.

Zo fijn om weer een camera te hebben. Dat heb ik wel gemist, foto’s maken. Mijn telefoon maakte nooit de beste beelden en ik heb nu evenmin een state of the art camera maar dat is ook niet nodig. Hoe eenvoudiger, hoe beter, tot op een bepaalde hoogte natuurlijk.

We maakten een kleine wandeling, want mien moest naar de wc. Gelukkig is de herfst pas net begonnen 🙂

Zo maar even tussendoor, deze plaatjes van rond om het huis.

Simpele kinderkleding.

Foto door Skitterphoto op Pexels.com

Ook de kleding van de kinderen werd ernstig geminimaliseerd. De hoge temperaturen (20 graden! Eind september! Noorwegen!) zijn nu wel uit de lucht dus de sandalen, zomerjurkjes en korte broeken kunnen opgeborgen, naar de kledingcontainer of doorgegeven aan een jongere zus.

Hoeveel is genoeg?

De kinderen hebben weinig kleding maar hoe weinig ook, het is eigenlijk altijd genoeg. Sommige mensen lijken te vergeten dat ze een wasmachine hebben en hebben voor drie weken ‘verse’ outfits voor hun kinderen in de kast. Dat lijkt misschien makkelijk want ‘je grijpt nooit mis’ maar het wekt verspilling in de hand en het is naar mijn mening vooral onpraktisch.

Mijn dochters verkleden zich graag en zijn wat minder nauwkeurig in dingen opbergen dan ik. Omgetrokken stapels kleding, op de grond gegooide outfits waarvan ik ook niet weet of het nu gewassen moet of niet: erg onhandig. Hoe minder, hoe beter.

Hun kleine garderobes zorgen ervoor dat ze (ook de kleinste van vier) hun eigen kleding na het wassen terug in de kast kunnen leggen. Ideaal!

Minimale meisjesgarderobe = leggings 🙂

Voor de jongste twee heb ik altijd simpele, zwarte leggings. Ik kocht onlangs een paar van J Crew (J. Crew solid full length heet ie) en die voelen goed qua kwaliteit, blijven netjes in de was en zitten heerlijk, volgens de draagster ervan. Ze sluiten ook mooi aan, iets dat niet altijd het geval is met d’r smalle lijfje.

Verder hebben ze een aantal vesten, in effen kleur. Dan kunnen ze ‘gek’ doen met truitjes. Broeken met eenhoornpatronen, drie in elkaar overlopende kleuren of gekke prints zijn leuk maar te lastig om te combineren. De leggings passen ook prima bij jurken. Geen aparte maillots e.d. nodig.

Sokken

Sokken probeer ik nu veel hetzelfde te kopen. De kleinste twee zitten maar drie maten bij elkaar vandaan, dus voor hen kan ik dezelfde sokken kopen, bijvoorbeeld in maat 31 – 33. Geen gedoe met sokken bij elkaar zoeken. Soms zitten in een set wel meerdere kleuren maar zolang met model hetzelfde is, geldt voor mij ‘twee is een paar’. De oudste heeft alleen maar zwarte sokken, de jongen vijf paar dezelfde koekiemonstersokken en wollen sokken. Dat scheelt veel gezoek en sokken-memory. Nog een voordeel: ze zijn ook bijna allemaal tegelijk ‘op’ en kunnen allemaal opgebruikt worden, tot de laatste sok.

Aantallen

Hoeveel ze van iets nodig hebben, wisselt. Grotere kinderen hebben minder nodig dan kleintjes, modderpoelbaders minder dan tekenaars en pianospelers.

Een hoeveelheid waarmee we comfortabel de tijd tussen twee wasbeurten doorkomen, vind ik genoeg. Ik wil niet moeten wassen omdat er iets op is, maar hoef ook geen twee weken vooruit te kunnen. Wel moet er genoeg zijn voor elke soort weer. Soms ligt er eind oktober al een laag sneeuw, ook daar moeten we op voorbereid zijn maar dat geldt meer voor de buitenkleding.

Pas kopen als we het nodig hebben

Ik koop nog zelden iets voor een komend seizoen maar pas als we het nodig hebben. Soms is het voorjaar veel frisser dan gedacht en zijn ze tegen de tijd dat ze de korte broeken en shirts nodig hebben, alweer een maat gegroeid. Of ze hebben opeens een enorm voorkeur voor een bepaald kledingstuk, zodat de andere dingen maar blijven liggen.

Ik weet dat veel bespaarblogs lyrisch worden van uitverkoop en minus 70%, maar aangezien wij en onze kinderen ook meestal driekwart van onze garderobe amper gebruiken, denk ik niet dat het de moeite loont om vooruit te plannen. Op ‘elke hoek van de straat’ kan je kinderkleding kopen en zeker in Nederland hoef je er niet langer dan een dag op te wachten als je het online koopt.

Wachten met kopen tot het nodig is, is naar mijn idee een betere bespaartip dan in de uitverkoop winkelen, ook al betekent dat dat je de volle prijs betaalt. Per saldo koop je veel minder en je hebt er ook veel minder werk aan. En nog iets met milieu.

De regel dat je iets alleen zou moeten kopen als je ook bereid zou zijn de volle prijs ervoor te betalen, wordt zo ook nog eens eenvoudig toegepast. Dingen kopen omdat er een sticker met 3 EURO op staat, ‘moet geen reden zijn iets aan te schaffen. ‘Altijd handig om te hebben’ vertellen we onszelf dan maar.. werkelijk? Denk aan wat je nodig hebt, niet aan wat je graag wil kopen.

Vertel wat je nodig hebt

Een lastige maar in het geval van regelmatig donerende opa’s en oma’s vind ik het geen gekke vraag als je kleding nodig hebt: ‘krijgen de kinderen nog kleding van jullie?’. Niet omdat ik mijn ouders een poot wil uitdraaien (ze draaien hun eigen poten wel uit voor hun kleinkinderen) maar omdat ik niet wil dat ze kleding krijgen die ze niet nodig hebben.

Toen mijn ouders regelmatig kwamen (het is nu bijna een jaar geleden, bedankt Cojona) nam mijn moeder vaak kleding voor ze mee. Ze vindt het zo leuk om ze allemaal in het nieuw te steken. Maar het kwam vaak voor dat ik ze net voorzien had, als mijn moeder belde welke maten de kinderen hadden want ze ging voor ze winkelen. (zeggen dat ze dat niet moest doen, daar ben ik al jaren geleden mee gestopt)

Dus als er een bezoek en nieuw seizoen op stapel stonden, vroeg ik maar gewoon of ze nog wilde winkelen en gaf dan door wat ze graag wilden, welke kleur, lengte van de mouwen, etc.
Want ze hebben allemaal zo hun eigen ideeen. De een is net d’r moeder (zwart, wijd uitlopende broeken), de jongen loopt graag in het equivalent van een pyjama (wat hij maar zelden mag, ik haat joggingbroeken), de derde draagt het liefst rare broekpakken en de vierde wil alles in rood-met-glitter.

En uiteindelijk, nadat ik me over mijn schroom had heengezet het te vragen, bleek dat de kinderen nu kregen wat ze echt graag wilden hebben en wat ze echt graag droegen. Iedereen blij!

Wel of niet kringlopen

Dat is een lastige. Het komt niet vaak voor dat ik bij de kringloop precies vind wat ik nodig heb. Soms wel, dan hangen er opeens twee mooie spijkerbroeken voor de oudste of een leuk badpak wat precies nodig was. Maar vaak vind ik vooral dingen die prima zijn en die passen maar die we niet echt nodig hebben. En nodig is wel mijn sleutelwoord.

Ik ben dus voor een groot deel gestopt met kringloopwinkelen voor kinderspullen en neem alleen iets mee als we het toch al nodig hadden, zoals onlangs een paar als nieuwe nep Dr. Martens voor de oudste, voor 4 euro. Geluk moet men hebben.

Maar ook hier geldt net als bij de uitverkoop dat ik denk dat het per saldo zeker makkelijker en wellicht ook nog goedkoper is, om niet vooruit te kopen en geen dingen te kopen omdat ze nu eenmaal leuk zijn.

Het mooie doodgewone.

Born to be…. ordinary…

Het laatste half jaar was een vrij ongewoon jaar. En nog maar eens besefte ik daardoor dat het gewone en alledaagse moet worden gekoesterd en gewaardeerd.

Als we opgroeien, wordt ons verteld dat gewoon zijn echt vreselijk is. Het liefst ben je populair, beroemd, bijzonder of een tovenaarsleerling. Alles behalve een muggle 😉
We moesten feesten en veel vrienden hebben en socializen met die vrienden en met elkaar verbonden zijn en hippe bijzondere kleding dragen die onze uniekheid benadrukt, terwijl we ondertussen wel alles moeten doen om te zorgen dat we niet per ongeluk buiten de boot vallen want anders zijn dat is het ergste dat kan gebeuren 🙂

Ik was nooit echt een party-animal, hoewel ik wel graag uit ging. De neiging om bijzonder te willen zijn, had ik ook nooit echt. Veel hemelbestormende toekomstvisioenen evenmin.
Mijn oma haalde niet heel lang voor haar dood nog op dat ik op mijn veertiende al zei dat ik het liefst in een donkere Noorse winter met een plaid op schoot over een Noorse fjord uit wilde kijken. Nou ja, in elk geval is mijn toekomstdroom wel min of meer uitgekomen 😉

Er is zo veel dat we voor lief nemen. Dingen waar we over klagen, terwijl het zo bijzonder is. Juist de gewone dingen…. Terwijl die het leven mooi en kostbaar en bijzonder maken.

Als je het doodgewone niet kan waarderen, wat heb je dan aan meer? Nee, ik pleit er niet voor om de hele winter apathisch onder een dekentje te zitten, uiteraard niet. Of om nooit meer iets te ambieren of te verbeteren.

Maar hoe groots en meeslepend je het ook maakt, uiteindelijk wordt alles gewoon en dan heb je weer iets anders nodig van buiten jezelf om je goed te voelen. Een doodlopende weg, want wat als het je ontnomen wordt?

Niet dat de angst om iets kwijt te raken een reden moet zijn om iets niet te doen, maar de dingen moeten naar mijn mening iets toevoegen aan een reeds tevreden leven, in plaats van dat al die dingen van buitenaf (waar we geen controle over hebben) onze basis zijn. Want dan zijn we nooit tevreden. Er blijft altijd iets nieuws, net om de hoek, net buiten bereik. Waar we eeuwig naar op zoek zijn. Zonder al het moois te zien dat zich vlak onder onze neus afspeelt. Als we het maar willen zien!

Het is voor mijzelf belangrijk om tevreden te zijn met weinig. Want de simpele dingen, dan zijn juist de mooie dingen. Dit stukje schrijven in het namiddagzonnetje met een kop koffie. (Instagramfiltertje erop, gitaarmuziekje erbij…. #simpleliving)

Er is zo veel moois in het dagelijks leven als we het idee loslaten dat het leven groots en meeslepend zou zijn. Als je kan genieten van een blokje om met de kindertjes, de was afhalen, een wandeling, een simpele maaltijd, dan is het leven meer vervullend dan wanneer je het leven leeft dat je door deze maatschappij wordt voorgeschoteld. En het scheelt je alleen een enorme berg gedoe 🙂

Søppelplukking

Bij de kinderen op school worden vaak leuke dingen georganiseerd. De jongen ging vrijdagavond met zijn klas met een bootje naar Skauerøya, bij de tweedeklasser hadden ze ‘Beintøft’, een soort themamaand om kinderen meer milieubewust te maken.

De eerste week moesten ze zo veel mogelijk lopend of met de fiets naar school en deze week was het thema afval en vervuiling aan de beurt. De kinderen van de klas die het meeste afval plukten uit de natuur, kunnen een boek over de natuur winnen en omdat ons Fietje had gezien dat er ook in stond hoe je verschillende paddestoelen kon herkennen was ze nogal gemotiveerd om de boel eens flink op te ruimen. Dat hadden ze met de klas ook al gedaan, rond de school.

Zij is van allevier de grootste natuurliefhebster. Gisteren heeft ze in het bos een tipi gemaakt, met een stoel en tafel. Ze wil altijd uit wandelen, zit de helft van de tijd in het bos of bij de zee en heeft net als overgrootoma en moeder altijd wel oog voor kleine bijzondere dingen in de natuur. Een mooie bloem, een patroon op een steen, mooie mossen….

Dus gingen we naar een eiland in de buurt waar we vorige keer een schokkende hoeveelheid plastic zagen liggen. Uiteindelijk viel het me nog mee, we hadden anderhalve (grote) vuilniszak vol.
Ons Fietje heeft enorm haar best gedaan, niet gespeeld en alleen maar afval lopen rapen onder jeneverbesbomen (au) en tussen gladde stenen. Afgelopen maandag hadden we ook al een lange wandeling gemaakt en de nodige afval verzameld, hoewel het (hiephoi) leek alsof iemand ons voor was geweest, want er lag veel minder dan de keer ervoor dat we er liepen.

En dat is wel weer mooi. Er zijn mensen die alles maar neerflikkeren maar gelukkig ook heel veel initiatieven om het op te ruimen. Het zou niet nodig moeten zijn, maar alles is beter dan het laten liggen. Want dat snap ik niet. Het eiland op de foto’s is zeker in de zomer heel druk bezocht. Als je dat dan allemaal ziet, dan neem je de volgende keer toch gewoon even de moeite om het op te ruimen? Het was drie kwartier werk ofzo.

Maar dat vind ik zo gaaf van het onderwijs hier. In Nederland vertelde de directeur me dat ze, zodra ze zich langer dan een kwartier per week niet aan de opgelegde regels hielden, hij een plan voor de onderwijsinspectie moest maken hoe ze de ‘verloren tijd’ (van bijvoorbeeld naar buiten naar de boer, de natuur in etc.) zou gaan inhalen. Hier gaan ze kanoen, krabben vissen, zwemmen in zee, het bos in, worstjes grillen op zelf met een zakmes scherp gemaakte stokken op een open vuurtje, naar de boerderij om kalfjes te kijken en oh ja, een dode zeehond ontleden, maar dat was gewoon omdat de lerares er eentje had gevonden op het strand.

Ja, ik ben echt nog elke dag blij om hier te mogen wonen en mijn kinderen hier te kunnen laten opgroeien.

Het leven na ontrommelen.

Foto door bongkarn thanyakij op Pexels.com

De afgelopen weken heb ik nogal enthousiast gedeclutterd. Zo heerlijk om alles weer leeg en georganiseerd te hebben. Donderdag deed ik het laatste loodje, dat erg zwaar was. Letterlijk: de bijkeuken, waar de gereedschappen en aanverwante artikelen van de man huizen. Ik verhuisde spullen, sorteerde, deed dingen weg, zocht heel veel uit en toen was ik aangenaam moe.

We hebben twee grote kasten in de gang waar de modelbouwvoorraad van een webwinkel die de man ooit had, huisde. Die heb ik verhuisd naar een loos hoekje boven nu hebben het gereedschap en alle autodelen heerlijk de ruimte, alles bij elkaar. Een hele verbetering!

Ah, rust en kalmte, zelfs in de bijkeuken (we hebben tot groot verdriet van de man geen garage, wat er voor zorgt dat spullen zich niet op eigen beweging voort kunnen planten. Althans, niet in hetzelfde tempo als wanneer ze zonder toezicht in een garage liggen)

Maar wat nu!

Fijne dingen. Dat is het idee uiteindelijk, dat je een boel dingen wegdoet om plaats te maken voor andere, betere dingen. Niet dat die spullen me nu zo veel tijd en gedoe kostten maar weten dat het er ligt, is al genoeg he 😉 Soms moet de bezem er door.

Ik voel me beter in een rommelvrij huis en naast het gewone onderhoud van kledingkasten ontdoen van meuk en badkamerkastjes kuisen is eens in de zoveel tijd (jaren?) Groot Onderhoud nodig, willen we niet dichtslibben met ons zessen.

Ik heb nu weer tijd voor fijne dingen. Ik ga weer fijn foto’s maken in mijn favoriete seizoen. De bomen kleuren zo mooi nu met het mooie weer. Vannacht hadden we de eerste nachtvorst maar overdag was het warmer dan in juli. Heerlijk! (en raar maar ik kan het toch niet veranderen dus geniet ik er maar van)

Ik ga mijn penvriendinnen weer spammen met brieven. Een poging doen om vijftig kilo volkorenmeel op te maken. (Argh, ik dacht dat ik bloem besteld had…) Wandelen…. Dingen maken met de dertien kilo aroniabessen in de vriezer. Nieuwe recepten proberen nadat ik me de afgelopen weken nogal makkelijk met vertrouwde favorieten van het avondeten had afgemaakt….

Als je niet oppast, is minimalisme gewoon het volgende ding dat je verkocht wordt door influencers. Zorg dat je de juiste vetplantjes, organic basics-ondergoed, verantwoord servies en bedlinnen hebt en alles komt goed 😉 Behalve dat het daar niet om gaat. Althans, niet als doel. Want minimalisme is geen doel maar een tool, bla!

Het gaat er niet om wat je niet hebt en wat je wel hebt maar wat je doet met die paar momenten op aarde die je gegeven zijn.

Na een periode van ontrommelen, volgt altijd een periode van rust en leven met zo min mogelijk is een ideaal waar ik langzaam naartoe werk, zonder er echt nog actief iets aan te doen. Het is een gewoonte voor mezelf: als ik iets tegenkom dat geen nut meer heeft, gaat het weg. Zo simpel is het.

Zo min mogelijk bezitten is logisch. Waarom zou ik me druk maken om dingen die niets toevoegen aan mijn leven? Een camera, een vulpen en papier en verder kan het meeste me gestolen worden. Wat niet kan, omdat ik het niet heb. Hmmm…. Het voelt goed om vrij te zijn.

Zo’n opruimperiode maakt me weer heel erg onomwonden duidelijk hoe bewust we moeten zijn met de spullen die we in ons leven toelaten. Iets is makkelijk gekocht of geaccepteerd maar vaak is er weer vanaf komen, een ander verhaal. Het beslissingsproces, het verkopen of wegdoen, het tijdelijk in de weg staan, anderen die vinden dat iets wel moet blijven…

Het is fijn als spullen geen rol meer spelen in je leven, anders dan functioneel. Niet alleen door ze niet meer te vergaren maar door om je niet meer druk te maken over hoe er vanaf te komen.

Dat wordt een boel Noorwegenfotospam op dit blog binnenkort 😉

Te veel van alles?

Foto door Nika Akin op Pexels.com

Het kan gebeuren dat je opeens met een andere blik kijkt naar de spullen waarmee je je omringt. Of je nu in een huis woont waar veertig jaar niet echt is opgeruimd, of als je de illusie hebt dat je al jaren heel erg minimalistisch leeft.

De laatste weken denk ik bij veel van wat ik zie ‘waarom heb ik dat eigenlijk?‘ en dan kom ik erachter dat ik het ook niet weet. Soms word je een beetje ‘bedrijfsblind’. De dingen staan er en vallen simpelweg niet meer op.

Dingen toevoegen is makkelijk. Vorig jaar kregen we een nieuwe kachel en de oude bleef op mijn verzoek staan, leuk voor op het terras en anders zou hij weggegooid worden. Maar hij staat daar maar, we gebruiken hem zelden. Hij wordt maandag afgehaald door iemand die dolblij ermee was, omdat hij de zijpanelen van de betreffende kachel al lang zocht. Mooi!

Mijn fiets? Ik geef het nog een poging en wordt het niets tussen ons, dan gaat hij op finn.no
De verzameling stroomdraadjes en kabeltjes moest uitgezocht. De helft kon weg.
Wat oude spullen van ’s mans vorige werk naar het oud ijzer.
Een door al het geruim overbodig geworden boekenkast.
Een lade met allerlei soorten kit, vijf jaar over de datum (ik kom daar ook niet elke week he).
De oude bus.
Wat boeken van de kinderen die ze niet lezen en ook niet gaan lezen.
De lamp boven de tafel die toch nooit aan was en slecht stof hapte.

Elke dag een beetje. Mijn dagelijks leven is vrij van rommel. Misschien dat het me daarom ook niet zo opvalt, de ‘clutter creep’. Toch, de dingen nemen zo geruisloos hun plek in in het huis, om het huis en in je leven en na een tijdje valt het niet meer op dat ze er zijn, ook al worden ze niet gebruikt. Of juist daarom.

Tot ik opeens weer de geest krijgt. En dan moet alles ondervraagd, opgeruimd, weggegooid, gesorteerd, schoongemaakt, verplaatst, ontdubbeld en wat er nog meer moet gebeuren om weer echt alleen dingen in huis te hebben die een doel dienen (altijd handig om te hebben is een doel volgens de man, daar leg ik me maar bij neer in het geval van zijn kabeltjes, lampjes, poedercoatspulletjes etc.)

Voor alles kan je een excuus bedenken. Soms lijkt het verspilling iets weg te gooien. Een grote voorraad cosmetica waar je nog tien jaar mee kan doen.
Een dure jas die je nooit meer draagt, tenzij je 6 kilo afvalt wat je heus wel gaat doen, als ze stoppen met chocolade maken.
Een lamp die ooit een goede vondst was.
Een tafel die op zolder staat sinds je een andere kocht maar waar je ooit nog wel iemand blij mee kan maken.
Dat dekentje dat je ooit nog aan je kleinkind wil geven (je dochter zelf is 12).
De hometrainer die je nog wel gaat gebruiken, als je weer de energie hebt.

Maar echt? Nee joh.

De lege ruimte, die maakt blij. Het is heerlijk je te ontdoen van de spullen die niet in je leven passen en dat vermoedelijk ook niet meer gaan doen. Want, wat heb je nu helemaal nodig in het leven?

Dat is voor mij het belangrijkste: wat heb ik daadwerkelijk nodig om goed te leven? Helpen de dingen die ik om me heen houd bij het leven zoals ik dat wil leven, of verhinderen ze me juist?

Dat hoeft echt niet puur fysiek te zijn zoals een gigantische eikenhouten kast. Ook iets dat relatief weinig ruimte inneemt, kan voelen als een last. Ook al is het ‘economisch’ gezien ‘verstandig’ om het ding te houden, toch kan het gewoon beter voelen om er afstand van te doen. Het geld is toch al uitgegeven, je laten ‘pesten’ door overbodige meuk is gewoon zelfkastijding en nergens voor nodig. Bevrijd de spullen, maak er een ander blij mee die het anders zou moeten kopen.

De rust die ik weer vind, is heerlijk. Hoewel de spullen me niet direct in de weg staan en weinig extra tijd kosten om te onderhouden, is het fijn dat het allemaal weer klopt.

Me ‘bevrijden’ van overtollige ballast, voelt altijd goed.

Niets is zo’n goede herinnering aan het feit dat ik niets nodig heb, als alleen het minimale bezitten. (minimaal = noodzakelijk + een beetje voor het gemak en de leuk).